woensdag 1 augustus 2007

Auf die Dauer hällt keine Mauer


Na de vredesdemonstratie tegen de NAVO in april 1989, stuurde ik mijn zelfgemaakte vredesposter als tekstvoorstel op naar het landelijk van Loesje in Arnhem en vroeg gelijk om meer informatie over het muurbloempje. Ik liet daarbij vallen het jammer te vinden dat ik nooit Loesje affiches in Sittard zag hangen.

Ik werd die zomer dan ook benaderd door Marcel, voormalig lid van Loesje-Weert die nu in Sittard woonde en bij jongerencentrum Fenix aktief was. Hij stelde voor om samen een afdeling in Sittard op te zetten. (Later bleek dat hij die alleen wilde opzetten samen, en daarna stoppen.) Na al 6 jaar vrijwilligerswerk bij Wereldwinkel Sittard, een afgebroken Mikojel studie en een uitzendbaantje dat met een gebroken pols was geëindigd, was ik toe aan nieuwe uitdagingen, dus ik ging akkoord. We plakten vanaf september 1989 een paar keer samen Loesje affiches die hij uit Arnhem kreeg, en vroegen er wat jonge mensen bij. Toen dat resultaat opleverde was Marcel snel vertrokken, om zich te storten op zaken als de Sittardse "Nacht van de Poëzie", en later digitale dichter te worden. Ik werd in januari 1990 contactpersoon van de nieuwe afdeling Loesje Sittard.

Het eerste plaatselijke Loesje affiche - die hierboven dus - maakte ik op eigen houtje, nadat in de nacht van 8 op 9 november 1989 de Berlijnse muur gevallen was. "Brieffreundin Cordula" was mijn penvriendin uit Weißenfels in de DDR. Ik had haar adres een jaar eerder gekregen via een kerkelijke werkgroep die kontakten onderhield met de katholieke kerk in Weißenfels, en waarbij ook medewerkers van de Wereldwinkel betrokken waren. We hebben ruim een jaar brieven uitgewisseld, wat soms lastig ging omdat niet alles geschreven mocht worden. Ik weet niet zeker of al mijn brieven zijn aangekomen, maar tenminste één brief van Cordula werd door de censuur van de Stasi onderschept, nl. over milieuvervuiling in de DDR.

Na de val van de Muur ben ik haar gaan opzoeken. Ik kon in december 1989 in de auto meerijden met mijn oud-leraar geschiedenis van het Broekland college Pernot, diens vrouw, en pastoor Meertens van Vrangendael. We verbleven een weekend in Weißenfels, waarbij ik bij Cordula en haar zus overnachtte, en bezochten ook Leipzig.

Grote, grauwe, oude gebouwen, dat viel me het meeste op in de DDR in die sombere decemberdagen. Na de massale demonstraties in onder meer Leipzig, waarin de mensen "Wir sind das Volk" hadden geroepen, had het regime de bevolking vrijheid van meningsuiting gegeven en de grens naar het Westen opengesteld, in navolging van buurland Tsjecho-Slowakije, waarlangs Oostduitsers in de voorgaande maanden op grote schaal naar West-Duitsland waren gevlucht. Maar het regime zat wel nog in het zadel met alle instituties, functionarissen en symbolen van het socialisme dat ik als 'staatskapitalisme' kenmerkte: de staat als bezitter van de productiemiddelen grond en kapitaal en uitbuiter van de arbeiders, die geen daadwerkelijke inbreng hadden, ondanks de propaganda over "Volkseigene Betriebe".

Er was hoop, er waren verwachtingen, en er was twijfel en onzekerheid. Er werd een verhit debat gevoerd over de toekomst van de DDR: "Die Zeit ist reif für Träume!", las ik op een plakkaat in Leipzig. Het bepleitte een nieuwe Oost-Duitse staat met zelfbeschikking voor de inwoners na 45 jaar Russische overheersing, en geen uitverkoop aan het Westen, waarbij ze tot kolonie met nieuwe overheersers gemaakt zouden worden. "Keine Wiedervereinigung! Denn dann wechseln nur die Herren!"

De meerderheid besliste echter anders, en op 3 oktober 1990 werden Oost- en West-Duitsland herenigd. De economie ging op de fles, de werkloosheid werd massaal, miljoenen Oostduitsers vertrokken naar het Westen, rechts-extremisme groeide en de "Ostalgie" kwam op. In mijn linkse idealisme had ik liever een nieuwe, sociale DDR gezien dan een annexatie door de kapitalistische BRD. Of dat realistisch was geweest, weet ik niet. Zeker is wel dat de hereniging veel te snel werd doorgevoerd, en de sociale prijs hoog was.

In 1990 is Cordula verhuisd naar Bamberg in West-Duitsland, waar ze een baantje vond in een boekhandel, en kwam onze correspondentie ten einde.

Wouter

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen