dinsdag 29 mei 2012

"Domela Nieuwenhuis was een platte antisemiet"

 
Ook binnen links gaat het antisemitisme ver terug in de geschiedenis; tot een paar jaar geleden dacht ik dat die twee elkaar per definitie uitsluiten...
 
Wouter
_______________
 
'Domela was een platte antisemiet'
Interview met biograaf Jan Willem Stutje
vrijdag 25 mei 2012

Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) deed zich voor als een Jezus en gebruikte antisemitisme om nationalisme aan te wakkeren. Over de grondlegger van het socialisme in Nederland verschijnt volgende week Jan Willem Stutje's nieuwe biografie vol onbekende feiten.

door Anne Burgers

Er is al veel geschreven over Domela. Waarom dan toch deze biografie?
'In mijn vorige werk stond Ernest Mandel centraal, de Belgische marxist. Hij overleed in 1995: een periode die, met de val van de Muur en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, het eind van de gloriedagen van de arbeidersbeweging kenmerkte. Daarna wilde ik ook meer weten over het begin van die tijd en zo kwam ik uit bij Domela. Hij kwam niet uit een traditie van de arbeidersbeweging en werd voor het eerst geconfronteerd met problemen rond de positie van de werkende klasse. Die problemen en gebeurtenissen wilde ik vergelijken met Mandels situatie.'

'Vervolgens kwam ik erachter dat wat er aan literatuur over Domela bestond, tekortschoot. Ik wilde me concentreren op zijn internationale reputatie, zijn charisma, het antisemitisme in de arbeidersbeweging en de hang naar verloren gewaande waarden als beroepstrots en solidariteit. Deze speelden net zo goed een rol in het socialisme als de materiële kant van het verhaal. Dat verklaart tevens de ondertitel van mijn biografie: 'Een romantische revolutionair'. Het ging Domela niet alleen om het kapitalisme, maar ook om het verlies van de oude waarden en het ontstaan van een nieuwe utopie.'

U noemt Domela een utopist, maar ook een rationele machtspoliticus. Is dat niet tegenstrijdig?
'Domela gebruikte waarden uit het verleden als mobilisatiemiddel om een nieuwe, socialistische utopie te schetsen. De historische betekenis van die verloren waarden laat zich natuurlijk bezien, maar het ging om het beeld, om de mythe. Domela begreep de mobilisatiekracht van beelden: hij kleedde zich en sprak als een Jezus.'

Was hij een populist?
'Hoewel zijn gedrag soms regelrechte populistische elementen vertoonde, kun je hem niet vergelijken met Fortuyn of Wilders. Populisten construeren hun eigen verleden met als doel persoonsverheerlijking. Daarnaast stellen zij zich in de plaats van het volk, als een vertegenwoordiger, terwijl figuren als Marx en Domela juist geloofden in zelfbevrijding van de arbeidersklasse, zonder afhankelijkheid van vertegenwoordigers.'

Het conflict tussen Domela en die andere grondlegger van het Nederlandse socialisme, Pieter Jelles Troelstra, is vaak verklaard als een tegenstelling tussen de revolutionaire en de parlementaire weg. U ziet dat anders.
'Die parlementaire kwestie was niet de kern van het meningsverschil. Domela en Troelstra hadden een ander beeld van wat de arbeidersklasse precies is. Troelstra zag deze groep als een moderne, geschoolde klasse die gedisciplineerd was en in staat was om te luisteren en te begrijpen. Ongesocialiseerde mensen als dieven en prostituees werden hiervan dus uitgesloten, terwijl Domela hen wel zag als deel van de arbeidersklasse. Dat was de bron van het grote conflict dat uiteindelijk in 1894 leidde tot de oprichting van de SDAP van Troelstra als alternatief voor Domela's SDB.'

Welke rol speelde Domela op het internationale toneel?
'In die tijd was de arbeidersbeweging, veel meer dan nu, een internationale beweging. De discussies vonden plaats op internationaal niveau; er was al een Internationale voordat er landelijke partijen werden opgericht. Domela kwam in conflict met de Duitse partij. De Duitse situatie was anders dan de Nederlandse, want Duitsland was verder geïndustrialiseerd en de arbeidersbeweging daar richtte zich op sociale wetgeving. Denk aan een achturendag en minimumloon.'

'In Nederland speelden andere kwesties, zoals antikolonialisme en de vredesbeweging. Dat verschil leverde spanningen op. Bovendien dachten de Duitsers dat wanneer de revoluties zouden plaatsvinden in Duitsland, Frankrijk en Engeland, de kleinere landen vanzelf zouden volgen. Toen Domela niet meer werd uitgenodigd op internationale bijeenkomsten escaleerde de situatie en in 1896 werd hij er definitief uitgezet.'

U schrijft dat er weinig aandacht is voor het antisemitisme in de socialistische beweging.
'Het algemene beeld is dat negentiende-eeuws antisemitisme vooral een neerbuigende houding tegenover Joden inhield. Grapjes, opmerkingen – het verdient geen schoonheidsprijs, is het idee, maar het was betrekkelijk onschuldig. Volgens mij klopt dat beeld niet en was Domela gewoon een platte antisemiet. Hij gebruikte antisemitisme als middel om Joden uit te sluiten en nationalistische superioriteitsgevoelens op te roepen bij mensen. Dat is fnuikend.
Sociale historici moeten systematisch onderzoek doen naar racisme en antisemitisme in de vroege arbeidersbeweging, want tot nu toe is daaraan volstrekt onvoldoende aandacht besteed.'

Hoe is de beeldvorming rond Domela na zijn dood gegroeid?
'Er zijn stromingen geweest die hebben geprobeerd zijn nagedachtenis te kapen, zoals de NSB. Kennelijk speelt hij een bepaalde rol in de mythevorming. Maar over het algemeen is er zeer weinig over hem bekend. Wat is de omlooptijd van ideologen? Mandels werk is in dertig talen uitgegeven, maar wie kent hem nog? Er komt vast wel een periode waarin links wat meer de wind in de rug krijgt en dan zal de interesse naar deze figuren weer toenemen. Maar ik zou Domela geen recht doen door dit boek aan te bieden aan iemand als Jolande Sap. Hij zou zich omdraaien in zijn graf.'

Jan Willem Stutje
Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Een romantische revolutionair
Atlas-Contact, € 34,95

Verschijnt op 30 mei 2012

woensdag 16 mei 2012

Na 64 jaar is bestaan Israël nog omstreden

 
Eindelijk eens een goed redaktioneel commentaar over het Israelisch-Arabische conflict; daarvoor moeten we tegenwoordig blijkbaar naar Friesland! 
Toeval of niet, afgelopen weekend waren we in Sneek... 
 
Wouter
______________
 
Hoofdartikel woensdag, 16 mei 2012
 
Na 64 jaar is bestaan Israël nog omstreden
 
Het was gisteren een onrustige dag in Israël en in de Palestijnse gebieden. Palestijnen en Arabische Israëli's gingen de straat op om te demonstreren vanwege de herdenking van de stichting van de staat Israël in 1948, gisteren precies 64 jaar geleden.
 
Ook in Arabische landen werd stil gestaan bij wat de Palestijnen de nakba (de ramp) noemen. De stichting van de staat Israël wordt door de Arabieren beschouwd als het ergste wat hun in de afgelopen decennia is overkomen. Dat zij daar zo over denken komt mede doordat de Arabische dictators in het verleden de in hun ogen Israëlische bezetting van Palestijns gebied misbruikten als welkome bliksemafleider van de eigen binnenlandse problemen. De onderdrukking, het gebrek aan democratie, het nepotisme en andere misstanden waren minder belangrijk dan de verdrijving van de joden. De haat tegen Israël verenigde de Arabieren.
 
De Arabische bevolkingen hebben de boodschap lang geslikt dat mede door de strijd met Israël de Arabische wereld politiek en economisch niet tot ontwikkeling kon komen. Tot begin vorig jaar. Met de Arabische Lente werd afgerekend met de oude heersers. Inmiddels weten we dat die omwenteling niet in alle gevallen meer vrijheid en democratie voor de Arabieren heeft opgeleverd. Ook de verhouding met Israël is er niet op vooruitgegaan.
 
Fundamentalistische moslims beschouwen de joodse staat in de islamitische regio als een wezensvreemd element. Alle andersdenkenden hebben het sowieso moeilijker gekregen met de opkomst van de radicale islam. Die heeft meer ruimte gekregen sinds de Arabische Lente waardoor de dictaturen de islamisten niet meer onder de duim houden. Christenen in Egypte worden onderdrukt. In Syrië vrezen christenen en andere minderheden, zoals de alawieten, voor hun lot als het regime van Assad valt. De hoofdstroom van de moslims, de soennieten, staan in veel Arabische landen op gespannen voet met andere richtingen binnen de islam. Niet alleen in Syrië maar nu ook in Libanon uit zich dat in geweld.
 
Dat alle minderheden het moeilijker hebben gekregen, stelt de vijandige houding jegens Israël in een ander licht. Vaak wordt gezegd dat Israël zelf de oorzaak is van de spanningen met de Arabische wereld, maar het lijkt er meer op dat die haat jegens Israël verband houdt met islamitische intolerantie. Zo had Israël met de vorige seculiere regimes in Turkije en Iran goede betrekkingen. Na de islamitische Iraanse revolutie in 1979 en het aantreden van een streng-islamitisch bewind in Turkije zijn de betrekkingen met die landen bergafwaarts gegaan.
 
Natuurlijk maakt Israël, zoals elk ander land, fouten. Maar Israëls reputatie is slechter dan het verdient. Die slechte naam die Israël heeft, is ook een gevolg van het feit dat het Westen extreem gevoelig is voor hetgeen de joodse staat verkeerd doet. Zo kan het bestaan dat de Duitse schrijver Günther Grass niet een gedicht schrijft over het bloedvergieten in Syrië of over de wens van Iran om Israël te vernietigen, maar over het gevaar dat Israël zou betekenen voor de wereldvrede.
 
Gezien de vijandigheid die Israël ontmoet, is het niet vreemd dat Israël het idee heeft alleen in de wereld te staan en daarnaar ook af en toe handelt.