zondag 9 oktober 2011

Jodenjacht

 
Ik heb van de week het boek Jodenjacht gekocht. Niet omdat het me onderhoudende lektuur leek, maar omdat ik het mogelijk nodig had voor een boekje waaraan ik zelf momenteel werk, over de Joodse families die in de jaren '30 en '40 in Geleen leefden. Ik schrok van de omvang van het boek: meer dan 300 pagina's. Ik weet dan ook niet of ik het helemaal ga doorworstelen. De stukjes die ik er tot nu toe in las waren vrij deprimerend.
 
Of het treffend is om te spreken van "de rol van de Nederlandse politie" vraag ik me wel af, daar de focus lag op de strafdossiers van enkele honderden 'foute' politieagenten, en niet op wat de duizenden anderen gedaan hebben. Zo lees ik dat in Gouda een 'Politieke Politie' werd opgericht, omdat "de Goudse politie tot die tijd de Duitse verordeningen waar mogelijk saboteerde". Dat zou natuurlijk aardiger lektuur geweest zijn, maar daar zijn waarschijnlijk geen dikke dossiers over volgeschreven (tenzij door de Duitse bezetter).
 
Hieronder nog twee columns over het boek, dat ik toch zal moeten aanbevelen.
 
Van mede-auteur Jan Kompanie heb ik nog les gehad op de Archiefschool.
 
Wouter
 
____________
 

 

Jodenjagers

http://www.parool.nl/parool/nl/508/THEODOR-HOLMAN/article/detail/2953620/2011/10/06/Jodenjagers.dhtml

06-10-11   14:00 uur

COLUMN

THEODOR HOLMAN

Nadat ik Ad van Liempt had gesproken over Jodenjacht, het boek dat hij schreef samen met Jan Kompagnie, was ik enigszins van slag.

Het boek gaat over 'de onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog'. Het gedrag van sommige Jodenjagers was zo ernstig, dat zelfs de Duitsers het te ver vonden gaan.

'Jongens, wij waarderen het dat jullie de Joden oppakken, maar dat jullie ze dan ook martelen en beroven is zelfs ons te gortig, en dus arresteren wij jullie.'

Zoiets moeten de Duitsers hebben gezegd.

Het hele boek bestaat uit onthullingen waar ik oprecht - dus echt - misselijk van word. Neem de uitspraken van de Groningse agent Arend Ruben. "Voor ik met verlof naar huis ga, ransel ik eerst nog een paar Joden af.'

Hij zegt ook: 'Het is geen zondag als ik niet eerst een paar Joden halfdood heb geslagen.'
Als zinnen ziek zouden kunnen zijn, zijn dit zieke zinnen.

Van Liempt en Kompagnie: 'De jonge Ruben is een sprekend voorbeeld van de Jodenhaat bij de speciale politie-eenheden. Zoals Ruben waren er wel een paar honderd.'

Ruben was niet eens de ergste. Wat te denken van Kees Kaptein - ik heb geen zin over te schrijven wat hij geflikt heeft, maar wel dat hij 'verantwoordelijk is geweest voor maar liefst een zesde van de uit Den Haag gedeporteerde Joden. (...) Vaststaat dat (...) hij honderden van zijn stadsgenoten de dood ingejaagd heeft.'

Het onthutsendst is dat de agenten het heerlijk vonden antisemiet te zijn. De Amsterdamse rechercheur Harms: 'Al lagen alle Joden hier op een hoop bij elkaar en werden zij met benzine overgoten en in brand gestoken, dan zou ik er met plezier naar staan te kijken.'

Ik weet niet hoe ik in de oorlog zou hebben gereageerd, welke keuzes ik zou hebben gemaakt, wat ik zou hebben gedacht. Zou ik hebben kunnen genieten van het kwellen van mensen?

Ik weet zijn naam niet meer, maar zo'n 35 jaar geleden interviewde ik iemand uit het verzet. Zijn ouders waren het slachtoffer van zo'n agent geweest, de rest van zijn familie was vergast. Hij vroeg me: 'Ben ik slecht dat ik ervan droom al die schurken te liquideren?'

Ik schudde mijn hoofd. 

 

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 

Jodenjacht

http://www.trouw.nl/tr/nl/6849/Sylvain-Ephimenco/article/detail/2946981/2011/10/04/Jodenjacht.dhtml

Sylvain Ephimenco − 04/10/11, 09:38

COLUMN

In 2007 ontstond commotie in Vlaanderen na het verschijnen van het boek 'Gewillig België' over de houding van het Antwerpse stadsbestuur en de politie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het boek ging hoofdzakelijk over de razzia's op Joden die door de Antwerpse politie werden gehouden en die in de deportatie van 1200 slachtoffers resulteerden.

Het boek en de documentaire 'Modus Operandi' die later werd gemaakt, laten duidelijk zien dat anders dan in andere Belgische steden, de vervolging van Joden optimaal was in Antwerpen: 'Eerst hielp de politie door straten af te sluiten, later ging ze actief over tot het arresteren van Joden'. Daarom ook besloot de Antwerpse burgemeester in het najaar van 2007 zijn excuses aan te bieden voor 'de actieve rol die het stadsbestuur en de politie hebben gespeeld in die dramatische dagen'.

In België werden in totaal 25.000 Joden gedeporteerd. In Nederland 140.000.

Gisteren stond in de Verdieping een stuk over het boek 'Jodenjacht' van Jan Kompagnie en Ad van Liempt. Het boek draagt als ondertitel: 'De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog'. Klaarblijkelijk is die rol nooit eerder zo goed onderzocht en daarom is meer dan 65 jaar na dato het woord 'onthutsend' wel op zijn plaats.

Het beeld dat hieruit naar voren komt, is niet meer dat van politiefunctionarissen die de bezetters gewillig waren, maar dat van een omvangrijke groep Nederlandse fanatieke antisemieten die met grof geweld een gestructureerde Jodenjacht hielden. Zo gewelddadig zelfs (martelingen en ook verkrachtingen werden toegepast) dat ze soms door de Duitse bezetter met disciplinaire maatregelen werden bestraft.

'Ze joegen met alle middelen op hun slachtoffers, ze overtraden daarbij alle denkbare rechtsregels, ze roofden waar ze konden, ze gebruikten geweld, ze pasten misleiding toe - en dat alles werd van hogerhand toegestaan (op een enkele uitzondering na) en vaak zelfs gestimuleerd', zeggen de auteurs van 'Jodenjacht'.

In totaal arresteerden de speciale anti-Joden-afdelingen van de politie 9000 personen. Toen ik dit allemaal las, moest ik denken aan de Antwerpse burgemeester die voor een minder wreed en omvangrijk politieoptreden gedurende de oorlog zijn excuses had aangeboden.

Nu kun je dit puur symboolpolitiek vinden maar excuses kunnen ook een apaiserende werking hebben bij slachtoffers en nabestaanden. Of de Nederlandse politie ook haar excuses zou moeten aanbieden naar aanleiding van dit boek moet ze zelf weten. Maar ik kan me een discussie hierover heel goed herinneren.

In 1997 schreef oud-journalist Hans Knoop een open brief in het Nieuw Israelitisch Weekblad waarin hij de politie om excuses vroeg voor haar rol in de Tweede Wereldoorlog. De voorzitter van de Nederlandse politiebond J. van Duijn trad vervolgens in bijna alle media op om vastberaden zijn weigering toe te lichten.

Excuses, zei hij, zouden geen recht doen aan agenten die principieel weigerden aan de deportatie van Joden mee te werken. In het licht van het pas verschenen boek 'Jodenjacht' is de weigering van 14 jaar geleden nu extra pijnlijk.

 

zaterdag 8 oktober 2011

Dagboek van een Herdershond

 
Dagboek van een Herdershond is onlangs in de TV-Canon tot beste dramaserie van de publieke omroep van de afgelopen 60 jaar gekozen.
 
Vorig jaar bleek het ook al het populairste KRO-programma (versloeg zelfs Boer zoekt Vrouw!):
 
U kunt uit de koplopers per genre (zg. "lijsttrekkers") nog stemmen voor het beste tv-programma van allemaal.
 
Dagboek van een Herdershond is voor mij natuurlijk puur jeugdsentiment (ik was toen 14 jaar), en ook zowat het eerste tv-programma dat in mijn eigen Limburg speelde, met de toen flink afgekalfde maar nog zeer herkenbare rol van de katholieke kerk. Het werd in Eijsden opgenomen maar speelde in het naburige Geleen (wat ik destijds niet wist), en de schrijver van het boek was een priester uit Sittard, geboren zelfs direct tegenover mijn huidige apartement (Er hangt een herinneringsplakette aan de muur). Het manuscript van "Kroniek eener parochie" waarop de tv-serie is gebaseerd, wordt bewaard in ons archiefdepot in de collectie Jacques Schreurs.
 
Wil Brassé
___________________________________________ 
 
 
Dagboek van een herdershond
 
In de serie Heimwee TV worden elke week tv-series uit de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig belicht die de geur van nostalgie ademen. We tellen af van 100 naar 1. Deze week nummer 5 : Dagboek van een herdershond.

Door Ray Simoen

Een timide kapelaan, die dagelijks discussieert met zijn engelbewaarder en zichzelf de herdershond van zijn baas, pastoor Bonhomme, noemt. Wie haalt het in zijn hoofd om daarover een tv-serie van zestien delen te maken? En dat ook nog in 1978, wanneer de kerken amper nog bezoekers over de vloer krijgen, pastoors steeds vaker alleen in carnavalsoptochten te zien zijn en iedereen vol vuur achter Marx, Stones of Cruyff aanloopt.

Toch was de KRO-serie Dagboek van een herdershond meteen al na zijn eerste aflevering op 16 januari 1978 een doorslaand succes. Zes miljoen kijkers kropen wekelijks voor de buis om naar de avonturen van de verlegen kapelaan Erik Odekerke te kijken in het Zuid-Limburg van 1914. Ook in Duitsland, Zuid-Afrika en Finland keken ze graag naar de Herdershond met de zachte g.

Fine fleur

De KRO zond de serie tussen 16 januari 1978 en 29 januari 1980 uit. Ze was gebaseerd op de trilogie Kroniek eener parochie van de Limburgse priester-schrijver Jacques Schreurs en werd geregisseerd door Willy van Hemert. Die kende Schreurs nog uit zijn studententijd aan het seminarie. Van Hemert had in de jaren zeventig al grote successen behaald met De Glazen Stad, De Kleine Waarheid en Bartje, die hij voor de NCRV had gemaakt. Zenuwachtig door deze NCRV-successen en door de opkomst van de nieuwe zender, de Evangelische Omroep, gaf de KRO Van Hemert opdracht om een serie te maken, die duidelijk rooms-katholiek geurde en kleurde. In de boeken van zijn vriend Schreurs kreeg Van Hemert het allemaal op een presenteerblaadje. In Joop van den Ende had hij een producent die wist hoe je de massa in de ziel kon raken. Eijsden leverde de prachtige dorpsplaatjes. Geleen was met zijn opkomende mijnindustrie de perfecte locatie voor een conflict tussen traditie en moderniteit. En de hoofdpersoon kapelaan Erik Odekerke wekte met zijn jeugdige onhandigheid voldoende stof voor sympathie, ergernis en spanning: allemaal gevoelens waarvoor de ontroerde kijker graag de zakdoek tevoorschijn haalde.

De grote tegenpool van de jonge kapelaan Odekerke was pastoor Bonhomme, met wie Odekerke een stroeve relatie onderhield. Toen Odekerke ook nog een bijbelles uit de hand liet lopen, had hij het ook verknoeid bij schoolhoofd
Bongaerts. Hulp in zijn moeilijke omgang met het dorp en zijn conservatieve elite vond hij bij kapelaan Paulus uit een naburig dorp. Maar de onzekere kapelaan werd vooral overeind gehouden door zijn engelbewaarder, die hem met humor, plaagstootjes en tips door de problemen loodste. Natuurlijk liep er ook een Eva door de serie. De kapelaan raakte bevriend met de mooie Miete van der Schoor. Zijn meer dan vriendschappelijke gevoelens voor Miete brachten de kapelaan van zijn stuk en zorgden voor overuren voor de engelbewaarder. Intussen roddelde het dorp lekker door over de kapelaan en 'zijn lief'. Prachtig drama, natuurlijk, met veel 'snikmomenten' en 'meeleef- scènes'. Zelfs de beroeps-tv-kijkers waren onder de indruk. In 1978 won 'de Herdershond' de Gouden Televizier-Ring.

Maar het waren niet zozeer de schilderachtige Limburgse decors en de verhaallijn, die deze serie tot zo'n groot succes maakten. De acteurs tilden deze roomse tv-reeks naar een ongekend hoog niveau. De fine fleur van de Nederlandse acteurswereld was afgereisd naar Zuid-Limburg voor een rol. Ko van Dijk als boer Bonte, Jan Teulings als Severinus van de Schoor, Joop Doderer, Hella Faassen, Guus Hermus, Johan te Slaa, Jeanne Verstraete en de jonge talenten Jo de Meyere als kapelaan Odekerke, Bruni Heinke als Miete van der Schoor en Renée Soutendijk als Klaasje Weenink. Het is heel wat anders dan wat nu in Goede Tijden, Slechte Tijden amper twee zinnen uit de strot kan krijgen.

Met 'reli-drama' trek je nu geen volle huiskamers meer. Maar alleen al door het prachtige spel van Ko van Dijk en Kees Brusse blijft het een genoegen om de dvd's van de Herdershond nog eens te bekijken. En dat is het natuurlijk ook voor de collega, die nog steeds beretrots is op zijn rol in het 'volk van Eijsden' die krap twee seconden lang was.

Gepubliceerd op: 18.01.10 06:00