dinsdag 10 mei 2011

Privacy, archieven, genealogieën en internet

De Sittardse zanger Nicolas Reubsaet (1843-1887)
 
 
Er vinden geregeld discussies plaats over privacy en het internet. Vaak gaat het er dan over dat mensen hun eigen persoonsgegevens te makkelijk prijsgeven op het web, met alle risico's vandien (zoals fraude en identiteitsdiefstal), dat toegangscodes van accounts bij banken (en recentelijk Playstation) niet veilig zijn voor hackers, of dat men al te exibitionistisch alle persoonlijke kommer op het web etaleert. Ook de omgeving van de fanatieke internetters heeft te vrezen voor haar privacy, zoals de ex die wordt afgekraakt of wiens intieme foto's en geheimen op het web verschijnen, of zelfs minder kwaadwillend: een niet erg vleiende foto van papa in zijn hemdje, met bierbuik op de bank hangend, staat onbedachtzaam in een online fotoalbum.
 
Genealogen en archieven lijken zich ook niet vaak druk te maken om privacy op internet, vaak vanuit de gedachte dat het (overwegend heel) oude informatie betreft over mensen die al lang overleden zijn. Genealogen en archieven hebben vaak als missie om gegevens te verzamelen, ordenen en beschikbaar te maken uit het verre maar ook recentere verleden, en privacy-overwegingen vormen dan een hinderlijk obstakel. Ik heb ook niet de indruk dat daarbij veel aandacht wordt besteed aan het verschil tussen de oude media en presentatievormen en de nieuwe zoals het internet. Hieronder een drietal voorbeelden, waarbij het mij niet gaat om wat wettelijk is toegestaan, maar om wat gepast zou zijn.
 
Stelden bijvoorbeeld (verre) verwanten 20 jaar geleden familiefoto's en verhalen beschikbaar om te publiceren in een boekwerk van enkele honderden exemplaren, bedoeld voor familieleden en enkele archieven en geinteresseerde genealogen en eventueel de lokale bibliotheek, dan lijkt mij de vraag terecht of men zonder verdere toestemming die gegevens nu mag digitaliseren en op het wereldwijde web mag plaatsen. Daar staan regelmatig ook de volle namen en geboortedata en soms adressen en andere details in vermeld van recente generaties.
Sporadisch vindt men zulke informatie ook wel in de krant, bijvoorbeeld in geboorteadvertenties, maar het wordt kwaadwillenden nu wel erg makkelijk gemaakt. Een simpel voorbeeld is de inbrekers die hun slag slaan tijdens een in de krant aangekondigde trouwerij of begrafenis, maar ook voor identiteitsfraude zijn een naam, adres en geboortedatum al een aardig begin. Overigens is de groeiende digitale beschikbaarheid van kranten zelf in dit opzicht al enigszins problematisch.
Mijn primaire bezwaar is dat een boekwerkje met een beperkte oplage en verspreiding van een hele andere orde van grootte is dan het internet, waar het voor onbeperkte tijd voor een onbeperkt aantal mensen te vinden is en met Google makkelijk op de hele inhoud te doorzoeken.
Met recenter onderzoek is dit bezwaar minder: mensen kunnen er tegenwoordig op bedacht zijn dat gegevens die ze verstrekken op internet zullen of kunnen belanden, al is het wel zo netjes als de genealoog daar expliciet op wijst of vraagt of en wat op internet mag. Overigens worden nieuwe onderzoeksgegevens meestal meteen in een genealogieprogramma ingevoerd, en stellen de meesten die bij publicatie op het web wel zo in dat de privacyfilter recente gegevens automatisch afschermt.
 
Afgezien van mogelijke veiligheidsrisico's, kan men zich ook vanwege de privacy op zich afvragen waar het beschikbaar stellen via internet moet eindigen. Ik zag vandaag dat een enthousiaste genealoog niet alleen de zakelijke persoonsgegevens van een bidprentjescollectie had ingevoerd, maar ook verhaaltjes op de bidprentjes had overgetypt, over het dienstbare leven en de lange lijdensweg, tot aan de dankbetuiging aan wijkverpleging en artsen. Een bidprentje wordt als openbare bron gezien in archieven- en genealogenland, maar was toch bedoeld voor de familie, vrienden en kerkgangers die de begrafenis bezochten en de overledene kenden. Dat ik de tekst van het bidprentje van mijn vader op internet heb gezet, was mijn eigen keus, en dat lijkt me ook de juiste benadering. Zelfs publicatie van de primaire gegevens van een overledene stuit soms op verzet. Zo kreeg ik boze mails van een zigeunerfamilie toen ik de bidprentjesdata van hun overleden vader op mijn site had staan. Ik heb die uiteraard zonder morren maar met excuses meteen verwijderd.
 
In het kader van behoud van cultureel erfgoed worden tegenwoordig subsidies verleend aan instellingen en archiefdiensten, om de nalatenschap van schrijvers, dichters en andere belangwekkende landgenoten te conserveren en beschikbaar te maken, onder andere door hun archieven en verzamelingen te digitaliseren en op internet te zetten. Ook daar heb ik wat bedenkingen bij. Het is nogal een investering, voor collecties waarin meestal maar enkele onderzoekers belangstelling zullen hebben. Al is het natuurlijk wel handig dat die straks ook vanuit New York of Tokio zich kunnen verdiepen in het leven van een Sittardse dichter; is het nu echt zinvol dat de brieven die iemand bijvoorbeeld in de jaren '20 schreef aan zijn moeder of lief, voor iedereen op internet te lezen zijn? En zou u dat willen met uw oude liefdesbrieven, ook ver na uw dood?
 
Wil Brassé
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen