dinsdag 19 augustus 2008

Holocaust overlevende vecht voor teruggave aquarellen

 
Onderstaand verhaal ontving ik via mijn broer. Wie Dina wil steunen kan het Auschwitz Museum mailen of schrijven, de contactinfo is hier. (De zoekfunctie op de website lijkt niet te werken.)
 
Joe Kubert en Stan Lee zijn overigens beiden van Joodse afkomst, Neal Adams (zijn naam wordt hieronder verkeerd gespeld) niet.
 
Wouter
________________
 
 
Neal Adam, Joe Kubert en Stan Lee zijn drie tenoren in de comicwereld. Ze bundelden hun krachten om het schrijnende verhaal van holocaustoverlevende Dina Gottliebova Babbitt te vertellen en het museum van Auschwitz te overhalen haar aquarellen eindelijk te overhandigen. Het museum weigert tot op de dag van vandaag toe te geven. Een petitie uit 2006 van 450 striptekenaars en cartoonisten maakte niet het verschil.
 
Dina overleefde twee jaar in het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau door aquarelportretten te tekenen voor de wrede nazidokter Jozef Mengele. Haar kleurenportretten moesten de nazi's helpen om de huidskleur van zigeuners te herkennen. Een deel van haar schilderijen overleefde eveneens het kamp. Vandaag zijn zeven ervan in het bezit van het Auschwitz-Birkenau Memorial en Museum in Polen.
 
Dina is er 85, woont in Californië en wacht vastberaden, met geduld en hoop tot ze eindelijk haar werken in bezit krijgt. Het is de tweede strijd die ze in haar leven moet vechten. In een e-mail aan The New York Times liet ze het volgende weten: "Ik ben een totaal wrak. Ik voel me net zo hulpeloos als toen ik nog in het kamp zat. Totaal machteloos". Haar verhaal werd door Adam, Kubert en Lee in een zes pagina's tellende comic gegoten. Je kan het hier downloaden als pdf-document.
 
Neal Adam (die de comicreeks Batman uit het slop hielp na de campy tv-reeks uit de jaren zestig) tekende alles. Joe Kubert (wier carrière van de jaren veertig tot nu uitstrekt met medewerking aan zowat elke superheld) hielp alles in inkt zetten terwijl Stan Lee (zowat de succesvolste comicscenarist aller tijden met The Hulk, X-Men, Spider-Man, Fantastic Four en vele anderen als wapenfeiten) de introductie schreef. Het scenario van het verhaal zelf is van de hand van Rafael Medoff, directeur van de David S. Wyman Institute for Holocaust Studies dat zich over de zaak-Babbitt buigt. Medoff en Adams hebben de comicidee voorgelegd aan de twee grootste uitgeverijen, DC Comics en Marvel, maar er is nog geen akkoord. In 2006 kwamen de twee heren een eerste keer in contact toen een petitie, waarop uiteindelijk 450 internationale comicartiesten en cartoonisten hun handtekening plaatsten, bij Adams terechtkwam. Op zijn tiende verbleef hij in Duitsland omdat zijn vader er als soldaat was gestationeerd. Op school zag hij wat de holocaust betekende en hij werd er niet goed van.
 
In 2003 maakte Kubert de graphic novel Yossel: April 19, 1943 waarin hij ervanuit ging hoe zijn leven eruit zou zien mocht zijn familie in 1926 Polen niet had verlaten. In de strip moeten Yossel (Kuberts alter ego) en zijn familie zien te overleven in het getto van Warschau. Als getalenteerd artiest genoot Yossel een voorkeursbehandeling van de Duitsers. De graphic novel werd door critici de hemel ingeprezen, maar Kubert beweerde achteraf dat het de vergelijking niet kan doorstaan met Dina's ware verhaal. "Haar talent om te schilderen en tekenen redde letterlijk haar leven en dat van haar moeder", zei hij er over.

Sneeuwwitje in Auschwitz
 
In haar jeugd in Brno, Tcjechoslovakije, tekende Dina Mickey Mouse en Donald Duck na. Met haar moeder Johanna belandde ze in 1943 in het kamp van Auschwitz. Ze was toen negentien. Op een muur van een barak voor kinderen schilderde ze een tafereeltje uit Walt Disney's tekenfilm Sneeuwwitje die ze zelf zeven keer had gezien. De kinderen vroegen naar meer. Ze wilden de zeven dwergen zien en enkele dieren. Door te schilderen voelde ze zich meer op haar gemak, menselijker.
 
In februari 1944 kwamen haar schilderijen in de belangstelling van kampdokter Jozef Mengele die gruwelijke experimenten op geselecteerde gevangenen uitvoerde. Hij was niet tevreden met de foto's die hij liet maken van zigeuners die moesten dienen om hun genetische inferieuriteit aan te tonen. Mengele verlangde van haar aquarelschilderijen om de kleurtonen van de donkere huidskleuren beter te vatten. Dina stemde toe op voorwaarde dat het leven van haar moeder gespaard bleef. De anderen die met haar werden opgepakt, belandden in de gaskamer. Resultaten van Mengeles experimenten (waaronder een doormidden gesneden hart) moest ze ook schilderen. 
 
Na de bevrijding van het kamp in 1945 verhuisde ze naar de Verenigde Staten waar ze zeventien jaar als assistent-animator werkte voor verschillende animatiestudio's, MGM en Warner Brothers incluis. Ze hielp er onder meer Daffy Duck en Speedy Gonzalez animeren. Ze trouwde tevoren in Praag met Arthur Babbitt die toevallig de hoofdanimator was van Dopey... een van de zeven dwergen uit Sneeuwwitje. In 1962 kwam het evenwel tot een scheiding. Haar hele verhaal (in het kort) kan je dus als comic lezen in deze pdf.

Museum geeft niet toe
 
In 2001 liet het Auschwitz-museum in een officiële verklaring weten dat het in 1963 zes van Dina's originele portretten had gekocht van een andere overlevende. Een zevende verwierf het museum in 1977. In 1973 nodigde het museum Dina uit de portretten als de hare te identificeren. Bij aankomst in Polen had ze een grote koffer bij om haar schilderijen in op te kunnen bergen en mee te nemen naar huis. Maar een aanbod om ze terug te krijgen, kwam er niet. Het museum argumenteerde dat de portretten belangrijke bewijzen zijn van de genocide en deel uitmaken van het cultureel werelderfgoed. Op een ander ogenblik beweerde de directeur van het museum zelfs dat Mengele eigenlijk de rechtmatige eigenaar was.
 
Dina liet niet af. Politici, de media en artiesten steunden haar zaak. In 1997 stond ze een laatste keer aan de deur van het museum in gezelschap van een televisieploeg van NBC's Today Show. In 2002 werd de zaak in het House of Representatives bekeken om een resolutie af te dwingen waardoor de overheid er zich mee kon bemoeien. In 2006 werd de zaak bepleit voor het Congres. Maar het museum bougeerde niet. Er werd ook te weinig druk uitgeoefend van de Amerikaanse overheid op het door de Poolse overheid ondersteunde museum.
 
Vooral bij comicartiesten vindt ze gehoor. In de VS vochten velen zelf al een decennialange strijd voor de overhandiging van originelen die uitgevers tot de jaren zeventig als hun bezit beschouwden of voor een betaling die overeenkomt met behaalde successen.
Met de
comic proberen de auteurs voor een zoveelste keer de Poolse overheid of het museum te doen buigen.

 
(Bron: George Gene Gustines — The New York Times, 8 augustus 2008)
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen