donderdag 25 november 2010

Hoe ontstonden Joodse voornamen en familienamen?

 
Met dank aan Ratna voor de tip, en natuurlijk aan Maarten van der Meer voor het op internet plaatsen ervan, hieronder een artikel van de website Vernoeming.nl (die ik nog niet kende).
 
Over het onderwerp is natuurlijk veel meer te vertellen, maar dit is een aardig beginnetje. Alleen de opmerking over "fantasie-namen" als Dikker en Dunner, Goudeket, Rozendaal en Rosenthal vond ik wat al te gemakkelijk: het moet eerst maar eens uitgeplozen worden of voor deze namen niet toch een andere verklaring te vinden is?
 
 
Wouter
________________
 
Bron:
 
In Het Joodsche Weekblad verscheen op 23 januari 1942 het artikel
Hoe ontstonden Joodsche voornamen en familienamen
van de hand van een zekere H.H.
 

De oudste tot ons gekomen Joodsche – of zuiverder gezegd Hebreeuwsche – namen, waren persoonlijke, op zich zelf staande namen, zonder een enkele aanduiding erbij, die op iets als een familie- of geslachtsnaam wees. Dat waren bijvoorbeeld namen als Abraham, Isaac, Mozes, enz. Een enkele maal wordt, om den bezitter van den naam klaarblijkelijk te onderscheiden van een tijdgenoot of van tijdgenooten, die denzelfden naam dragen, de naam van diens vader of van diens afstamming er steeds bij vermeld, zooals Josua ben (de zoon van) Noen, Elija de Tisjbiet.

In de oudste periode van de Joodsche geschiedenis hadden de namen vaak een bepaalde beteekenis en zij werden dan ook in verband met deze beteekenis gegeven. Herhaaldelijk kwam het voor, dat zulk een naam samenhing met de Godheid. Voorbeelden hiervan zijn o.a. Jisraeel (Israël) en Sjémoeëel (Samuel). Het laatste gedeelte van dien naam "=eel" beteekent Machtige, God.

Vaak ook werden namen ontleend aan de volken, waarmee men in contact was geweest. Zoo dook tijdens de Babylonische ballingschap voor het eerst de naam Mordechai op, die ontleend is aan Mardoek, een Babylonische godheid, terwijl de naam Esther, in Perzië ontstaan, verband houdt met de godin Isjtar.

Onder invloed van de Egyptisch-Grieksche beschaving drong de naam Isidoor in vele Joodsche families, reeds in den oudheid door (Isidoor wil zeggen: geschenk van Isis).

Ptolemaeus heetten een serie heerschers over Egypte, waarmee, na den dood van Alexander de Groote de inwoners van Judea veel in contact waren. Uit dien naam Ptolemaeus ontstond de vroeger veel bij de Joden voorkomende naam van Tolmai, de zoon van Tolmai was Bar-Tolmai (Bar is in het nabijbelsche Hebreeuwsch vaak gebruikt inplaats van "ben"; beide woorden beteekenen „zoon van"). Uit Bartolmai is later weer de naam Bartholomaeus ontstaan een naam, die in niet-Joodsche kringen opgang maakte.

Uit den Griekschen zonnegod Phoibos, werd Feibes en Feiwel, een bekende naam in Oost-Joodsche kringen. De in Joodsche families veel voorkomende namen van Markus en Julius – vooral bij Joden uit Duitschland afkomstig – stammen uit het oude Rome. Uit Alexander ontstond Sander en het jiddisje Sender.

Vaak droegen en dragen Joden z.g. wereldlijke namen – namen overeenkomende met die, welke in het land hunner inwoning in zwang zijn en oude Hebreeuwsche namen voor synagogaal gebruik (Albert en Aaron, Maurits en Mosjé). In het nieuwe Palestina zijn vele nieuwe, geheel zuiver Hebreeuwsche namen gevormd in de laatste tientallen jaren, zooals Ora (Lichtende), Tikwah (Hoop), Awiwit (Lente-achtige). etc.

 

Dat wat de Joodsche voornamen betreft. De familienamen hebben een gansch andere en veel kortere historie. Natuurlijk noemden zij. die volgens overlevering tot de priesterkaste behoorden zich steeds Ha-Koheen (de priester) en zij, die Levieten waren Ha-Levie (de Leviet).

Maar familienamen, die eigenlijk meer het karakter van een toenaam of een bijnaam hadden, ontstonden in veel latere perioden. De Sefardische Joden, afkomstig uit Portugal en Spanje hadden vaak in de middeleeuwen reeds familienamen. De familie Abravanel of Abarbanel levert reeds in de vijftiende eeuw onder dien familienaam een aantal groote Joodsche geleerden op. Asjkenazische Joden hebben voor het overgroote deel eerst in het begin van de negentiende eeuw vaste familienamen gekregen, terwijl er thans nog Joden in den Oriënt leven, die nog steeds geen familienaam hebben.

De Joodsche familienamen zijn in het algemeen in dezelfde soorten onder te verdeelen als de niet-Joodsche familienamen. Het zijn namen, die aan den naam van den vader ontleend zijn, aan de plaats van herkomst, aan het beroep, en beschrijvende namen. Een bijna uitsluitend bij Joden voorkomende familienaam is die, welke gevormd wordt uit afkortingen van bijvoorbeeld naam met bijnaam.

Vaders- en stadsnamen

Van al deze soorten zullen wij hier enkele voorbeelden laten volgen. Toen men in den Napoleontischen tijd tot het kiezen van een familienaam moest overgaan of een bepaalde familienaam met behulp van den ambtenaar van den burgelijken stand toegewezen kreeg, kon het bijvoorbeeld voorkomen, dat iemand, die Abraham ben David heette als familienaam koos Davids (afkorting van Davidszoon), Davidson, Davis (o.a. Engelsch) of Davidssohn (Duitsch).

Namen ontleend aan de plaats van herkomst zijn bijvoorbeeld: Van Praag, Oppenheimer (uit Oppenheim). Ansbacher (uit Ansbach), Wertheimer en Wertheim. Velen kozen als naam den naam van het dier. waarmee Jakob bij de zegeningen aan zijn zonen, zijn zonen vergeleken had. Zoo ontstonden de Joodsche namen De Leeuw, Leon, Lowe en Löwe, ter herinnering aan Juda, die door aartsvader Jakob met een leeuw vergeleken was. Er waren, die den naam Wolf of De Wolf(f) of Lopez kozen als herinnering aan den stam Benjamin.

Beroep en fantasie

Een gansche groep Joodsche familienamen stamt uit de "Judengasse" te Frankfurt a. Main. waar de huizen met een bepaald teeken voorzien waren: Rothschild, Schwarzschild, Gans, Schiff.

Namen, die de bezigheden of beroep van den bezitter (oorspronkelijk) aantoonen, zijn er te over bekend. Om enkele der bekendste, speciaal in Nederland voorkomende Joodsche te noemen: Kleerekoper, Schuster, Schijvenschuurdsr, Augurkiesman, Gazzan, Rabbie etc.

Beschrijvende namen, namen, die min of meer een eigenschap aanduidden, zijn: Schwarz, Groot of De Groot, Klejn, Weisz. Daarbij kunnen "fantasie-namen" als Dikker en Dunner, Goudeket, Rozendaal en Rosenthal en troetelnamen als Koppel (ontstaan uit het Jiddisje verkleinwoord van Jakob: Jakobbele), Messel (op dezelfde wijze uit Mozes ontstaan) en nog meer van dergelijke genoemd worden.

Afkortingen

Tenslotte zijn er de namen uit afkortingen ontstaan. Zoo is Katz gevormd – in Hebreeuwsche karakters, waarbij slechts de medeklinkers geschreven werden – uit Kahen Tsedek (rechtvaardige priester) en de naam Schatz van Schelieach Tsibboer, wat voorzanger in de synagoge beteekent, letterlijk: de gezondene van de gemeente.

H. H.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen