maandag 2 mei 2011

Nog 208.000 Holocaust overlevenden in Israel

 
Anders dan de meeste Holocaustmonumenten, herdenkt dit monument uit 1989 in Brunssum vooral de redding van 250 ondergedoken Joodse kinderen en de verzetsgroep en pleeggezinnen die hen uit de handen van de nazi's wisten te houden. (PvdA prominent Ed van Thijn was één van die kinderen.)
 
Ongetwijfeld zullen een aantal van deze kinderen zich na de oorlog in Israel hebben gevestigd en horen bij de 208.000 Holocaust overlevenden die daar nog steeds leven.
 
In Nederland worden aanstaande woensdag 4 mei alle oorlogsdoden herdacht, naast de internationale Holocaust Remembrance Day op 27 januari (de bevrijding van Auschwitz). Vandaag, 27 Nisan, was de jaarlijkse Holocaust herdenking in Israel, een dag waarop de sirenes loeien en alle bedrijvigheid tot stilstand komt. De Israeli's hebben hiervoor in 1951 de datum gekozen van de opstand in het getto van Warschau. Dat past bij het land, dat gestoeld is op de notie dat de Joodse gemeenschap zichzelf moet kunnen verdedigen, en dat idee al 63 jaar waarmaakt.
 
Wouter
_____________


208.000 Holocaustoverlevers
Metro, maandag 2 mei 2011-05-02
http://metropoint.metro.lu/20110502_MetroHolland.pdf
 
Meer dan zestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog wonen er in Israël nog ongeveer 208.000 mensen die de Holocaust hebben overleefd. Ongeveer de helft van hen is ouder dan 80 jaar. Dat heeft een stichting voor slachtoffers van de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog in Tel Aviv meegedeeld. Gisterenavond begon in Israël de herdenking van de Holocaust, die tot vanavond duurt. Tijdens de jaarlijkse gedenkdag, ingewijd in 1953, wordt stilte gehouden voor de zes miljoen slachtoffers die omkwamen in de Holocaust. Van de 208.000 mensen hebben er ongeveer 74.000 in een concentratiekamp of een getto gezeten.
De rest was voor de nazi's gevlucht of was ondergedoken. In de jaren na de oprichting van de staat Israël in 1948 maakten overlevenden van de Jodenvervolging bijna de helft van de bevolking uit. Nu is dat nog ongeveer 4 procent.
Er wordt rekening mee gehouden dat over 16 jaar geen Israëliër meer uit eigen ervaring over de verschrikkingen kan vertellen.
 
 

zaterdag 23 april 2011

Rosanne Hertzberger over koosjere slacht en de lekkere trek van atheïsten


 
Een verhitte discussie laaide op terwijl ik op vakantie was, waarbij ik als vegetariër en dierenrechtenactivist enerzijds, en me betrokken voelend bij de Joodse gemeenschap anderzijds, in een spagaat verkeer.
 
Ratna heeft er op haar IMO Blog een uitgewogen stuk aan besteed, zie: Hoe koosjer is slachten?
Haar conclusie is - wat vrij en kort door de bocht samengevat - dat religies zich ook (eindelijk eens) moeten gaan oriënteren op de 21e eeuw en de wetenschappelijke inzichten en humanitaire waarden van deze tijd, in plaats van vast te houden aan normen die 1000 (islam), 2000 (christendom) of 3000 (jodendom) jaar geleden werden opgesteld en door veel gelovigen als Goddelijk en dus onveranderlijk worden beschouwd.
 
Rosanne Hertzberger hieronder, die nog geboren moest worden toen ik vegetariër werd, weet me anderzijds ook te imponeren met haar betoog dat een verbod op religieus slachten een gevecht in de marge is, en nogal hypocriet als voorstanders er zelf geen been in zien om een karbonaatje uit de bio-industrie te verorberen.
Natuurlijk ben ik het met lang niet alles wat ze schrijft eens, zoals dat ze klaagt over een 'obsessie' voor dierenwelzijn, of dat de PvdD het makkelijk vechten vindt tegen godsdienstvrijheid (Marianne Thieme is zelf lid is van de Zevende-dags Adventisten). Maar haar waarschuwing tegen een onverdraagzaam, militant atheïsme dat de godsdienstvrijheid uitholt spreekt me wel aan, en vooral de hypocrisie van de carnivoor die religieus slachten wil verbieden.
 
Zie voor mijn mening verder mijn reacties onder de blog van Ratna.
 
Wouter
_______________
 
Een Kamermeerderheid kan zich nu zelfs beter inleven in een kip dan in een gelovige.

Column van Rosanne Hertzberger in NRC-Next, 12 april 2011 

http://www.nrcnext.nl/columnisten/2011/04/12/4156/


Het militante atheïsme is in opkomst.

Een Kamermeerderheid kan zich nu zelfs beter inleven in een kip dan in een gelovige.

Een nieuw hoogtepunt in de obsessie voor dierenwelzijn is bereikt. Een meerderheid in de Kamer steunt een wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren voor een verbod op onverdoofd slachten. Voortaan moeten orthodoxe joden en moslims het vlees, alsof het illegaal vuurwerk is, maar in België gaan halen. Waar ik het eerder pertinent oneens was met Bolkestein toen hij zei dat religieuze joden maar beter konden emigreren, begrijp ik hem nu beter. Het zijn alleen niet de Marokkaanse plaaggeesten van Nieuw-West die het religieus Joodse leven bedreigen. Nee, het grootste gevaar komt uit Den Haag.

D66, GroenLinks, SP, PvdA, PVV, ze gaan allemaal volgende week voor stemmen. Stuk voor stuk zullen de partijen beargumenteren dat godsdienstvrijheid een gigantisch goed is, een fundamenteel recht in een vrije samenleving. Maaaarrrr. Dat gigantische goed legt het af tegen het nog gigantischer goed van dierenwelzijn. SP-kamerlid Henk van Gerven licht toe dat volgens hem godsdienstvrijheid het lijden van een levend wezen niet rechtvaardigt. Let wel, dat Henk zin heeft in een lekker biefstukje rechtvaardigt het lijden van een levend wezen. Dat bontkraagjes in de mode zijn rechtvaardigt het lijden van een levend wezen. Dat een topkok graag foie gras aan zijn klanten wil serveren rechtvaardigt zelfs ernstig lijden van een levend wezen. Dus terwijl lekkere trek het lijden van een levend wezen rechtvaardigt, rechtvaardigt godsdienst helemaal niets. Lijdt religieus slachtvee meer? Misschien. Misschien niet. Maar zelfs als dat zo is dan is het extra leed maar een fractie van het leed dat wij Nederlanders bij elkaar veroorzaken, niet uit overtuiging, maar gewoon omdat we van kroketjes houden, of kipnuggets. Dit is een gevecht in de marge, over details. Een keus tussen dood door verhanging of de guillotine.

Waar zijn de D66'ers die vooraanstonden om Wilders' rechten te verdedigen?

Je kunt je afvragen waarom de Partij van de Dieren een strijd kiest, waarbij gevochten moet worden tegen een fundamentele vrijheid. Waarom niet eerst aan de bontjasjes van de fashion victims trekken, of de foie gras van de menukaarten afkrijgen? Antwoord: omdat het helemaal niet zo moeilijk vechten is tegen godsdienstvrijheid. In een land dat massaal Masterchef en Topchef kijkt, waar de nieuwe superhelden Alain Ducasse, Sergio Herman en Jonnie Boer heten, bestaat aanzienlijk minder draagvlak voor een verbod op foie gras, dan een verbod op onverdoofd slachten. Het lijkt er sterk op alsof het wetsvoorstel niet ondanks maar dankzij de religieuze tegenstand een succes is geworden. Aan alle kanten van het politieke spectrum verschijnt steeds meer militant atheïsme. Je ziet het in nieuwe politieke aversie tegen hoofddoekjes, boerka's en besnijdenis. Liberale kamerleden als Jeanine Hennis die ineens willen bepalen wat moslima's wel en niet aan mogen naar hun werk bij de gemeente. En op internet zijn de voortekenen te zien van de opmars van een agressiever, fanatieker soort atheïsme. Filmpjes waarin de schrijver van het boek Hoe komen we van religie af? religie met Hitler vergelijkt (Hitler had ook goede kanten) krijgen 40.000 instemmende reacties. De tirades tegen die achterlijke moslimhonden van agressieve atheïst Pat Condell genieten mateloze aanhang. Het zijn mensen die met succes betogen dat religie de grootste aanstichter van kwaad en geweld in de wereld is. Dat we pas gelukkig kunnen zijn als alle gelovigen ook overtuigd raken van die ene Wetenschappelijke Waarheid. Ik vind ze levensgevaarlijk en ze krijgen een steeds grotere rol.

Begrijp me niet verkeerd. Ik geef niets om koosjer geslacht vlees. Het fanatisme komt me vreemd voor: waarom zou je zo hechten aan die ene zinsnede in de Thora waaruit geconcludeerd wordt dat een verdoving niet is toegestaan? Waarom interpreteer je daar niet gewoon een beetje omheen als dat alles zo ontzettend veel makkelijker maakt?

Waarom niet eerst aan de bontjasjes van de fashion victims trekken?

Maar dat is precies godsdienstvrijheid. Het idee dat je zonder dat je het kunt begrijpen toch rekening houdt met de religieuze praktijken van je bevolking. Dat je elke burger de vrijheid gunt een eigen waarheid erop na te houden en het leven volgens die waarheid in te richten, hoe onlogisch, irrationeel, of ronduit dom je die waarheid ook vindt. Ik vind die vrijheid dusdanig belangrijk dat er in mijn ogen een verdomd goede reden nodig is om die in te perken. Inbreuk op de vrijheid van anderen bijvoorbeeld, vrouwenrechten, het verbod op discriminatie van homoseksuelen. Het vermoeden van een fractie meer pijn tijdens de slacht van dieren komt niet eens in de buurt.

Dit was het decennium van de clash tussen de grondrechten. Hoe vaak hebben we wel niet gedebatteerd over de vrijheid van meningsuiting en wie wat in welke context mag zeggen, waar die vrijheid begint en waar die eindigt en wanneer een rechter die enorme stap mag zetten om hem in te perken. Het waren telkens vooral de progressievelingen, aanhangers van D66 en co, die vooraanstonden om Wilders' rechten te verdedigen. Zijn meningen vonden ze afschuwelijk, maar juist wanneer afschuwelijke dingen gezegd werden, moest die vrijheid van meningsuiting het hardst verdedigd worden.

Waar zijn de mensen die dat destijds zeiden? Waarom zijn ze nu niet bereid om een vrijheid te verdedigen nu het lelijk wordt, nu het schuurt, nu we over leegbloedend slachtvee moeten praten in een tijd dat dierenwelzijn meer en meer in de mode raakt? Juist nu moet de godsdienstvrijheid het hardst verdedigd worden. Als elke gelovige alleen maar in stilte achter de voordeur, of nee, compleet onzichtbaar gelooft, is er ook geen godsdienstvrijheid nodig.

Ik vrees dat deze nieuwe wet een makkelijke overwinning was. Dat er zoveel onderhuidse weerzin tegen de godsdienstige medemens bestaat, dat het de liefde voor de dieren hier en daar overtreft. En nu geen atheïst meer bereid lijkt om de godsdienstvrijheid te verdedigen, lijkt het me een kwestie van tijd voordat artikel 6 wordt ingeruild voor het absolute en ononderhandelbare recht op een fantastisch leven van de kip. Een recht dat alleen geschonden mag worden als een atheïst lekkere trek krijgt.

 

dinsdag 8 februari 2011

Geef je hart aan een ander - 2 Miljoen Handtekeningen voor actief beleid donorregistratie

 
Wat hebben Femke Halsema, Alexander Pechtold, Kluun, Yvon Jaspers, Giel Beelen, Claudia de Breij, Angela Groothuizen, Paul de Leeuw en vele anderen met elkaar gemeen, buiten dat ze bekende Nederlanders zijn?
Ze hebben zich allemaal geschaard achter de petitie om met 2 miljoen handtekeningen de regering te bewegen een actief donorregistratiesysteem in te voeren in Nederland. Met die niet-zo-duidelijke term wordt bedoeld dat iedereen automatisch orgaandonor is, tenzij hij of zij laat registreren dat hij/zij géén orgaandonor wil zijn. (Dat is dan blijkbaar het 'actieve' gedeelte, ik zou het een 'geen bezwaar' systeem of zoiets noemen.)
 
Helaas staat de teller van de website nog op minder dan 50.000 handtekeningen, ondanks alle BN-ers, dus geen wonder dat de regering dit nog makkelijk naast zich neer kan leggen. Misschien is er een huis-aan-huis actie nodig (zoals het volkspetitionement tegen de kruisraketten in 1985), of helpt het als BNN nog eens zo'n Grote Donor Show op tv houdt....?
 
Wouter
____________
 
 

Minister Schippers blijft goed bedoeld water naar de zee dragen.

Stichting 2 Miljoen Handtekeningen betreurt de beslissing van Minister Schippers die voornemens is vast te houden aan het huidige donorbeleid.

Dat een minister blij is met 233.000 extra registraties vindt de stichting opmerkelijk. Niet alleen besteedde het ministerie enkele miljoenen aan deze campagne, waaraan vele bekende Nederlanders meededen, het aantal registraties in het donorregister nam nauwelijks toe, terwijl de wachtlijsten dat wel deden. Van 7,7 miljoen niet-geregistreerde Nederlanders is onbekend wat zij willen: wel of geen donor zijn. Volgens de minister zijn nu 5,5 miljoen mensen geregistreerd. Indien er in de komende jaren met dezelfde intentie en  miljoenen euro's wordt doorgegaan duurt het nog een eeuwigheid om meer mensen wel dan niet geregistreerd te krijgen.

Dit moet voor een liberale minister om twee redenen niet wenselijk zijn. In eerste instantie moet het uitgangspunt zijn dat de meeste Nederlanders zelf bewust de keuze maken (zelfbeschikking). Zolang mensen zich niet registreren, moeten in de huidige WET nabestaanden de donatiebeslissing op een zeer moeilijk moment nemen. Nu een ruime meerderheid dat al jaren dus niet doet, kan niet alleen geconcludeerd worden dat de huidige wet op orgaandonatie niet effectief gebleken maar dat er dus ook eigenlijk geen sprake is van zelfbeschikking. Immers wanneer de wens van de overledene onbekend is beslissen de nabestaanden en hopelijk in lijn met de wens van de overledene. 

Als tweede reden is het aantal registraties in het donorregister de afgelopen 10 jaar tussen de 100.000 en 200.000 per jaar gestegen. Dit komt doordat de Nederlandse bevolking nog steeds groeit, het aanschrijven van mensen die 18 zijn geworden of zijn genaturaliseerd tot Nederlander. Hiernaast zijn er vele acties van de gezondheidsfondsen zoals de Nierstichting.  Het is dan ook een illusie dat alleen voortzetting van een campagne ooit zal resulteren in dat een meerderheid zelf de keuze actief vastlegt. Minister Schippers blijft zo dus goed bedoeld water naar de zee dragen.

Om dit moment ligt er naast de brief van de minister de burger petitie van de Stichting 2 Miljoen Handtekeningen ( http://tinyurl.com/2MH-petitie ). De stichting heeft met ruim 48.000 handtekeningen op 7 december de Tweede Kamer verzocht actieve donorregistratie in te voeren. Het burgerinitiatief roept dan ook de Tweede Kamer op snel een debat over dit onderwerp in te plannen. Actieve donorregistratie zal zorgen voor normverandering en ertoe leiden dat mensen zelfbewust een afweging zullen maken en zelf hun verantwoordelijkheid zullen nemen, zodat uiteindelijk het noodzakelijk aantal donaties zal toenemen. Er sterven immers ongeveer 200 mensen per jaar op de wachtlijst.

In februari 2010 werd een motie voor invoer van ADR van de SP afgewezen tijdens een spoeddebat. De toenmalige regering vond dat het onderwerp niet in een spoeddebat kon worden afgehandeld en was voornemens verdere onderzoeken naar wetssystemen af te wachten. Die zijn er niet gekomen. Minister Schippers gaat nu voorbij aan het momentum van dat debat - direct daarna viel het kabinet over Uruzgan -, onderzoeken die inmiddels ook hebben aangetoond dat ADR internationaal juist wel tot betere resultaten leidt, en het resultaat van de burgerpetitie.

Vicevoorzitter Menno Loos van de stichting 2MH: "Een schipper weet dat het verstandig is om een nieuwe koers in te zetten als je niet vooruit komt. In de afgelopen vijf jaar zijn de wachtlijsten niet afgenomen, is het aantal donorregistraties ten opzichte van de Nederlandse bevolking gelijk gebleven, en het aantal werkelijke donaties is nauwelijks toegenomen. Dit ondanks dat het ministerie van VWS en alle grote gezondheidsfondsen enkele miljoenen hebben gestoken in de Nederland zegt Ja campagne, effectievere ziekenhuisprocedures en donatie bij leven. Hoe kan minister Schippers zeggen dat die campagne een succes is?"

 

vrijdag 4 februari 2011

Graetheide Groen en Limburg Groen? - 16 februari discussie verkiezingen Provinciale Staten

 
Ik denk er sterk over hier toch eens heen te gaan. Het is van de zotte hoe men door blijft gaan met woningbouw en wegen aanleggen, terwijl volgens alle prognoses de Limburgse (en Nederlandse) bevolking de komende decennia flink zal krimpen (qua aantal; de omvang van de gemiddelde Limburger groeit wel flink ;-)).
 
Met pijn in het hart zie ik al jaren aan hoe mooie groengebieden en rustige dorpjes hieraan worden opgeofferd. Limburg wordt er bepaald niet mooier op...
 
Wouter
____________
 

Discussiebijeenkomst verkiezingen Provinciale Staten, woensdag 16 februari in Berg aan de Maas

 

Het Graetheidecomité organiseert in samenwerking met de Limburgse Milieufederatie op woensdagavond 16 februari een  openbare discussieavond in het kader van de verkiezingen voor Provinciale Staten. Thema van de discussie is:

 

Natuur of industrie: toekomstige ontwikkelingen in de Westelijke Mijnstreek en in het bijzonder op en rond Graetheide.

 

De avond staat onder leiding van Jan de Koning (L1 TV) en vindt plaats in het MFC in Berg aan de Maas (Bergerstraat 1). De discussie-avond begint om 19u30 en zal duren tot ca. 22.00 uur.

 

Onderwerpen voor de discussie zijn in het bijzonder:

·        Moet de politiek proberen de bevolkingskrimp te stoppen door meer woningbouw en meer industrie te realiseren?  Moeten, zoals de Kamer van Koophandel stelt, werknemers uit de hele wereld geworven worden om de economie in Limburg te laten groeien? Of heeft het Planbureau voor de Leefomgeving gelijk als het zegt dat bestrijden van de krimp averechts werkt?

·        Moet er een OPAC (ondergrondse energieopslag) op Graetheide komen? Moet de provincie dit subsidiëren of kan zoiets beter aan het bedrijfsleven overgelaten worden?

·        Moet de reservering van 200 ha op Graetheide als potentieel industrieterrein na 40 jaar nog gehandhaafd worden? Is er op Chemelot niet genoeg ruimte voor de kenniscampus?

·        Is grootschalige woningbouw in het buitengebied  van de Westelijke Mijnstreek (b.v. Bramert-noord) met het oog op bevolkingskrimp, nog gewenst? Moeten niet eerst de gaten in b.v. Sittard opgevuld worden?

·        Moet er meer natuur in de Westelijke Mijnstreek en een ecologische verbindingszone tussen de Maas en het Limbrichterbos gerealiseerd worden?

 

De deelnemerslijst is als volgt:


VVD: Erik Koppe (nr. 2)                                CDA: Martijn van Helvert (no. 1)
SP :  Marleen van Rijsbergen (no. 2)               D66: Paul Wessels (no 2)
GroenLinks: Margriet van Tulder (no. 1)          PvdD: Frank Wassenberg (no. 1)
PvdA: Roy Pennings (no. 4)                            PVV: Cor Bosman (no. 3)

PNL: Ton Raven (no. 3)

 

Het Graetheidecomité hoopt dat de discussie er toe leidt dat Provinciale Staten zo snel mogelijk beslissingen nemen over de toekomst van Graetheide. Al 40 jaar worden alle ontwikkelingen in het gebied geblokkeerd door de claim van DSM om er chemische fabrieken te bouwen, een claim die zoals inmiddels duidelijk is volkomen onterecht was. Nu wordt het gebied weer gegijzeld door lang slepende discussies over een OPAC, over uitbreidingen van de kenniscampus op Chemelot en over grootschalige woningbouw. Al deze plannen zijn gezien de sterke afname in bevolkingsaantal niet reëel. Het Graetheidecomité hoopt dat de discussie-avond de aanzet geeft voor een groene invulling van Graetheide.

 

KOM NAAR DEZE BIJEENKOMST! ALS ER MAAR EEN PAAR MENSEN ZIJN ZAL DE POLITIEK GEEN REKENING MET ONS HOUDEN!

 

 

dinsdag 25 januari 2011

NIOD - Mag het weer gewoon over de oorlog gaan?

 
Dit interessante interview had ik al in De papieren Pers gelezen en ik zag nu dat het ook online staat. Ik ben het op de meeste punten wel eens met mevrouw Schwegman. Herdenken van de oorlog en de Holocaust blijft belangrijk, en dit wordt steeds meer vertroebeld door er allerhande andere oorlogen en conflicten bij te halen en die te vergelijken of zelfs op één lijn te stellen.
 
Zie ook het boek "Kanttekeningen bij de Holocaust" dat a.s. donderdag 27 januari uitkomt bij gelegenheid van de Auschwitz herdenking.
 
In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, is antisemitisme nog steeds niet verdwenen, en lijkt zelfs weer toe te nemen:
 
Wat een "Godwin" is, wist ik trouwens ook niet, maar het fenomeen heb ik helaas vaak genoeg gezien op internet "discussies"...

 
Wouter
_______________
 
 
NIOD 'Ik heb geen idee wat een Godwin is'

Mag het weer gewoon over de oorlog gaan?

Door: Kustaw Bessems
Gepubliceerd: woensdag 19 januari 2011 22:42
Update: donderdag 20 januari 2011 09:38

NIOD-directeur Schwegman verzet zich tegen de 'nivellering' van de Tweede Wereldoorlog. 'Kleinkinderen verlangen naar overzichtelijkheid.'

Weet u wat een 'Godwin' is?

'Ik vrees van niet.'

De wet van Godwin?

'Nee, nee.'

Ze is niet bepaald een internetbeest dus, Marjan Schwegman (60), nu vier jaar directeur van het NIOD: Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. De genoemde 'wet' is in 1989 geformuleerd door de Amerikaanse internetjurist Mike Godwin. Hij stelde: 'Naarmate online discussies langer worden nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi's of Hitler één.' In populair taalgebruik worden vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog – ook níet online – nu al gauw 'Godwins' genoemd. En ze mag de term dan niet kennen, van het fenomeen weet Schwegman al te goed. Opverend: 'Die vergelijkingen worden veelvuldig gemaakt!'

'Ik houd dat in de gaten', zegt ze op haar werkplek aan een Amsterdamse gracht. 'Wij worden er ook over gebeld. Dan krijgen we bijvoorbeeld de vraag of Job Cohen gelijk heeft met zijn vergelijking tussen de positie van de joden in de jaren dertig en de moslims nu. Maar we gaan daar niet op in. Dat doen we alleen als iemand aperte feitelijke onjuistheden debiteert. Die vergelijkingen zijn inzet van een politiek debat en het NIOD neemt zo min mogelijk politiek stelling.'

Maar het is toch ook een wetenschappelijke vraag: lijkt het nu op de jaren dertig?

'Dat kan het zijn, maar zo wordt die niet gesteld.'

Schwegman wijst op stukken die NIOD-medewerkers David Barnouw en Ton Zwaan vorig jaar publiceerden in NRC Handelsblad.

Barnouw betoogde dat pogingen om de opkomst van Geert Wilders en zijn PVV aan de Tweede Wereldoorlog te koppelen 'onhistorisch' zijn.

Zwaan wees juist op vele overeenkomsten die hij ziet tussen de PVV en 'etnische zuiveraars', onder wie de nazi's. Zwaan waarschuwde zelfs 'degenen die klaarstaan om de PVV met een riante staatssubsidie te ondersteunen of die dromen van een CDA-PVV-VVD coalitie daar toch nog maar eens goed over na te denken.'

Schwegman: 'Dan zie je dat binnen het NIOD ook verschillend wordt gedacht over het wetenschappelijk nut van zulke vergelijkingen.'

Maar ook met die discussie legitimeert uw instituut vergelijkingen als die van Cohen. Want u zegt níet dat die vergelijking 'aperte onzin' is.

'Met aperte onzin bedoel ik echt onjuiste feiten, verkeerde jaartallen.'

Is de oorlog met pensioen? Omdat de Tweede Wereldoorlog vorig jaar vijfenzestig jaar geleden was, verschenen teksten onder die titel. Symposia werden gehouden. Maar de slogan 'berust niet op waarheid', zegt Schwegman. 'Dat vijfenzestigste jaar is geen afsluiting geweest, de belangstelling is er juist door vergroot.'

'Wij merken het aan de mensen die hier op het NIOD komen. Kleinkinderen van collaborateurs bijvoorbeeld, die vragen: ik hoor dingen in mijn familie, maar hoe zat het nu precies met mijn opa? Ook mensen met grootouders in het verzet, kleinkinderen van weggevoerde mensen. En er is ook interesse voor grootouders die niets bijzonders hebben gedaan maar wel een bijzondere tijd beleefden. De oorlog heeft op de derde generatie, die daar via familie mee te maken heeft, meer invloed gehad dan werd aangenomen.'

Wat is grof gezegd de houding van die derde generatie?

'Ze zijn veel opener in het type vragen dat ze willen en durven stellen over hun grootouders. Willen veel meer weten. De Tweede Wereldoorlog is toch de enige oorlog die Nederland écht heeft ondergaan. De enige beproeving van de natie. Een tijd waarin alles op scherp stond. Kleinkinderen willen weten hoe het was om in zo'n tijd te leven. Het ging er echt om: was je voor of was je tegen? Ze verlangen ook wel naar overzichtelijkheid. Mensen zoeken houvast, ook voor de keuzes die ze nu in hun eigen leven moeten maken. Maar die vinden ze niet. Ik denk dat je het probleem dat je moet kiezen niet kunt oplossen door naar de geschiedenis te kijken. Zo werkt het tenminste niet voor mij.'

U heeft de oplossingen voor de keuzes in uw leven niet gevonden in de geschiedenis?

'Ik heb, toen ik in de jaren zeventig ging studeren, ook wel gezocht naar houvast. Ik was getroffen door het grote aantal vrouwen in de extreem-linkse Baader Meinhof groep in Duitsland en de Rode Brigades in Italië. Ik wilde antwoord hebben: is dit nieuw? Ik deelde niet de idealen: het afrukken van het fascistische masker van de staat. Maar dat je heel ver zou gaan voor een ideaal, daar ook gewapende strijd voor zou voeren, dat vond ik wel interessant. Ook de vraag: zou ik dat doen?'

Waarom stelde u zich die vraag? Had u een saai leven?

Lacht. 'Nee. Ik had wel een prettig leven. Maar ik had iets van een idealist. Als je in de jaren zeventig geschiedenis studeerde, kon je niet om de vraag naar de ideale samenleving heen.'

'Later ben ik afgestudeerd op vrouwen in het Nederlands verzet. En weer daarna werd mijn expertise de negentiende eeuw in Italië. Maar ook daarbij zijn het wel weer oorlogsperiodes die me aantrekken.'

Zit de oorlog in uw familie?

'Ja. Mijn vader groeide op in Rotterdam en werd opgeroepen voor de arbeidsinzet. Hij week uit naar de Wieringermeerpolder, waar ik ben geboren. Dat alleen al. Mijn moeders gezin in Het Gooi had joodse onderduikers in huis. Daar sprak zij later vrij en passant over. Het waren mensen die ze kenden, dus je deed dat, zei ze. Ik zei: nou mam, niet iedereen hoor. Maar ze ontweek het onderwerp verder, wist er ook niet zo veel over omdat ze al uit huis was geweest. Pas toen ik na mijn middelbare school naar Amerika wilde, vertelde zij me dat een van de onderduikers daar woonde. Ik werd au pair bij de man die als kind bij mijn grootouders had gezeten.'

Pauzeert even.

'Als ik er zo over nadenk, zie ik dat de oorlog mij toch achtervolgt.'

Uw illustere voorganger Loe de Jong onderzocht wie goed was en wie fout. Een andere NIOD-directeur, Hans Blom, brak daarmee. Waar staat u?

'We stuiten nu op de grenzen van Bloms benadering. Het was goed dat hij de discussie openbrak, dat we met een open blik naar de oorlog gingen kijken. Maar hij acht geschiedschrijving mogelijk waarin morele standpunten de uitkomsten niet beïnvloeden. Ik betwijfel of die mogelijk én wenselijk is. In geschiedschrijving van de oorlog kun je de moraal niet buiten de deur houden. Een visie als die van Blom heeft het gevaar in zich dat collaboratie wordt vergoelijkt. Bij hem zelf zie je dat niet, maar bij Chris van der Heijden wel.'

Chris van der Heijden. Zijn boek Grijs Verleden, uit 2001, betoogt dat de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking tijdens de oorlog aanmodderde in een grijs gebied. En niet moreel koos, maar aan het toeval was overgeleverd. Zijn visie is nog altijd in de mode.

Maar niet bij Schwegman.

'Van der Heijden doet of alles in de oorlog mensen maar overkwam. En hij pretendeert dat hij in hun hoofden kan gaan zitten. Maar als je onderzoek leest naar dagboeken uit de bezettingstijd, dán zie je wat echt onder mensen leefde. En dat is iets anders. De massa van de bevolking was vurig anti-Duits. Dat leidde zelden tot echte verzetsdaden. Maar je kunt niet zeggen dat ze onverschillig was of alleen gericht op het eigen overleven.'

'Mensen zijn in die dagboeken ook steeds bezig met de deportaties. Ze wisten opvallend veel, ook over de jodenvervolging. Niet precies. Het is logisch dat ze zich niet de systematische vernietiging konden voorstellen, want die was nieuw. Maar ze wisten wel dat het niet goed met de weggevoerde joden zou aflopen. Er spreekt grote treurnis uit. Mensen vragen zich af of ze nog iets kunnen doen. Dat is soms heel klein, iemand iets toestoppen op weg naar het station.'

U zei bij uw aantreden dat u helden voor het voetlicht wilde brengen. Ook moralistisch.

'De verzetsstrijders zijn te veel op de achtergrond gekomen. Het dreigt alleen maar te gaan over die grijze massa.'

Mist u dat ook in het onderwijs en bij herdenkingen? Die gaan sowieso steeds meer over oorlog en discriminatie in het algemeen.

'Ik zie een groot verschil tussen lokale herdenkingen, georganiseerd door een buurtcomité, vrijwilligers en betrokkenen en anderzijds het landelijk beleid van de overheid. Die lokale herdenkingen, waar ik door mijn werk veel kom, gaan écht over de Tweede Wereldoorlog. Dat heeft me geraakt. Maar de nationale herdenking op de Dam heeft een algemener karakter. Dat betreur ik. Het ceremoniële deel, daar vind ik persoonlijk niet zo heel veel vanuit gaan. Als er vaker sprekers zouden optreden zoals voormalig PvdA-staatssecretaris Jet Bussemaker, die aandacht besteden aan de concrete geschiedenis van de bezettingstijd, zou de herdenking veel krachtiger zijn. Er zijn zo veel sprekende voorbeelden waarmee je mensen zelf hun conclusies kunt laten trekken over discriminatie of oorlog. Het zijn de verhalen van mensen die iets hebben meegemaakt die het hem doen. Door het te laten gaan over oorlog in het algemeen, dreigt het risico van nivellering: verschillende historische ervaringen worden gereduceerd tot hetzelfde. Daar ben ik niet van gecharmeerd. Juist door contrast leer je iets. Ook in het onderwijs. Ik heb lespakketten gezien waarvan ik vond dat ervaringen te makkelijk op één lijn werden gesteld.'

Op sommige scholen wordt Holocaustonderwijs tegelijk met lessen over het Midden-Oosten gegeven, omdat een aantal islamitische leerlingen niet van die Holocaust wilde horen.

'Het geeft geen pas om die twee op hetzelfde niveau te plaatsen.'

Bij die lessen is ook veel aandacht voor bijvoorbeeld Marokkaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog. Alsof aandacht voor de Holocaust alleen is op te brengen als het eigenlijk over jezelf gaat.

'Ik zie het probleem wel: mensen kunnen zich heel moeilijk meer verplaatsen in een heel andere ervaring dan zij hebben meegemaakt. Dat is lastig te doorbreken. Maar ik ben het met u eens dat dat niet lukt door die heel verschillende ervaringen op één lijn te stellen.'

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan riep als minister moslims op naar de Auschwitzherdenking te komen en joden moesten zich dan verdiepen in de Nakba, de vlucht van Palestijnen bij de oprichting van Israël. Een soort ruil.

'Dat is het ter discussie stellen van het unieke karakter van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Uiteraard is het voor iedereen, ook joden, goed om kennis te nemen van de ervaring van anderen. Maar de herdenking van de bevrijding van Auschwitz, die gaat dáárover. Het is essentieel om het unieke karakter van de Holocaust te onderstrepen.'

Ze is erg de wetenschapster, benadrukt Schwegman nog eens. Die met enige verwondering kijkt naar de politisering van haar onderwerpen. Even heeft ze die politiek van heel dichtbij mogen bestuderen, toen zij vicevoorzitter was van de commissie-Davids, die de Nederlandse steun onderzocht aan de oorlog in Irak. Toen het werk erop zat leek 'Den Haag' zich tot Schwegmans teleurstelling alleen af te vragen of het rapport toenmalig premier Jan Peter Balkenende zou laten struikelen. Met de aanbevelingen werd lang niets gedaan. Schwegman concludeert zelfs dat 'degenen die jaren ijverden voor een onafhankelijk onderzoek uit waren op iets anders dan de waarheid' over Irak. En, weet ze nu zeker, 'Politiek is niet mijn ding'.

Niet dat ze tegen een nieuwe, soortgelijke opdracht nee zou zeggen. Integendeel. Dichter dan ooit heeft zij met haar neus boven op het besluitvormingsproces gezeten in een periode dat 'alles op scherp staat'. De rode draad in haar interesses, in haar werk.

En het onderzoeken zelf noemt zij een 'jongensboekavontuur': staatsgeheime informatie, screening door de AIVD, geheimhouding, een hermetisch afgesloten kantoor op een onbekende plek en telefoons die niet konden worden afgetapt. Tijdens verhoren moesten de ramen dicht. Ze heeft met 'Davids' iets bijzonders meegemaakt. 'Ja… ik zou niet willen zeggen dat het een verzetservaring was, maar de sfeer deed me er een beetje aan denken ja. Op een heel andere manier.'