vrijdag 3 augustus 2007

Rinkelende kopjes, overvolle asbakken




Zoals beschreven zette ik samen met Marcel uit Weert in het najaar van 1989 de Sittardse Loesje-afdeling op, waarvoor we allebei leden gingen werven.

We kregen een klein klupje bij elkaar: daar was mijn buurmeisje in het studentenhuis Kirsten, die tevens mijn achter-achter-achter-achternichtje was (haar oma was een Brassée), haar vriendinnen Marije en Ricky, en Jacomina die ook bij Loesje-Weert had gezeten en dus Marcel kende. Drie van hen deden de Mikojel, wat voor de nodige kreativiteit garant moest staan. Marcel had ook een paar jongens van Fenix erbij gevraagd, maar die haakten na één bijeenkomst af, en hijzelf stopte ook na een paar maanden, waarna ik in januari 1990 landelijk Loesje-lid werd en contactpersoon van de afdeling Sittard.

Het verloop zou met deze scholieren en studenten groot blijven, zodat ik vrijwel elk jaar weer een ander klupje 'aanvoerde', en het moeilijk bleek om de taken goed te verdelen. Naast het plakken van de landelijke Loesje affiches, het eventueel meedoen met landelijke ludieke akties of het bezoeken van Loesje weekenden in Arnhem, was er de mogelijkheid om plaatselijke Loesje posters te maken, die inspeelden op de lokale actualiteiten en omstandigheden. Dat was althans het idee, maar onze plaatselijke affiches waren doorgaans algemeen van aard. De meeste Sittardse leden werden ook geen landelijk Loesje-lid, hoewel dat eigenlijk wel de bedoeling was.

Bovenstaande tekst was door Kirsten bedacht. Hij beschrijft vooral de sfeer en mentaliteit in het studenten- en jongeren-milieu waarin ik toen vertoefde. Kirsten was ook degene van wie ik mijn eerste joint kreeg, waaraan ik geen wiet- maar wel een rookverslaving zou overhouden. Ik heb een jaartje of twee sporadisch geblowd, maar bleef de smaak vies vinden, en ook de overige effecten waren niet onverdeeld positief.
In dezelfde periode begon ik - mede onder invloed van mijn huisgenoten - met uitgaan en alcohol drinken. Het heeft wel geholpen om me losser te maken, moet ik toegeven, maar vaak miste ik het idealisme in die kringen. Alleen vrijheid, blijheid en er op los leven is niet bevredigend voor mij. En die verslaving aan Javaanse Jongens (de tabak bedoel ik uiteraard), daar moet ik nog altijd eens vanaf komen.


De meeste andere vroege afdelingsteksten waren van mijn hand:

* Blijf niet aan de kant staan - Doe mee!
(om leden te werven; we mochten de lokale postbus van Rampenplan gebruiken op onze affiches)

* Maak elke dag een nieuw geluid
(die werd tot mijn verrukking overgenomen in de landelijke serie van februari, al maakten zij er 'iedere dag' van, en werd ook gebruikt in een kleine straat-aktie van het landelijk; hij heeft tevens in 1991 voorop de eerste Loesje-scheurkalender gestaan!)

* Heb jij soms mijn ochtendhumeur gezien?

* Ik weet wel beter dan beter te weten


Marije verzon ook een leuk affiche:

* Kom ik eindelijk de prins van mijn dromen tegen, blijkt het een prinses te zijn


Wouter

donderdag 2 augustus 2007

Auf die Dauer hällt keine Mauer


Na de vredesdemonstratie tegen de NAVO in april 1989, stuurde ik mijn zelfgemaakte vredesposter als tekstvoorstel op naar het landelijk van Loesje in Arnhem en vroeg gelijk om meer informatie over het muurbloempje. Ik liet daarbij vallen het jammer te vinden dat ik nooit Loesje affiches in Sittard zag hangen.

Ik werd die zomer dan ook benaderd door Marcel, voormalig lid van Loesje-Weert die nu in Sittard woonde en bij jongerencentrum Fenix aktief was. Hij stelde voor om samen een afdeling in Sittard op te zetten. (Later bleek dat hij die alleen wilde opzetten samen, en daarna stoppen.) Na al 6 jaar vrijwilligerswerk bij Wereldwinkel Sittard, een afgebroken Mikojel studie en een uitzendbaantje dat met een gebroken pols was geëindigd, was ik toe aan nieuwe uitdagingen, dus ik ging akkoord. We plakten vanaf september 1989 een paar keer samen Loesje affiches die hij uit Arnhem kreeg, en vroegen er wat jonge mensen bij. Toen dat resultaat opleverde was Marcel snel vertrokken, om zich te storten op zaken als de Sittardse "Nacht van de Poëzie", en later digitale dichter te worden. Ik werd in januari 1990 contactpersoon van de nieuwe afdeling Loesje Sittard.

Het eerste plaatselijke Loesje affiche - die hierboven dus - maakte ik op eigen houtje, nadat in de nacht van 8 op 9 november 1989 de Berlijnse muur gevallen was. "Brieffreundin Cordula" was mijn penvriendin uit Weißenfels in de DDR. Ik had haar adres een jaar eerder gekregen via een kerkelijke werkgroep die kontakten onderhield met de katholieke kerk in Weißenfels, en waarbij ook medewerkers van de Wereldwinkel betrokken waren. We hebben ruim een jaar brieven uitgewisseld, wat soms lastig ging omdat niet alles geschreven mocht worden. Ik weet niet zeker of al mijn brieven zijn aangekomen, maar tenminste één brief van Cordula werd door de censuur van de Stasi onderschept, nl. over milieuvervuiling in de DDR.

Na de val van de Muur ben ik haar gaan opzoeken. Ik kon in december 1989 in de auto meerijden met mijn oud-leraar geschiedenis van het Broekland college Pernot, diens vrouw, en pastoor Meertens van Vrangendael. We verbleven een weekend in Weißenfels, waarbij ik bij Cordula en haar zus overnachtte, en bezochten ook Leipzig.

Grote, grauwe, oude gebouwen, dat viel me het meeste op in de DDR in die sombere decemberdagen. Na de massale demonstraties in onder meer Leipzig, waarin de mensen "Wir sind das Volk" hadden geroepen, had het regime de bevolking vrijheid van meningsuiting gegeven en de grens naar het Westen opengesteld, in navolging van buurland Tsjecho-Slowakije, waarlangs Oostduitsers in de voorgaande maanden op grote schaal naar West-Duitsland waren gevlucht. Maar het regime zat wel nog in het zadel met alle instituties, functionarissen en symbolen van het socialisme dat ik als 'staatskapitalisme' kenmerkte: de staat als bezitter van de productiemiddelen grond en kapitaal en uitbuiter van de arbeiders, die geen daadwerkelijke inbreng hadden, ondanks de propaganda over "Volkseigene Betriebe".

Er was hoop, er waren verwachtingen, en er was twijfel en onzekerheid. Er werd een verhit debat gevoerd over de toekomst van de DDR: "Die Zeit ist reif für Träume!", las ik op een plakkaat in Leipzig. Het bepleitte een nieuwe Oost-Duitse staat met zelfbeschikking voor de inwoners na 45 jaar Russische overheersing, en geen uitverkoop aan het Westen, waarbij ze tot kolonie met nieuwe overheersers gemaakt zouden worden. "Keine Wiedervereinigung! Denn dann wechseln nur die Herren!"

De meerderheid besliste echter anders, en op 3 oktober 1990 werden Oost- en West-Duitsland herenigd. De economie ging op de fles, de werkloosheid werd massaal, miljoenen Oostduitsers vertrokken naar het Westen, rechts-extremisme groeide en de "Ostalgie" kwam op. In mijn linkse idealisme had ik liever een nieuwe, sociale DDR gezien dan een annexatie door de kapitalistische BRD. Of dat realistisch was geweest, weet ik niet. Zeker is wel dat de hereniging veel te snel werd doorgevoerd, en de sociale prijs hoog was.

In 1990 is Cordula verhuisd naar Bamberg in West-Duitsland, waar ze een baantje vond in een boekhandel, en kwam onze correspondentie ten einde.

Wouter

woensdag 1 augustus 2007

Digitaal Monument voor de Joodse Gemeenschap in Nederland


Als 'follow-up' van mijn vorige post, een Bieslogje:
 
__________________________________________
 
Bieslog - woensdag 4 mei 2005 15:24

4 mei

Het indrukwekkendste monument ter herdenking van oorlogsslachtoffers bevindt zich op internet, weet ik nu.
Ik bezocht het enkele dagen geleden en het laat me sindsdien niet los. Ik vond het een schokkende ervaring.
Schokken - ja, dat kan nog steeds, na zestig jaar.
 

'Het Digitaal Monument voor de Joodse Gemeenschap in Nederland is een Monument op internet om de herinnering levend te houden aan alle mannen, vrouwen en kinderen die tijdens de Duitse bezetting als joden zijn vervolgd en die de Sjoa niet hebben overleefd.
 
Voor ieder van hen staan in het Monument basisgegevens zoals naam en voornaam, plaats en datum van geboorte, sterfdatum en sterfplaats en het adres waar ze woonden. Van velen is bovendien het gezinsverband waarin ze leefden bekend.'
 
Door de Uitleg te lezen, begreep ik dat je straatnamen kunt invoeren, waarna wordt aangegeven op welke adressen de bewoners hun huis zijn uitgezet en afgevoerd.
In veel gevallen wordt ook een inboedellijst getoond van achtergebleven, in beslag genomen huisraad.
 
En zo kwam ik er voor het eerst achter dat in de straten rondom mijn ouderlijk huis families woonden, die in 1942/43 het bevel hebben gekregen te vertrekken; die op transport werden gesteld en vermoord in de kampen.
 
In de eigen Parsifalstraat niemand, maar in de Lohengrinstraat, de Verdistraat, de Thorbeckelaan, de Pippelingstraat.... Bijna in elke straat zijn op een dag families, echtparen, alleenstaanden verdwenen.
Ik wist het niet en ik heb het me nooit gerealiseerd.
Het is een cliché, maar zo werkt het wel: 'de oorlog komt ineens heel dichtbij'.
Alsnog, na zestig jaar.
 
Ik heb er mijn ouders nooit over horen spreken. Ze kenden de getroffen mensen waarschijnlijk niet. En ik kan ook niet meer vragen of ze gezien hebben hoe de mensen bepakt en bezakt uit hun huizen werden verdreven, of dat er over gesproken werd.
 
En dan schaam ik me als ik me erop betrap graag verhalen te willen vertellen over de 'belevenissen' van een kleuter in oorlogstijd.
Ja, in de hongerwinter is het daar in dat buurtje aan de rand van Den Haag precair geweest.
Maar de ergste gebeurtenissen hadden toen al plaatsgevonden.

 
Het Digitaal Monument voor de Joodse Gemeenschap in Nederland
 

Gek op Israël en Joden


"Gek op Israël en Joden", zo werd ik al snel omschreven door een Jood die ik een eindje verder had geholpen met zijn Joodse voorouders.
 
Moet je gek zijn om het in deze tijd als linkse jongen voor Israël op te nemen, of je te interesseren voor het lot van de Joodse gemeenschappen die in hedendaags Limburg zo pijnlijk afwezig zijn?
 
Ik maak me vooral kwaad om al die linksen en pseudo-linksen die menen dat het progressief is om tegen Israël en het Zionisme aan te trappen. Ik kots van al die mensen die verontwaardigd roepen dat Hamas toch democratisch gekozen was - Nou, dat was Hitler ook!
En ik walg al helemaal van de boycot Israël aktivisten.
 
Goede, eerlijke en progressieve mensen in Israël en hier, die hun tijd en aandacht liever zouden geven aan het weer op gang krijgen van het vredesproces in het Midden-Oosten, moeten nu hun tijd verdoen met het verdedigen van het bestaansrecht van Israël tegen de leugens en haatzaaierij van die achterlijke anti-Zionisten.
 
Het deprimeert me dat zoveel linkse mensen en organisaties waarvoor ik ooit respect had meedoen aan die anti-Israël hetze, of het nu Anja Meulenbelt is, Jan Blokker of de VPRO, Loesje, Dwars, de Novib, de (Belgische) Wereldwinkels of mijn 'eigen' GroenLinks. Zelfs een sympatieke meid die ik voor verstandiger hield, met wie ik 10 jaar terug nog milieu-akties heb gevoerd in Sittard, moest ik op internet terugvinden met de meest stompzinnige aantijgingen tegen het 'politieke zionisme'; ze werkt tegenwoordig voor "Kerk en Vrede"...
 
Een stille hoop koester ik nog voor Wim de Bie: op zijn Bieslog schreef hij weliswaar in 2004 eens dat Anja een mooie blog had en bewonderde hij haar deskundigheid over het Midden-Oosten conflict, maar dat wijt ik dan maar aan zijn eigen ondeskundigheid hierover, en wellicht een te oppervlakkige bestudering van Anja's blog. Waarschijnlijk was hij gewoon onder de indruk geraakt van Anja's passie en inzet voor de Palestijnen, waarover ze veel schrijft. Misschien was ze destijds ook nog wat minder erg in haar uitspraken over Israël, al heb ik niet die indruk.
Op Bieslog vind ik in elk geval nog geen harde woorden over Israël, daarentegen wel een betrokkenheid met het lot van de Joden in de oorlog.
 
 
Om mijn vraag te beantwoorden:
Ik ben helemaal niet gek op Joden of op Israël, net zomin als ik een 'natuurliefhebber' ben of een 'dierenvriend'. Ik geef om liefde, schoonheid en gerechtigheid. Dat is voldoende.
 
Voor wie het verschil nog niet vat, hieronder een stukje van een jonge Britse journalist die klaarblijkelijk wel gek is (op Joden en Israël).
 
Wouter 
_____________________________________
Chas Newkey-Burden - Friday 29th of September 2006

When I told friends I was going to visit Israel for the first time, most of them were very worried for me.

Not so much because they thought I was going to be blown up, but because they feared that I would be let down. A card-carrying Gentile philosemite, I have for many years been in awe of the Jewish people and fascinated by Jewish history and culture – particularly by the state of Israel. In the weeks before my trip I worked myself up into a frenzy of anticipation – I've always been skilled at this – and the general consensus was that the country I have cheered on and dreamt of for so long could never live up to my great expectations.

And it only went and exceeded them! I met my heroes and they were too busy fascinating me, enchanting me, welcoming me and sending me into paroxysms of joy to even begin to let me down. The people of Israel were everything I had hoped for. Just as the state itself has the most beautiful of contradictions (strong and well-armed yet an underdog in the region) so do the people (blunt and pushy yet bursting with hospitality and humanity).

The longer I was there, the more the tears of joy secretly flowed. They came as I floated on the Dead Sea at 6am alongside an elderly Holocaust survivor who taught me a Hebrew song; they came as I listened to the residents of the Ein Geddi Kibbutz in who I saw a pride more pure and intense than anything I'd witnessed before; they came at Masada at dawn; they came as I sat in the seat where David Ben-Gurion first declared the state of Israel.

So I did some of the out-and-out tourist stuff, for sure. But the biggest joys came more spontaneously: pulling into a petrol station full of Bedouin Arabs and one of them letting me ride his camel; asking my new friend Susi what those metal things over there were and her replying that they were tanks from the 1948 war of Independence; finding a mosque, a Christian church and a sadomasochistic restaurant standing within feet of each other in Jaffa; listening to people's stories, each of which was the tale of Israel in microcosm.

Within hours of my return to England, I'd taken a call from a journalist acquaintance who described his horror that "anyone could be pro-Israel". The following evening in a pub, I got more abuse for my opinions. That's what a week among the beautiful people of Israel did to me: it lowered my guard and made me forget that people in this country do not appreciate having their anti-Israel prejudices questioned.

By visiting Israel, I was putting my own views on the country to the ultimate test and everything I saw there confirmed them. "Come back and see us soon," said almost everyone I met. You bet I will.
 

vrijdag 27 juli 2007

Maskerade; of, watse wils - Vrolijke Shakespeare in Kasteelruine Born

Monique stuurde me nog wat extra info en foto's over de voorstelling Maskerade, of watse wils de komende maand:
 
 

4, 5, 11, 12, 16, 17, 18, 19, 23, 25 en 26 aug speelt de voorstelling "Maskerade, of watse wils" in de kasteelruine van Born.

De mensen kunnen voor het eerst de ruine vanbinnen zien.

De voorstelling wordt gespeeld door 12 amateurspelers uit heel Limburg,

waaronder Cor Bastiaans uit Buchten.Veel jonge mensen, samen met oude veteranen.

Er staat een life orkestje in één van de torens

Er is een overdekte tribune.De oever van het kasteel is ingepakt in roze plastic.

 

 


 

4 augustus 2007 start:

 

MASKERADE; of watse wils.

 


 

Een moderne bewerking van Shaekespeare's klassieker Twelfth Night or, what you will,

Ook bekend onder de naam Driekoningenavond.

Bewerking en regie door Monique Engelse

Een spannend verhaal over een tweeling die aanspoelt op een vreemd eiland.

Live muziek

Prachtige kostuums

Een unieke locatie, kasteelruïne Born.

Veel humor

Veel spektakel

 

Een uitvoering die je niet mag missen.

 

Zie voor meer informatie en reservering entreekaarten www.maskerade.eu

 

Stuur s.v.p. deze mail zoveel mogelijk door naar je familie en vrienden!

 

Nog wat extra weetjes:

-         Kasteelruïne Born voor het eerst in de geschiedenis van de ruïne open voor publiek.

-    Alles start om 20:00 uur. Om 21:15 is het flink schemerig en is het theaterlicht te zien en de zelfgemaakte filmpjes op een beeldscherm van 90 centimeter.

-         Oever wordt op dit moment ingepakt in rose plastic.

-         In de ruine zelf wordt een shakespeare-komedie opgevoerd, met o.a Cor Bastiaans

-         12 amateurtoneelspelers,van verenigingen uit heel de provincie, een amateur-popband, begeleid door een heel team profs.

     (denk aan bandcoaching,website,fotografie,kostuums)

     Van deze groep zijn zeven leden piepjong, tussen 14 en 17 jaar, en drie jongeren afkomstig uit Congo en Afghanistan.

-         Op bovenstaande foto's zie je Kirsten Berkx, 16 jaar, zangtalent, heeft dit jaar nog meegedaan met NCRV programma van Ernst Daniel Smit "Una Voce Particolare". Zij heeft hoofdrol en zingt zes nummers, waaronder nummers van Anouk, Fleetwood Mac, en Jack Black.

-         Interessante kostuums :

     Kamerjas van Hertog heeft sleep van een meter en het wapen van Born binnenin genaaid, zie foto:

 


 

Vriendelijke groet,

Monique Engelse

initiatiefneemster en regisseuse