donderdag 20 maart 2008

Een (anti-)Aparte man: Eugène James (1928-2007)


Eugene James (1928-2007)

  Over enkele dagen zou Eugène Adolphe James 80 jaar zijn geworden. Hij werd in 1928 geboren op Saint Martin op de Franse Antillen. Dat wist ik niet eens, dat Sint Maarten maar deels Nederlands is. Het ontging me schijnbaar ook in 1995, toen de orkaan Luis Sint Maarten had getroffen en Eugene de kar trok op een solidariteitsavond in Sittard om geld voor de slachtoffers in te zamelen. Ik heb nog een T-shirt met opdruk van die avond, en Anne had ansichtkaarten getekend die voor het goede doel werden verkocht.

 

Eugene vond in Nederland werk als bibliothecaris en ontmoette hier zijn vrouw Greetje. In de jaren '70 vestigden ze zich in Sittard, waar hij leraar werd aan de Bibliotheek en Documentatie Academie, die vroeger op de Leyenbroekerweg zat en later (na een fusie) naar Maastricht is verhuisd. Ik was daar eind jaren '80 op een open dag, maar besloot de opleiding niet te volgen omdat die na de fusie verbreed was. Eugene was er ook om nieuwe geïnteresseerden te woord te staan. Hij was toen al met de VUT maar viel nog incidenteel in.

 

Onze eerste ontmoeting was op de dag af 22 jaar geleden, 19 maart 1986 op de Sint Joep jaarmarkt in Sittard. Ik stond in de Putstraat achter de kraam van alternatieve boekwinkel Katastrofe, waar we ondermeer aandelen in de anti-Apartheidsstrijd verkochten, violette strookjes papier met een tekst en foto van Nelson Mandela erop. Eugene viel als passant op door zijn lange, elegante gestalte en zijn vriendelijke en intelligente voorkomen. Ik was dan ook teleurgesteld dat hij - zeker als één van de weinige kleurlingen aan onze kraam - geen aandeel van me wilde kopen. Hij wilde wel weten wie achter de aktie zaten, maar vertrouwde blijkbaar niet of het geld wel goed terecht zou komen.

 

 De werkgroep Sittard Tegen Apartheid (STA) werd in februari 1987 op initiatief van de BOA (Boycot Outspan Aktie) van banneling Esau du Plessis opgericht als een breed samenwerkingsplatform, en Eugene was er vanaf het begin bij, evenals eerste voorzitter Hub Bemelmans. Ik was ook bij de oprichtingsvergadering, maar werd pas jaren later aktief.

 

In oktober 1987 werd in de Stadsschouwburg de eerste activiteit van STA gehouden, met anti-Apartheidsactivist Klaas de Jonge als spreker, en in maart 1988 was de eerste Sittardse anti-Apartheidsweek. In januari 1988 werden ze officieel een stichting, met Eugene als voorzitter. Na de afschaffing van de Apartheid begin jaren '90 werd de focus van de werkgroep antiracisme, en veranderde de naam in Sittard Tegen Racisme en Apartheid.

 

De vrijlating van Nelson Mandela in 1990 was een hoogtepunt voor de werkgroep, evenals de eerste vrije verkiezingen in 1994, toen Mandela tot president werd gekozen. Voor Eugene was enkele jaren later zijn reis naar Zuid-Afrika ook een hoogtepunt, waarbij hij Mandela persoonlijk mocht ontmoeten.

Eugene was daarnaast nog op vele fronten actief: bij de landelijke Stichting Tegen Apartheid en Racisme (STAR), bij de Sittardse Werkgroep Antillianen en Arubanen (SWAA), het Platform Multicultureel Sittard (PMS), dat elk jaar het festival Musada organiseert, de Lokale Omroep Sittard (LOS, nu START), waar hij op zaterdagochtend het programma Accent Lokaal presenteerde, en allerlei meer dingen waar ik geen weet van heb. Eugene trok vele karren, en het moet nog blijken of die allemaal ook zonder hem verder zullen kunnen rijden...

 

 

 Ik werkte voor het eerst met Eugene samen nadat Wereldwinkel Sittard in 1990 zijn hulp had ingeroepen om een stagiaire te begeleiden bij het op poten zetten van het derde wereld documentatiecentrum op de eerste verdieping van ons nieuwe pand. Dat documentatiecentrum was in de jaren '80 mede mijn kindje geweest, maar had jarenlang een marginaal bestaan geleid. Eugene kon ook na die stage niet gemist worden, en werd voorzitter van het "Derde Wereld Info Centrum". Tonnie, Anne, ik en een wisselend groepje andere vrijwilligers - waaronder Ratna - werden medewerkers. We hebben talrijke discussies gevoerd over trefwoorden en of Arabische landen en voormalige Sovjetrepublieken ook bij de 'derde wereld' en ons werkgebied gerekend moesten worden. Eugene was van de zuivere lijn, maar voor anderen was de wereld en het onrecht dat we aan de kaak moesten stellen bijna grenzeloos...

 

We hebben 7 jaar lang dapper kranten geknipt, tijdschriften gerubriceerd en boeken aangeschaft over alle mogelijke derde wereld onderwerpen, maar de scholieren en andere belangstellenden druppelden maar mondjesmaat binnen. Midden jaren '90 kwam het internet op, en toen we op een middelbare school trots onze trefwoordenlijst in WP 5.1 presenteerden, vroeg de docent of je op die trefwoorden ook kon 'doorklikken' naar de nadere informatie. We stonden er wat verbouwereerd bij terwijl hij ons de eerste internet encyclopedieën liet zien. Een paar jaar later trok het Wereldwinkelbestuur de stekker uit het voortploeterende Info Centrum. Tot onze spijt, maar wel met reden. Ik ben toen archiefambtenaar geworden, terwijl Eugene en Anne zich meer op ander vrijwilligerswerk gingen richten.

 

 

 Op den duur rolde ik ook in de aktiviteiten van STRA, eerst als gastheer bij hun vergaderingen in de Wereldwinkel, toen als samenwerkingspartner met Loesje-Sittard, en uiteindelijk werd ik penningmeester toen Jeu ermee stopte. Van het oorspronkelijke platform bleef een kerngroep over met Eugene als bedaarde maar standvastige voorzitter, Anne als secretaris, ik en nog 2 bestuursleden. Vanaf 1992 organiseerden we samen met groepen als Vluchtelingenwerk Sittard, Loesje/De Klup, de Jongerenbond en jongerencentrum Fenix een jaarlijkse Anti-Racisme Dag of -week rond 21 maart met lezingen, muziek, voorstellingen en exposities, naast enkele fakkeltochten en thema-avonden rond de Kristallnachtherdenking op 8 november.

Het slinkende groepje kon de uitgebreide activiteiten maar moeilijk trekken, en na enkele jaren nam de belangstelling van het publiek steeds verder af, tot wij met een klein groepje sympathisanten overbleven. Na enkele jaren van inactiviteit is STRA in 2004 formeel opgeheven.

 

 

 Eugene bleef ondanks zijn hogere leeftijd volop actief met onder meer het Musada festival, dat zich wel nog in een goede belangstelling mocht verheugen. Ben Ruwette (ook van Accent Lokaal) en Anne bleven hem daarin ondersteunen.

Enkele jaren geleden ontving hij voor zijn tomeloze inzet een lintje als Ridder in de orde van Oranje Nassau.


Eugene overleed vrij onverwacht op Tweede Kerstdag na enkele dagen ziekbed. Hij werd op 3 januari in Amsterdam begraven, nadat een dag eerder een indrukwekkende uitvaartdienst was gehouden in de Johanneskerk te Sittard.

Vanwege de feestdagen en de drukte lukte het niet om een postuum in de krant geplaatst te krijgen, iets wat hij zeker verdiend heeft! Vandaar dit stukje op het wereldwijde web...

 

Ik sluit af met de woorden van Anne, uit het verhaal dat ze bij de uitvaart voorlas:

"Al deze activiteiten waarbij ik Eugene persoonlijk leerde kennen als collega/vrijwilliger, doen mij nog steeds herinneren aan een prettige en democratische werksfeer in een idealistische en gemotiveerde omgeving.
Bij al zijn activiteiten was Greetje, zijn vrouw, ook een stimulerende kracht en stond bij waar ze maar kon.
En tevens waren al zijn collega´s ook als vrienden altijd even welkom, ook bij hen thuis !

Ik, en met mij al zijn collega/vrijwilligers, hebben in hem dan ook een grote en goede vriend verloren.
Maar zijn manier van werken blijft ons bij. Altijd even vriendelijk en geduldig, met groot gevoel voor humor, het kunnen omgaan met mensen van verschillende keur of leeftijd en dit alles gericht op een onbaatzuchtig en idealistisch streven naar gerechtigheid, gelijkheid en vrijheid voor met name onderdrukte bevolkingsgroepen.
En daarnaast het streven naar verdraagzaamheid en tolerantie van verschillende mensen of groepen onder elkaar, dit niet door zware conferenties, maar door mensen de gelegenheid te bieden om samen deel te nemen aan feestelijke evenementen met een altijd idealistische toon. Het werken met hem was altijd serieus, maar had toch ook steeds een gezellig informeel accent.


Eugene zal niet meer in ons midden zijn, maar vergeten zullen we hem nooit...."

 

 

Amen!

 

Wouter

_____________________________________________

 

Een kort In Memoriam  verscheen in het Wereldbulletin:

 

IN MEMORIAM EUGENE JAMES

 

• • • • • • • •

In de laatste dagen van 2007 hebben we geschokt afscheid genomen van Eugene James. Een groot verlies want met het overlijden van Eugene zijn we, letterlijk en figuurlijk. een groot man kwijt geraakt. Eugene was ondanks zijn hoge leeftijd (79) bij diverse groepen actief. Hij was de stuwende kracht achter het jaarlijkse Musada festival in Sittard.

Tijdens de overleggen, die de Vereniging Mondiaal Beleid regelmatig met Eugene had over het Musada festival, was hij altijd vastberaden over zijn doelen. Hij stond voor de integratie van verschillende culturen.

Hij had ook een duidelijk standpunt over de sfeer die het festival moest uitstralen.

Eugene had heel veel contacten en was zeer innemend. Ondanks dat het bijna nooit gemakkelijk was om de organisatie van het festival rond te krijgen lukte het hem steeds weer om tijdig alles te regelen. Niemand zou Eugene iets weigeren.

Hij maakte altijd tijd vrij voor mensen. Wij vroegen ons vaak af hoe hij dat allemaal voor elkaar kreeg. Zijn aanpak was uniek; met enorme inzet en grote betrokkenheid. Hij heeft bereikt dat Musada niet meer weg te denken is.

Eugene was altijd positief gestemd. Kritiek hoorde je van hem zelden en dan nog heel voorzichtig.

Met het overlijden van Eugene verliezen we een zeer actief persoon, een boegbeeld van solidariteit en een voorbeeld voor ons allen. We hopen dat de goede en fijne herinneringen aan hem voor zijn echtgenote Greetje en voor de familie een steun zijn bij het verwerken van dit grote verlies. Eugene, we missen je.

 

Bestuur van de VMB

zondag 16 maart 2008

Boomerang en de hel van Gaza


Boomerang: een ludieke club a la Loesje, die gratis kaartjes verspreidt met verrassende, kunstzinnige teksten en afbeeldingen om het overigens naargeestige leven van café-bezoekers wat op te fleuren. Boomerang is naar eigen zeggen "een podium voor creatieve uitspattingen, goede doelen en reclame." (Die reclame is nodig om de kaartjes te bekostigen.)

Dat beeld van Boomerang lijkt definitief verleden tijd sinds Boomerang zich voor het karretje heeft laten spannen van clubs als UCP, ICCO en EAJG, die het tot een 'kunst' hebben verheven om Israël op alle mogelijke manieren zwart te maken, zo niet met feiten dan met veronderstellingen en verdachtmakingen. Na de UCP campagnes "Met Ali B. naar Palestina" en "40 Jaar bezetting", en recentelijker de controverse rond een kaart van Anne Frank met keffiyeh sjaal (een "ongelukkig misverstand"), papegaait Boomerang nu ICCO en Een Ander Joods Geluid na:

"In Gaza is het al 41 jaar een hel, maar zeker nu. Iedereen moet dat weten, vindt ICCO en Een Ander Joods Geluid. Daarom vragen ze jou een Freecard te ontwerpen die Nederland wakker schudt."


Wie schudt Boomerang eens wakker?

De deadline voor de ontwerpen is morgen, en de oproep staat op hun website onder de titel: "Breng het drama in Gaza onder de aandacht". Dat is opmerkelijk, want dit drama staat al langdurig volop in de aandacht van alle media, in tegenstelling tot vele andere regio's en conflicten op de wereld die even dramatisch of nog erger zijn, en die zeker die extra Boomerang aandacht harder nodig hebben.

300 Euro kun je winnen met een ontwerp dat Israël aan de schandpaal nagelt, liefst spraakmakend, want een rel levert gratis publiciteit op (zie Anne Frank):

"En wellicht dat je uiting - als hij écht spraakmakend is - nog wel opgepikt wordt door andere media. (Kranten, Tv-programma's, etc.)"

Gelukkig snappen ze dat het een gevoelig onderwerp is:

"Deins niet terug om scherp te zijn en een grens op te zoeken, maar doe het smaakvol en integer. Dit is tenslotte een enorm gevoelig onderwerp."

Die gevoeligheid is bij ICCO en EAJG helaas in geen velden of wegen te bespeuren. Een Ander Joods Geluid maakt geregeld vergelijkingen tussen de situatie van de Palestijnen nu en die van de Joden tijdens het Nazi-regime, en beweert dat de Palestijnen eveneens worden uitgemoord, alleen wat langzamer. Het Palestijnse geweld is begrijpelijk verzet, vergelijkbaar met het verzet hier tijdens de oorlog. EAJG heeft oproepen ondersteund tot boycots en sancties tegen Israël, en deinst er niet voor terug om met de meest radikale actiegroepen op te trekken. De bewering op hun website dat ze kritiek op Israël hebben maar niet anti-Israël zijn, is een gotspe. ICCO en EAJG hebben de laatste jaren een reputatie opgebouwd van eenzijdige agitatie tegen Israël, en zijn niet bepaald geschikt als partners in een campagne voor vrede in het Midden-Oosten.

"Gaza is een hel", laat men bijvoorbeeld weten, sinds de dag dat de Israëlische bezetting begon.

De Gazastrook was voor de inname in 1967 door Israël bijna 20 jaar onder Egyptische militaire bezetting geweest, waarbij het een verwaarloosd en achtergebleven gebied was.
Israël trad hard op bij rellen, opstanden en aanslagen, maar liet er ook scholen en ziekenhuizen oprichten, electriciteit en andere voorzieningen aanleggen, en gaf tienduizenden Gazanen werkgelegenheid binnen Israël, waardoor de leefsituatie tot de jaren '80 alleen maar verbeterde.

Met name de reeksen van (zelfmoord)aanslagen door Hamas en consorten midden jaren '90 en tijdens de tweede intifada leidden tot grensafsluitingen en andere maatregelen, waardoor veel Gazanen hun werk in Israël en in de gemeenschappelijke industriële zone verloren, de handel vrijwel tot stilstand kwam en de economische situatie drastisch verslechterde.

Die aanslagen genoten en genieten nog steeds een brede steun onder de bevolking en nadat Israël haar kolonisten en soldaten uit de Gazastrook terugtrok in 2005, werd Hamas in de Palestijnse regering gekozen en namen de raketbeschietingen op zuid-Israël alleen maar toe.
Hamas en andere terreurgroepen zijn dan ook in de eerste plaats veranwoordelijk voor de slechte situatie in de Gazastrook. Zij willen geen vrede, geen onderhandelingen en weigeren Israël te erkennen. De 'bezetting' waartegen zij vechten is de bezetting van Jaffa, Tel Aviv, Jeruzalem en Haifa, oftewel de 'bezetting' van heel Israël.

De situatie mag momenteel dramatisch genoemd worden, maar als de kwalificatie 'hel' al opgaat, dan moeten de Gazanen in de eerste plaats eens naar zichzelf kijken. Wie Satan tot leider kiest, moet zich niet verbazen als hij de volgende dag in een hel wakker wordt.

Wouter

(Kruisgepost op IMO Blog)

zaterdag 8 maart 2008

Art Solomon & Max Assinewai - Spiritual Leadership & Cultural Heritage

Vandaag (7 maart) werd in Toronto de 15de jaarlijkse National Aboriginal Achievement Awards uitgereikt, een prijs voor inheemse Canadezen die zich in het bijzonder hebben ingezet voor hun volk en cultuur. Die prijs is mij even onbekend als U, maar het toeval wil dat me juist gisteravond laat eindelijk de naam te binnen schoot van de Canadese 'medicijnman' die in 1984 samen met Max Assinewai lezingen hield in het Sirkel Tejater te Sittard en op de Universiteit van Maastricht (UM, destijds RUL). Het was een inspirerende bijeenkomst en Sirkel zat bomvol. Behalve de wierrook-ceremonie bleef me toch vooral die wijze uitspraak bij van de oude man: "If you cannot dazzle them with your brilliance, baffle them with your bullshit" (blijkt oorspronkelijk van W.C. Fields te zijn).

 

Dat was dus Art (Arthur J.) Solomon, en zijn naam opgoogelend, bleek hij genoemde prijs in 1994 te hebben ontvangen. Eerder had ik Max Assinewai al eens op internet opgezocht, die tot mijn verdriet in 2003 bleek te zijn overleden op veel te jonge leeftijd. Over Art had ik geen illusies wat dat betreft, want hij was destijds al zeventiger. Hij blijkt te zijn geboren in 1913 en overleden in 1997.

 

Het kan midlife crisis zijn of beroepsdeformatie, maar ik denk tegenwoordig wat vaker terug aan mensen en gebeurtenissen uit mijn eerdere levens, en probeer ze dan op internet terug te vinden. Hiermee dus een klein en laat postuum voor Art Solomon. Hij zette zich met name in voor gedetineerde of ex-gedetineerde indianen in Canada en probeerde ze op rechte spoor te krijgen. Max Assinewai was één daarvan. Max had een zwak voor me, omdat ik hem herinnerde aan een overleden indiaanse vriend van hem. Hij speelde meen ik panfluit, wat zou kloppen met de Peru-muts die hij draagt op de foto onderaan. Art, zijn vrouw en Max overnachtten in een appartementje in Schin op Geul, waar we samen nog een ceremonie hielden met (vredes?)pijp, waarschijnlijk mijn eerste rookervaring.

 

De lezing in Sirkel heb ik nog ergens op een cassettebandje, maar ik vrees dat dat na 24 jaar vergaan zal zijn...

 

Max en Art waren allebei Ojibwe 'indianen'. De term 'aboriginals' hieronder verbaast me, want de gebruikelijke Canadese aanduiding was toch 'First Nations'?

 

 

Wouter

________________

 

 

Art SolomonArt Solomon, Spiritual Leadership


A passage from Art Solomon's book, Songs for the People:  Teachings on the Natural Way (NC Press) describes Aboriginal society prior to the arrival of Europeans: 

"We were not perfect, but we had no jails, we had no taxes…no wine and no beer, no old peoples' homes, no children's aid society, we had no crisis centres.  We had a philosophy of life based on the Creator.  We had our humanity."

 

Mr. Solomon was the eldest of ten children born to a French Canadian mother and Ojibway father in the Killarney region of Georgian Bay, and attended Roman Catholic residential schools.

 

In the 1950s, he was asked to join the Nickel Belt Indian Club.  It was from that time on that he began to explore the cultural heritage that he had been denied as a young man.  Since then, he has advocated for the empowerment of Aboriginal people and communities.  He was one of the first people to organize traditional arts and crafts marketing, providing northern artists with a vital economic opportunity by brokering their crafts to the southern native outlets.

 

Mr. Solomon has been the beacon of hope and inspiration to Aboriginal men and women in Canadian prisons, and through decades of perseverance, won the right to allow Aboriginal healing methods and traditional ceremonies in prisons.  He is a strong supporter and a council member of the Leonard Peltier Defense Committee in Canada; a traditional drum that Mr. Solomon made will be presented to Peltier upon his release from prison.

 

Mr. Solomon has traveled throughout the world to promote peace among religions and cultures.  His teachings frequently return to two principles – the necessity for a deeper understanding of Aboriginal traditional ways, and the need for relief of human suffering.

 

He has received many honours in recent years, including a number of honourary doctoral degrees.  Perhaps his greatest honour is that his teachings of traditional Aboriginal ways and reverence for Mother Earth, which have for so long been respected in the Aboriginal world, are reaching non-Aboriginal people on a global level.

 

 

Art Solomon (1913-1997)

Notes: Art Solomon received a National Aboriginal Achievement Award in 1994 in the category of Heritage and Spirituality. He was of French and Ojibway heritage. He helped devise a curriculum for Aboriginal people in prison and he lectured at many universities in North America and Europe. He was the author of Songs for the People: Teachings on the Natural Way - Poems and Essays of Arthur Solomon (1990, editor Michael Posluns) and of Eating Bitterness: A Vision Beyond The Prison Walls - Poems and Essays of Arthur Solomon (1994).

 

Hier vond ik nog een lied/gebed van Art Solomon: Song for the people

 

 

Van de link-pagina op mijn website:

 

Noord-Amerikaanse Indianen
 
Nederlandse Aktiegroep voor Noord-Amerikaanse Indianen
 
Amerikaanse Indiaan die al 30 jaar onschuldig vast zit
 
Max AssinewaiHet leuke van internet is dat je allerlei mensen die je jaren geleden ontmoet hebt, op het internet kunt gaan opgoogelen. Helaas blijkt Max Assinewai op 2 november 2003 te zijn overleden. Deze Canadese Ojibwe bezocht in 1984 in het kader van een Nanai-toer het Sirkel Tejater op 't Pleintje in Sittard en hield - samen met een oudere medicijnman - een indrukwekkende lezing voor een volle zaal. Ik had Michel Hermes en de Nanai-afdeling Zuid-Limburg geholpen bij de organisatie en publiciteit. Een dag later hielden ze tevens een lezing op de universiteit in Maastricht.
 
Aktiebeweging van de Noord-Amerikaanse Indianen.
 
Uitgebreide informatie over de Noord-Amerikaanse Indianen.
 
______________________
* Helaas, deze link naar zijn in memoriam blijkt niet meer te werken, maar ik heb gevraagd of ze hem terug kunnen zetten. Een citaat hieruit:

"I have shocking and very sad news to report. Elder Max Assinewai passed away on November 2 , 2003 at about 4:00pm. Typical of Max, he had just finished a ceremony with someone and was returning from the bush when he died very suddenly of an apparent heart attack.

[...]
Max was a brother in mind and spirit. He gave his all to everyone who asked anything of him. I know so many of you had the personal gift of knowing him and will want to send their condolences to the family and to be at the service, which will be a traditional burial, on Friday, November 7, 2003. This is a great loss to us all. --Tony Belcourt

Een familielid schreef in 2006 in het gastenboek:

"Anii,
I just wanted to say how very proud I am to see that MNO has a link to the remembrance of my special family member Elder Max Assinewai who passed over 2 years ago. To see his face and read about his work is a reminder of the healing and growth that is needed on our nations across the nation. From the time I was a little girl, Max was always there in his own way telling it like it was, plain and simple ( and those who knew him well know what I mean by this ). You just never realize how important and true the messages were when you are young, but then, one day you see it so clear and find yourself living those words and sharing them with your own children and family. Just wanted to share that little thought.
Chi Miigwech, Kerry"

 
Amen
 

vrijdag 29 februari 2008

Depressies? (Dry Bones)

Dit deprimerende nieuws vond ik wel geestig voor Schrikkeldag. Ook de vragen die Dry Bones stelt: hoe test je of een placebo effect heeft?!?
Je zou de andere helft van de testpersonen dan natuurlijk niks moeten geven, of misschien een stuk chocolade...
 
 
Wouter
__________

Dry Bones:Prozac Problem?

Prozac Problem?

Dry Bones cartoon: British Scientific Study says that Prozac does not Work!!?
A British Scientific Study says that that Prozac does not work better than sugar pills!!?" Yup. The story, according to the Guardian"

"In the 20 years since its launch, 40m people worldwide have taken the so-called wonder drug - but research revealed this week shows that Prozac, and similar antidepressants, are no more effective than a sugar pill." -more

For years scientists have had to deal with the "placebo effect", the fact that a healthy proportion of patients who receive sugar pills but believe they are receiving an effective medicine get cured. There is also some evidence that 50 per cent of the pain-killing effect of pain medication is not because of the effectiveness of the medicine, but because of the placebo effect!

Questions that arise from this include:

1. Is there a reverse placebo effect? Sort of a "nocebo effect"? i.e. If you take a drug but think that it's only a sugar pill, will the medicine not work?

2. Could it be that sugar pills are actually a new wonder drug?

3. If a would-be drug dealer sells his customers what they think is ecstasy, but only gives them sugar pills, will they still get high? And is such a "pusher" breaking the law?

4. To test a new medicine, scientists give half of the subjects the "real" drug and half the "placebo". So if someone wanted to do a study of the effectiveness of placebos you'd have to give half of the subjects the "real" placebo and the other half you'd give... uh?..

So what's your answer to these "four questions"?

 

woensdag 27 februari 2008

Geschiedenis Zionisme en Hachsjara in Nederland

 
Onderstaand artikel trof ik aan op het Digitaal Monument voor de Joodse Gemeenschap in Nederland. Het is daar vorige maand geplaatst.
 
_________________________________

Zionisme

Gedurende de diaspora (verstrooiing van de joden over de wereld) hebben joden altijd het verlangen gehad om terug te keren naar de heilige stad Jeruzalem. Een andere benaming voor Jeruzalem is 'Zion', naar één van de zeven heuvels waarop de stad is gebouwd.
Het 'Zions-verlangen' heeft in de negentiende eeuw een politieke lading gekregen. In heel Europa groeide het nationale bewustzijn. Net als Fransen, Duitsers en Nederlanders zagen joden zichzelf als een volk met een eigen taal en eigen gewoonten. Zij hadden alleen geen eigen land. Als minderheidsgroep te midden van andere culturen dreigde altijd latent, en soms openlijk en gewelddadig antisemitisme. De oprichting van een joodse staat werd door velen gezien als de enige oplossing om aan deze kwetsbare positie te ontkomen. Dit streven werd 'zionisme' genoemd.
Theodor Herzl wordt gezien als de initiatiefnemer van het politieke zionisme. Hij organiseerde in 1897 het eerste Zionistisch Congres dat in Bazel werd gehouden. Het Congres fungeerde als een soort joods parlement, waar jaarlijks afgevaardigden uit de hele wereld samenkwamen. In de eerste jaren werd Nederland vertegenwoordigd door de bankier Jacobus Kann.

Zionisme in Nederland

Aan het begin van de 20e eeuw was de joodse gemeenschap van Nederland goed in de samenleving ingebed. Er was dan ook geen directe aanleiding om te emigreren en de aanhang van het zionisme bleef klein. Toch werd in 1899 de Nederlandse Zionistenbond (NZB) opgericht door de Haagse assuradeur Nehemia de Lieme. Kort daarna volgde de Nederlandse Zionistische Studenten Organisatie (NZSO). Enkele jaren later gevolgd door de Joodse Jeugdfederatie (JJF) en de Joodsche Vrouwenvereeniging voor Practisch Palestinawerk (JVPP). In deze jaren onderschreven ook enkele rabbijnen, waaronder rabbijn Simon Philip de Vries en opperrabbijn Aäron Barend Davids, openlijk het zionistisch ideaal, waarmee zij een breuk creëerden met de Nederlandse traditie. De religieus-zionistische beweging Mizrachi kreeg een afdeling in Nederland, waarin beide rabbijnen een leidende positie innamen.

Palestina

De mogelijkheid om een joodse staat te stichten nam tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog toe. Het Ottomaanse rijk was één van de verliezers van de oorlog, en moest grote stukken van haar grondgebied afstaan. De provincie Palestina, met Jeruzalem als hoofdstad, werd onder mandaatschap van Engeland gesteld. In 1917 deed Lord Balfour namens de Britse regering de toezegging dat in Palestina een 'Joods tehuis' kon worden gesticht.
Om bewoning van het woestijnachtige gebied mogelijk te maken bereidden idealistische joodse jongeren in Europa zich voor om als pioniers het land te ontginnen. Hiervoor werden in heel Europa opleidingscentra opgericht waar zij agrarische en ambachtelijke vaardigheden konden leren, voorafgaand aan hun alijah. De opleiding werd hachsjara genoemd. De jongeren staan bekend als Palestina-pioniers of 'chaloetsiem'. Naast praktische vaardigheden leerden de jongeren ook modern-Hebreeuws, een nieuwe taal die de voertaal van de joodse staat zou worden.
De migratie naar het mandaatgebied werd door de Britten streng gecontroleerd. Per jaar werden slechts een paar duizend immigratievisa verstrekt. Een visum, ook wel Palestina-pas genoemd, kon worden verkregen na afronding van een hachsjara-opleiding.

Hachsjara in Nederland

Vanaf 1918 zijn ook in Nederland enkele opleidingscentra opgericht. Het eerste hachsjara-centrum in Nederland was gesticht door Ru Cohen. De leerlingen van deze Deventer Vereniging woonden en werkten bij boeren verspreid over heel Nederland. Voor theoretische vakken en culturele activiteiten kwamen zij samen in het verenigingsgebouw 'Beth Chaloets' (Pioniershuis) in Deventer. In 1940 telde de vereniging zo'n 250 leden.
De religieus-zionistische Mizrachi-beweging richtte in 1933 de sub-vereniging Dath-va-Eretz (Geloof en Land) op. Er waren twee onderkomens, Beverwijk en Franeker, die toepasselijk de benaming 'kibboets' kregen.
Eveneens in 1933 opende de orthodox-religieuze beweging Agoedat Jisra'el een hachsjara-afdeling. De beweging was bepaald geen voorstander van het zionisme, maar maakte van de mogelijk gebruik om zich te kunnen vestigen bij de joodse heilige plaatsen in Palestina. In het dorp Twekkelo, nabij Enschede, werd een grote villa betrokken, die de naam Haimer's Esch kreeg.
In de jaren dertig kwamen veel Duitse en Poolse vluchtelingen naar Nederland. Voor de opvang van (voornamelijk alleenstaande) jongeren van 18 tot 24 jaar is in 1934 in de Wieringermeer een Joods Werkdorp opgericht. Het Werkdorp Wieringermeer bood onderdak aan ruim 300 bewoners.
Een aantal hachsjara-centra was bestemd voor jongeren onder de 18 jaar. Deze vormden samen de Jeugd-alijah. Het Paviljoen Loosdrechtse Rade was met zo'n 50 pupillen het grootste onderkomen. De leerlingen volgden hun opleiding bij boeren in de regio. In Gouda werd in 1939 de Catharinahoeve, onder de naam Joodse Jeugdfarm in gebruik genomen. Daarnaast was op het landgoed Hof van Moerkerken in Mijnsheerenland een opleiding gevestigd.

Gevolgen van de bezetting

De eerste gevolgen van de bezetting werden al snel ervaren. De afdelingen in Mijnsheerenland en in Beverwijk werden op bevel van de Duitsers gesloten. Mogelijk was dit naar aanleiding van een verordening waarbij joden niet meer in de Nederlandse kuststrook mochten wonen. De kibboets Beverwijk verhuisde naar het dorp Laag-Keppel in Gelderland.
De verschillende hachsjara-afdelingen besloten gezamenlijk tot de oprichting van de Joodse Centrale voor Beroepsopleiding (JCB). De JCB had tot taak de verschillende afdelingen in stand te houden en zou daarnaast cursussen en onderwijs verzorgen.
Vanaf mei 1940 was het niet meer mogelijk om naar Palestina te emigreren. Jongeren die na het voltooien van hun opleiding een Palestina-pas hadden verkregen, konden niet weg. Voor hen werd door de JCB in Elden, bij Arnhem, een nieuw onderkomen verzorgd. Daar konden zij blijven tot betere tijden zouden aanbreken.
De hachsjara-afdelingen droegen bij aan de voedselvoorziening en waren daarom in de veronderstelling dat zij in aanmerking kwamen voor vrijstelling van Arbeidseinsatz en deportatie. Tegen de verwachting in werd in maart 1941 het Joodse Werkdorp Wieringermeer gesloten. Zestig leerlingen mochten achterblijven om de oogst binnen te halen. De overige bewoners werden naar Amsterdam overgebracht waar zij bij gastfamilies introkken. Op 11 juni 1941 werd in Amsterdam een grote razzia gehouden als represaille voor een verzetsactiviteit. Als eerste werden de pioniers van huis gehaald. Een aantal van hen had dit voorzien en kon zich tijdig in veiligheid brengen.
In de afdeling Loosdrechtse Rade was men zich wel degelijk bewust van hetgeen hen te wachten stond. Eén van de leidinggevenden, Joachim Simon, ook wel Shushu genoemd, had voor zijn komst naar Loosdrecht enige tijd in kamp Buchenwald vastgezeten. Hij wist wat zich in de Duitse concentratiekampen afspeelde. Samen met het echtpaar Westerweel is de Westerweel-groep opgezet, die zich vooral richtte op de bescherming van Palestina-pioniers. De Westerweel-groep verzorgde door heel Nederland onderduikadressen en zette vluchtroutes op waarlangs kleine groepen naar Zwitserland of Spanje zijn ontkomen. Leden van het Joodse Werkdorp Wieringermeer sloten zich, na de Amsterdamse razzia, bij de verzetsgroep aan, evenals leden van de Deventer Vereniging.
Naar verhouding hebben veel pioniers de oorlog overleefd. Van de Deventer Vereniging overleefde ruim de helft. De twee afdelingen van Dath-va-Eretz zijn zwaarder getroffen. Slechts een derde van de leden heeft het einde van de oorlog gehaald. De inwoners van Huize Voorburg in Elden waren allen in het bezit van een Palestina-pas. Zij zijn begin oktober 1942 via Westerbork terecht gekomen in het 'Aufenthaltslager' van Bergen-Belsen. Daar verbleven joden die in aanmerking kwamen voor uitwisseling tegen Duitse gevangen aan geallieerde zijde. Enkele pioniers hebben op deze manier nog tijdens de oorlog Palestina bereikt.

Verder lezen:

I. Brasz (e.a.), De jeugdalijah van het Pavilioen Loosdrechtse Rade (Hilversum 1987)
J. Leuvenberg-Nathans, Twee Palestina-pioniers in oorlogstijd (Bedum 2000)
F. Püttmann (e.a.), Markante Nederlandse Zionisten (Amsterdam 1996)
F. van der Straaten, Palestina-pioniers in Nederland gedurende de oorlogsjaren 1939-1945 (Capelle a/d IJssel zj)
H.B.J. Stegeman, en J.P. Vorsteveld, Het Joodse werkdorp in de Wieringermeer 1934-1941 (Zutphen 1983)
F. van Zuylen, Palestina-pioniers in Twente, 1933-1945. Een vergeten hoofdstuk (Enschede 1995)