woensdag 7 april 2010

Struikelen over de Holocaust

Struikelstenen in Weesp
 
 
Onderstaande was ook één van de ideeën voor een Joods monument in Geleen, maar ik heb er mijn bedenkingen bij. Je loopt inderdaad over de namen van de slachtoffers, vuilniszakken staan erop, honden schijten erop, of ze zitten naast tegels met "hond in de goot"...
De stoep komt me kortom niet over als een passende plaats voor eerbetoon of herdenking.
 
Verder kunnen niet alleen neo-nazi's maar ook anderen zich eraan storen om zo wel erg dagelijks herinnerd te worden aan de Holocaust. Het lijkt wat opdringerig, vooral voor mensen die in of bij zo'n huis wonen waar mensen zijn gedeporteerd. Een plaquette hier en daar op een synagoge, gemeentehuis of begraafplaats lijkt mij gepaster.
 
Wouter
____________

Struikelen over de Holocaust
http://www.refdag.nl/artikel/1471164/Struikelen+over+de+Holocaust.html
07-04-2010 10:34 | René Zeeman
 

HILVERSUM - In verschillende gemeenten duiken zogenaamde struikelstenen in het trottoir op. Donderdag en vrijdag worden er bijvoorbeeld in Hilversum 38 stenen geplaatst om de herinnering aan de slacht­offers van nazi-Duitsland levend te houden.

De struikelstenen die inmiddels zijn geplaatst, zijn bijna allemaal voor Joodse slachtoffers. Borne was drie jaar geleden de eerste gemeente met de stenen. Na de Twentse gemeente volgden onder andere Sneek, Glanerbrug, Weesp, Amsterdam en Hilversum. Dit jaar verschijnen in onder meer Holten, Haaksbergen en Werkendam struikelstenen in het trottoir. De stenen die deze week in Hilversum worden geplaatst, betreffen een tweede 'lichting'.

In Hilversum zullen de komende jaren ongeveer duizend struikelstenen in het trottoir worden verwerkt. De gemeente Hilversum heeft een financiële bijdrage aan het herdenkings­project geleverd. Omdat dit bedrag onvoldoende is om het geheel te financieren, kunnen particulieren een of meer stenen adopteren. Eén steen moet 95 euro kosten.

Het struikelstenenproject in geen Nederlands initiatief, maar een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. In Duitsland zelf zijn al duizenden stenen in het trottoir verwerkt.

Iedere steen meet 10 bij 10 centimeter. Aan de bovenkant is hij voorzien van een messing plaatje, met daarop de gegevens van een persoon die in de Tweede Wereldoorlog is gedeporteerd en vermoord.

De stenen worden geplaatst in het trottoir voor de woning van waaruit de personen zijn weggevoerd. Op plekken waar geen huizen meer staan, maar vroeger Joden hebben gewoond, komt eveneens een struikelsteen. Zo is toch te zien wie er heeft gewoond. Een wandeling door een gewone straat verandert door de stenen in een reis door de geschiedenis.

Het project van Demnig, die overigens geen Joodse achtergrond heeft, is wel omschreven als het grootste kunstwerk van Europa, want behalve in Duitsland en Nederland worden er ook struikelstenen in België, Oostenrijk en Hongarije gelegd. De stenen worden niet alleen voor Joodse slachtoffers gebruikt maar ook voor andere groepen die door nazi-Duitsland werden vervolgd, zoals zigeuners en Jehova's getuigen.

Het project ondervindt in sommige Duitse steden tegenwerking van neonazi's. Sommige struikelstenen verdwenen uit het trottoir, andere werden met een hakenkruis besmeurd.

Verzet krijgt Demnig soms ook van mensen die er moeite mee hebben dat er over de stenen wordt gelopen. Charlotte Knob­lauch, voorzitter van de Centrale Raad voor de Joden in Duitsland, noemde het een schande dat de namen van slachtoffers van de Jodenvervolging "met voeten worden betreden." Demnig brengt daar tegen in dat de struikelstenen niet bedoeld zijn als grafstenen.

De Zuid-Duitse stad München gaf Demnig geen toestemming struikelstenen te plaatsen. Demnig had een verzoek daartoe ontvangen van nabestaanden van Joodse slachtoffers. Het bestuur van de stad waar Hitler in 1923 zijn putsch pleegde, zei al voldoende oorlogsmo­numenten te hebben.

Door de naam van ieder slachtoffer in een steen te beitelen, laat Demnig de voorbijganger zien dat "hier iemand op dit adres leefde. De mensen die hier leefden, hebben meestal geen graf, maar op deze manier hebben ze een naam en daardoor blijven ze in de herinnering bestaan."

Demnig vindt het een groot voordeel dat de struikelstenen op gewone plekken zijn aangebracht. Volgens de kunstenaar gaan mensen bijna nooit speciaal naar een monument, "maar deze struikelstenen bevinden zich op alledaagse plekken waar mensen gewoon langskomen."

De Duitse kunstenaar gaat door met stenen plaatsen. In een interview met de Amerikaanse krant The New York Times zei hij enkele jaren geleden: "Ik ga door zolang ik de gezondheid heb. Door de doden hun naam terug te geven, houd je hen als het ware levend. Een mens is pas vergeten wanneer zijn naam is vergeten."

dinsdag 16 maart 2010

Kwartierstaat Michelle Obama

Kleine Michelle met haar broertje en ouders, en grote Michelle.
 
 
Na de stamboom van Donald Duck, nu een wat serieuzere Amerikaanse genealogie, de kwartierstaat van Michelle Obama, die overigens van mijn geboortejaar is, 1964. Here's to you, Mrs. Obama-Robinson!
 
(Met dank aan Jan-Willem Koten uit Grevenbicht.)
 
Wil Brassé
_________________
 

SOMS IS HET ONGELOFELIJKE WERKELIJKHEID: DE GENEALOGIE VAN MICHELLE LAVAUGHN OBAMA-ROBINSON


De verkiezing van de president Barack Obama was al genealogisch een wonder. Hij is immers de kleinzoon van arme Kenyaanse boeren behorende tot de Waluo's in west Kenya. De genealogie van zijn echtgenote is echter nog veel bijzonderder. Het onwaarschijnlijke is bij haar werkelijkheid geworden, in 5 generaties van slavin tot presidentsvrouw.

Over Michelle LaVaughn Johnson, was genealogisch weinig bekend, maar dat veranderde natuurlijk toen zij first lady werd en op allerlei gebieden een prominente rol kreeg die zij met verve vervult. Haar genealogie is zo indrukwekkend dat daarover enkele artikelen in de New York Times (8 oktober 2009) verschenen, de belangrijkste bron overigens voor deze bijdrage.

Michelle's carrière
Michelle (46 j) komt uit een zwart arbeidersgezin, dat een twee-kamer appartementje bewoonden. Michelle bleek al vroeg een hoog begaafd meisje te zijn. Zij blonk uit op de lagere school en kreeg daarom een beurs. Zij was tweede van haar jaar op de Middelbare school en kreeg toegang tot Princeton Universiteit een top universiteit waar ook haar broer studeerde. Daar slaagde zijn cum laude hetgeen haar toegang gaf tot Yale School of Law, de belangrijkste juridische faculteit van de wereld. Tijdens haar studie had zij diverse bestuursfuncties bij studentenverenigingen en zij was bovendien actief in de strijd tegen de segregatie. Na haar afstuderen, een doctoraat rechten werkte zij op een advocaten kantoor. Zij ontmoette daar haar toekomstige man Barack (ook een Harvard student) die bij haar als stagiaire was toegewezen en waarvan zij dus de 2 jaar oudere mentor werd. Aanvankelijk voelde zij niets voor een kantoor relatie. Doch deze ontmoeting leidde echter later tot een vaste relatie en zij trouwden na korte tijd in 1991. Na de vroege dood van haar vader aan MS besloot zij het zakenleven vaarwel te zeggen om daarna een overheidsfunctie te ambiëren. Ze kreeg uiteindelijk diverse hoge functies aan de Universiteit, o.a. die van directeur van het universitaire Chicago Hospital. Na enige jaren met kinderen te hebben gewacht kreeg zij 2 dochters Malia Ann (1999) en Natasha (2001)

Haar (2 jaar oudere) broer Craig studeerde ook aan Princeton, Hij was een echte sportman. Na zijn studie heeft hij een tijd bij de effectenhandel gezeten, maar de sport trok hem (evenals trouwens zijn vader) meer. Momenteel is hij coach van een universitair honkbalteam.

Michelle's vader Fraser Robinson was aanvankelijk een bekende sportman, maar hij kreeg MS. Ondanks deze slopende ziekte ging hij iedere morgen op zijn krukken naar zijn werk bij een waterleiding bedrijf waar hij waterpompen onderhield. Daarnaast was hij voorzitter van de kiesvereniging voor de Democraten. Haar moeder Marian Shielding ging als secretaresse werken bij een postorderbedrijf toen Michelle naar de middelbare school ging. Zij leeft nog en helpt haar dochter, ook nu ze in het Witte Huis woont. Ook bij Michelle´s carrière en later bij de verkiezingstournee van haar man werd zij door een oud-tante en haar moeder bij de opvoeding van haar kinderen geholpen.

Er zijn nog enkele punten van haar directe familie vermeldenswaard. Diverse van haar familieleden hadden een succesvolle militaire carrière gehad. Verder is één van haar neven Rabbi Capers Funnye de spirituele leider van de zwart-joodse gemeenschap in Chicago. Deze probeert nu een brug te slaan tussen de Afro-Amerikanen en de Amerikaanse Joden. Ook in Michelle's voorgeslacht ziet men diverse Joodse namen.

Kwartierstaat
Om het verhaal te verduidelijken geef ik hier eerst de kwartierstaat van Michelle. Vermeldenswaard is dat veel van Michelle's voorouders en familieleden zeer oud werden en een deel van de familieverhalen aan hun nageslacht konden doorgeven.

Probandus

* 1. Michelle Robinson (1964)

Ouders

* 2. Fraser C. Robinson III (1935-1991)
* 3. Marian L. Shields (1937)

Grootouders

* 4. Fraser Robinson, Jr. (1912-1996)
* 5. LaVaughn Delores Johnson (1915-2002)
* 6. Purnell Nathaniel Shields (1910-1983)
* 7. Rebecca Jumper (1909-1988)

Overgrootouders

* 8. Fraser Robinson (1884-1936)
* 9. Rosa Ella Cohen (ca 1895-1952)
* 10. James Preston Johnson (1879-na 1920)
* 11. Phoebe Moten (1880-1946)
* 12. Robert Lee Shields (ca 1885-?)
* 13. Anna Estelle Laws (1887-1975)
* 14. James Jumper (ca 1873-na 1910)
* 15. Eliza Tinsley (ca 1876-na 1910)

Betovergrootouders

* 16. Jim Robinson (ca 1850-na 1900)
* 17. Louisa Unknown (ca 1855-?)
* 18. Geneval Sickle Cohen (ca 1867-?)
* 19. Alice ? (ca 1875-?)
* 20. Ruben Johnson (ca 1858-?)
* 21. Carrie Don (ca 1860-?)
* 22. Nelson Moten (ca 1830-na1880)
* 23. Mary Unknown (ca 1830-na1880)
* 24. Dolphus Theodore Shields (ca 1860-1950)
* 25. Alice Easley (1865-1918)
* 26. Nathan Laws (ca 1851-na 1900)
* 27. Fanny Humphrey (ca 1854-1916)
* 28. Peter Jumper (ca 1846-?)
* 29. Eliza Wade (ca 1850-?)
* 30. Nelson Tinsley (ca 1849-1927)
* 31. Nancy Morehead (ca 1854-1890)

Stamouders

* 35. Unknown Cohen
* 36. Rose Unknown (ca 1845-?)
* 48. Unknown
* 49. Melvinia Shields (ca 1844-1938)
* 50. Bolus Easley (ca 1841-?)
* 51. Mariah Unknown (ca 1845-1911)
* 54. David Humphrey (? – voor 1870)
* 55. Hannah Davies (ca 1810-na 1900)
* 56. Peter Jumper (ca 1800-1885)
* 57. Dolly Unknown (ca 1815-na 1880)
* 58. Esau Wade (ca 1822-na 1900)
* 59. Amy Unknown (ca 1830-na 1880)
* 60. Tillman Tinsley (ca 1827-na1880)
* 61. Amy Thornton (ca 1834-na1880)
* 62. Powhatan Morehead (ca 1825-?)
* 63. Eliza Unknown (ca 1836-?)


Vaders voorouders
De oudste bekende voorouder van haar vaders kant was Jim Robinson. Hij was slaaf en werkzaam op een zuidelijke plantage en waarschijnlijk via het slavenvervoer vanuit Jamaica in South Carolina terecht gekomen. Hij kon noch lezen of schrijven en werd als boerenknecht betiteld. Na de burgeroorlog en de opheffing van de slavernij (1865) was hij bij zijn oude werkgever gebleven maar nu als pachter (crop-sharer). Jim had 2 zonen. Gabriel, waarvan een dochter Carrie Nelson in 1928 werd geboren en die momenteel een van de nog overlevenden is die het slavenverhaal van haar grootvader kon vertellen. Verschillende van deze gegevens zijn afkomstig van haar. De tweede zoon was Fraser (I). Bij het houthakken raakte hij gewond aan zijn arm, deze wond infecteerde en dus moest de arm worden geamputeerd. Hij werd als huisknecht goed behandeld door zijn nieuwe werkgever die zich over hem ontfermden. Hij leerde zich zelf lezen en kon daarna als schoenmaker, krantenverkoper en arbeider in een houtzagerij aan de kost komen. Hij trouwde Rosella Cohen, uit dit huwelijk kwamen verschillende kinderen o.a. Fraser (II), de grootvader van Michelle. Hij was geboren in 1912 en stierf aan een nierkwaal in 1996 (84 jaar oud). Hij was een uitzonderlijk intelligente man en een begaafd spreker. Aangezien hij op het platteland geen baan kon vinden trok hij zoals zo velen naar de industriestad Chicago. Hij hoopte daar beter werk te vinden. Maar het beste wat voor hem bereikbaar was, was een functie bij de posterijen. Hij was getrouwd met LaVaughn Johnson. Na zijn pensioen zijn beide grootouders teruggekeerd naar South Carolina waar ze vroeger waren opgegroeid. In de buurt van Georgetown zijn nog veel van Michelle's familieleden te vinden, die zij min of meer toevallig bij een van de verkiezingscampagnes op het spoor kwam.

Moeders voorouders
De opgang van de familie van de moeder van Michelle is nog spectaculairder. Het verhaal begint bij Melvina Shields, de oudste bekende voorouder. Zij woonde als 6 jarig meisje op een plantage, haar oorsprong is onduidelijk en het lijkt waarschijnlijk dat zij ook gemengd bloedig zal zijn geweest, zoals zo veel slavinnen. Melvina behoorde tot het roerende goed van haar meester. Zij werd na zijn overlijden verkocht voor $ 475 aan haar toekomstige eigenaar en kwam ver verwijderd van kinderlijke omgeving terecht in Georgia. De nieuwe eigenaar Henry Shields was een kleinere boer die maar 3 slaven in eigendom had, waarvan Melvina er een van was. Toen ze opgroeide werd zij op 15 jarige leeftijd verkracht en zwanger van een zoon. Dat was niet ongebruikelijk want mooie slavinnen werden vaak geprostitueerd. Vermoedelijk deed zij huishoudelijk werk en landarbeid. De illegitieme zoon die de voorvader zou worden van Michelle heette Dolphus Theodore Shields, genoemd dus naar de plantage eigenaar Henry Shields. Wie de vader van dit illegitieme kind blijft onduidelijk. Men vermoedt echter dat het een van de 4 zonen van de slaven-eigenaar is.

Na de de opheffing van de slavernij bleef ze toch nu als een dienstmeid op de farm van haar vroegere meester werken nu eigendom van Charles een van Henry zonen, waarschijnlijk de vader van haar kind. Er kwamen meerdere kinderen, maar Dolfus was de enige die overleefde. Vermoedelijk dat de verhouding met haar meester toch meer complex was, want haar zoon kreeg een goede opleiding. Tussen haar 30ste en 40ste jaar, ging zij echter terug naar haar geboorteplaats, de plantage van haar vroege jeugdjaren. Daar vond zij de vroegere medeslaven uit haar jeugd terug o.a. Bolus Easly en Maria. Haar zoon Dolphus zou trouwen met hun dochter Alice.

Ondanks haar harde leven stierf Melvina op 94 jarige leeftijd in 1938, ongehoord oud dus, zeker in die tijd. Op haar overlijdenscertificaat staan noch haar ouders noch haar verdere betrekkingen vermeld. Zij heeft vermoedelijk nooit haar oorsprong gekend.

Rond 1888 vertrok Dolphus en zijn vrouw Alice naar Birmingham. Dolphus was toen 30 jaar. Hij was een goede timmerman, die na 20 jaar een eigen huis bezat en 10 jaar later een timmerzaak en slijperij opende. Deze was gevestigd in een witte wijk waar hij gemakkelijk met de bewoners omging, waarschijnlijk vanwege zijn opmerkelijk Europese uiterlijk. Daarnaast was hij leidende figuur in de Baptistenkerk waarbij hij een nieuw kerkgebouw stichtte. Hij werd de deken onder de dekens genoemd bij zijn kerkgenootschap. Hij leefde tot op hoge leeftijd (90 jaar) en stierf in 1950. Hij was een ernstige man, een geheelonthouder, niet roker, geen TV en hij luisterde alleen naar kerkmuziek. In zijn huwelijken was hij minder gelukkig, hij scheidde van Alice en is daarna nog 3x getrouwd. Dolphus schaamde zich over zijn afkomst en sprak daar zelden over. Toen hij stierf verscheen een in memoriam in de plaatselijke krant over hem.

Zijn zoon Robert Lee, een spoorwegarbeider en de overgrootvader van Michelle blijft een raadsel. Hij verdwijnt op zijn 32ste jaar van het toneel, zonder wat of hoe. Zijn zoon Purnell Shield de grootvader van Michelle was schilder van zijn vak en trouwde Rebecca Jumper. Van haar voorouders valt te vermelden dat Eliza Tinsley (Michelle's overgrootmoeder) de grootouders Tillman Tinsley en Amy Morton als slaven toe behoorden aan 2 verschillende meesters, maar dat zij niettemin 8 kinderen groot brachten.

Purnell Shields vertrok met zijn uitdijend gezin naar Chicago omdat daar de job-kansen beter waren. Hij had daar in een bescheiden gemeentewoning die lang niet zo mooi was als die waaruit hij was weggetrokken. Marian, Michelle's moeder, was één van zijn zeven kinderen. Deze Marian leeft nog in goede gezondheid en zij staat haar dochter ook in het Witte Huis bij. Michelle's jongste oom is een yoga instructeur, die ook de presidentsvrouw fit houdt.



Opmerking:

Wat leert dit spannende verhaal: binnen 5 generaties van slaaf naar presidentsvrouw, met alle misère tussendoor. Ook dat is de verenigde staten. Wat leert dit verhaal bovendien: de meeste Afro-Amerikanen hebben een gemengde etnische oorsprong, waarin zowel afrikanen, latino's, joden en Europeanen voorkomen. De verhouding wit zwart ligt daarom niet zo haarscherp als bijvoorbeeld in Zuid-Afrika. Dit kan een van de redenen zijn dat de segregatie niet langer meer vol te houden was en bovendien dat de de etnische integratie in de VS mogelijk wat soepeler loopt dan in andere werelddelen.

Van mijn moeder leerde ik een Roosendaalse uitdrukking: binnen enkele generaties wonen mensen van de kaai op de markt. Zij bedoelde hiermee dat je nooit op "mindere mensen" mocht neerzien, omdat hun kinderen wel eens je meerdere zouden kunnen zijn. Hoe waar is dit verhaal en hoe juist is mijn moeders les.



Geplaatst door:  Dhr. J.-W. Koten op: 04 maart 2010

woensdag 10 maart 2010

De stamboom van Donald Duck

(Klik op de afbeelding voor een grotere weergave! - Bron: Donald Duck Family Tree)
 
 
De personages in de Donald Duck zijn altijd zo onaardig voor elkaar, klaagde vriendin R. Als enige uitzonderingen kon ze Willie Wortel en Diederik Duck verzinnen. En Tokkie Tor, maar die leeft in zijn eigen kleine wereldje.
Ze heeft gelijk, iedereen is altijd aan het ruzieën of wedijveren met elkaar. Zelfs Oma Duck foetert altijd op de luie Gijs Gans!
 
Omdat ik toch achter de computer zat, heb ik Diederik Duck even opgegoogled. Hij was een soort Goofy en trad in mijn tijd (jaren '60-'70) incidenteel op in de DD. In de VS is hij bijna onbekend, en de meeste verhalen met hem blijken van Italiaanse makelij. Don Rosa wou hem dan ook eigenlijk niet opnemen in de Donald Duck stamboom, temeer omdat hij niet door Carl Barks was bedacht, maar moest hem toch toevoegen van de uitgever.
 
De Donald Duck stamboom is nogal een rariteit, want zoals in veel strips komen er vrijwel nooit ouders voor in de DD; iedereen is oom en tante of neef en nicht van elkaar. Alleen Oma Duck is oma, en sommige verhalen handelen over verre voorouders. In de jaren '90 schijnt Don Rosa een serie stripverhalen gemaakt te hebben over de jonge jaren van oom Dagobert, wat waarschijnlijk de aanleiding voor deze stamboom was. Of deze ook een verklaring bevatten waar de ouders van deze of gene zijn gebleven, vraag ik me af. Op de poster zijn zelfs enkele gezichten in het verborgene gelaten.
 
Verrassend is dat Kwik, Kwek en Kwak buitenechtelijke kinderen blijken van een zus van Donald. Zou Walt Disney hiermee hebben ingestemd? Carl Barks wellicht wel; zijn Duckstad was verre van idyllisch.
 
Woerd Snater is de vader van Donald Duck, maar eigenlijk was hij de oude Vlaamse vertaling van Donald Duck, voordat de DD ook in België werd verspreid. In latere herdrukken van die Vlaamse vertalingen in de DD is zijn naam zo gelaten. (Althans dat is de verklaring die ik me herinner, op Wikipedia vind ik dit niet zo letterlijk terug.)
 
Ook valt op dat oom Dagobert en Oma Duck geen bloedverwanten van elkaar zijn, terwijl Oma wel een oudtante is van haar knecht Gijs Gans. Op wikipedia staat dat Gijs een neef van Donald Duck is, maar volgens het schema zijn zij achterneven.
Katrien Duck en haar nichtjes zijn in de stamboom toegevoegd als niet-verwanten, maar de familienaam zou toch een verre verwantschap doen vermoeden. Ook de uiterlijke gelijkenis met Donald en zijn familie is natuurlijk frappant! Zou Bootsman d'Eendt ook Katriens betovergrootvader zijn? Dan is ze volgens katholiek recht 4de graads bloedverwant van Donald...
Verder mis ik Willie Wortel en die andere geleerde, een eend met een groene jas (hoe heet hij ook weer, Wikipedia vermeldt hem niet) in de stamboom. Geheel geen familie, blijkbaar.
 
Deze stamboom voldoet verder van geen kant aan de genealogische normen, want nergens worden geboorteplaatsen en -data vermeld. Zo kun je nooit verifiëren of de afstammingslijnen kloppen!
 
Wil Brassé, amateur-genealoog en oud-Duckfan
 
 

donderdag 4 maart 2010

Een bedoein over 'Israel Apartheid Week'

 
Voor wie het ook eens van een ander wil horen...
 
Wouter
_______________

Let's talk about "Israel Apartheid Week"

Ishmael Khaldi was deputy consul general of Israel for the Pacific Northwest. He is an Israeli Bedouin - what NIF funded organizations would call an "Israeli Palestinian." He wrote this article for Israel Apartheid Week, 2009.

Happy Apartheid Week!

 
Ami Isseroff
======================

Lost in the blur of slogans

For those who haven't heard, the first week in March has been designated as Israel Apartheid Week by activists who are either ill intentioned or misinformed. On American campuses, organizing committees are planning happenings to once again castigate Israel as the lone responsible party for all that maligns the Middle East.

Last year, at UC Berkeley, I had the opportunity to "dialogue" with some of the organizers of these events. My perspective is unique, both as the vice consul for Israel in San Francisco, and as a Bedouin and the highest-ranking Muslim representing the Israel in the United States. I was born into a Bedouin tribe in Northern Israel, one of 11 children, and began life as shepherd living in our family tent. I went on to serve in the Israeli border police, and later earned a master's degree in political science from Tel Aviv University before joining the Israel Foreign Ministry.

I am a proud Israeli - along with many other non-Jewish Israelis such as Druze, Bahai, Bedouin, Christians and Muslims, who live in one of the most culturally diversified societies and the only true democracy in the Middle East. Like America, Israeli society is far from perfect, but let us deals honestly. By any yardstick you choose - educational opportunity, economic development, women and gay's rights, freedom of speech and assembly, legislative representation - Israel's minorities fare far better than any other country in the Middle East

So, I would like to share the following with organizers of Israel Apartheid week, for those of them who are open to dialogue and not blinded by a hateful ideology:

You are part of the problem, not part of the solution: If you are really idealistic and committed to a better world, stop with the false rhetoric. We need moderate people to come together in good faith to help find the path to relieve the human suffering on both sides of the Israel-Palestinian conflict. Vilification and false labeling is a blind alley that is unjust and takes us nowhere.

You deny Israel the fundamental right of every society to defend itself: You condemn Israel for building a security barrier to protect its citizens from suicide bombers and for striking at buildings from which missiles are launched at its cities - but you never offer an alternative. Aren't you practicing yourself a deep form of racism by denying an entire society the right to defend itself?

Your criticism is willfully hypocritical: Do Israel's Arab citizens suffer from disadvantage? You better believe it. Do African Americans 10 minutes from the Berkeley campus suffer from disadvantage - you better believe it, too. So should we launch a Berkeley Apartheid Week, or should we seek real ways to better our societies and make opportunity more available.

You are betraying the moderate Muslims and Jews who are working to achieve peace: Your radicalism is undermining the forces for peace in Israel and in the Palestinian territories. We are working hard to move toward a peace agreement that recognizes the legitimate rights of both Israel and the Palestinian people, and you are tearing down by falsely vilifying one side.

To the organizers of Israel Apartheid Week I would like to say:

If Israel were an apartheid state, I would not have been appointed here, nor would I have chosen to take upon myself this duty. There are many Arabs, both within Israel and in the Palestinian territories who have taken great courage to walk the path of peace. You should stand with us, rather than against us.

---------------

Ishmael Khaldi is deputy consul general of Israel for the Pacific Northwest.

This article appeared on page A - 11 of the San Francisco Chronicle

zondag 7 februari 2010

De controverse over de herkomst van het Joodse volk

 
Een recent artikel in de Trouw zorgde weer eens voor verhitte discussie over het Joodse volk en over Israel als expressie daarvan. Een microbioloog (naar verluid zelf van Joodse afkomst) waagde zich aan een boek dat betoogt dat de meeste Ashkenazische Joden niet of in zeer geringe mate genetisch van de oude Israëlieten afstammen. En dat met grote stelligheid: 'De herkomst van de Asjkenazische joden: de controverse opgelost'!  Behalve zijn eigen vakgebied maakt hij ook gebruik van 'historisch-demografisch, genetisch, archeologisch en linguïstisch onderzoek'. De vraag doemt op of hij zich hier niet aan vertilt. Wikipedia rept nog steeds over DNA-onderzoek, ook recentelijk, dat juist de klassieke versie van een gemeenschappelijke afstamming van het meerendeel der Joden zou ondersteunen, dus die stelligheid lijkt mij sowieso misplaatst. En hoe gevoelig de materie ligt en hoeveel ophef hij veroorzaakt, dat had Jits van Straten natuurlijk kunnen weten.
 
Het Trouw artikel is niet van hemzelf maar van Eildert Mulder. Een van de eerste zinnen die me verbaasden in het artikel was: "De vraag naar de herkomst van de joden kan heftige reacties oproepen, omdat hij de nationale mythe van de staat Israël raakt: die van verdrijving, diaspora en terugkeer."  Waarom gelijk Israel erbij halen? Hij raakt in de eerste plaats het zelfbeeld van zelfbewuste Joden overal ter wereld, die zich als afstammelingen van een zeer oud volk met een bijzondere geschiedenis zien. Ik las eens een oud citaat van een Joods-Britse parlementariër die een collega toeriep (de context weet ik niet meer, het zal wel ter zake doent zijn geweest), dat 'terwijl diens voorouders in berenvellen rondliepen, de zijne priesters waren in de Tempel van Jeruzalem' - het zal een Cohen zijn geweest.
 
Dat kun je met Van Stratens theorie dus niet meer roepen. Dat de Joden een 'ras' zouden zijn, heeft niemand ooit beweerd (nou ja, sommigen, maar die verguizen we met recht en reden). Hoe essentieel gemeenschappelijke genen zijn om een volk te kunnen zijn, is een andere vraag. Antisemieten en antizionisten bestrijden tegenwoordig graag dat Joden een volk vormen, omdat ze in dat geval geen aanspraak zouden kunnen maken op een recht op zelfbeschikking als volk. Jammer voor hun is sowieso dat een volk in de eerste plaats zichzelf als volk definieert. Enkele kenmerken die je mag verwachten (ik zal niet zeggen eisen) van een volk is een gedeelde geschiedenis, taal en cultuur, en een gevoel van lotsverbondenheid. Je zult mij dan ook niet horen beweren dat de Palestijnen geen volk zijn. Ze hebben redelijk wat gemeenschappelijke kenmerken (ook verschillen, waar weinig aandacht voor is) en als zij zich de laatste 40 of 100 jaar als volk willen definiëren, dan is dat hun goed recht wat mij betreft. Zo ook de Joden, ook al zouden de meesten van bekeerlingen afstammen van 500 of 1.000 jaar terug.
 
Van dat laatste ben ik verre van overtuigd. Vermenging met 'niet-Joden' vond al plaats in de tijd van Mozes: zijn vrouw zou een Ethiopische zijn geweest. Die werden echter opgenomen en geassimileerd in het volk, zoals in Nederland ook door de eeuwen heen Spanjaarden, Italianen, Fransen, Britten, Zwitsers, Scandinaviërs enz. werden opgenomen. Generaties later hebben afstammelingen dan een klein percentage 'vreemde genen', die soms nog in de familienaam of het uiterlijk terug te zien zijn.
 
Vooral 'anti-Joden' klagen wel over de exclusiviteit van het Jodendom, de hoge drempel om toe te treden vanwege alle regeltjes en spijswetten waaraan religieuze Joden zich moeten houden. Mij lijkt het dan ook onwaarschijnlijk dat grote groepen zich in vroeger eeuwen massaal tot het Jodendom zouden hebben bekeerd, en toen het christendom Europa veroverde zal dat helemaal afgelopen zijn geweest.
 
Op mijn website heb ik wat oude foto's van Joden uit mijn woonplaats, en mij viel altijd wel op dat ze er doorgaans toch duidelijk anders uitzagen dan de gemiddelde Sittardenaar. Ook op tv mag ik tegenwoordig wel eens graag raden of acteurs in my favoriete comedy's van Joodse origine zijn, met name als ze een Joodse rol spelen, bijv. Renée Zellweger (in dit geval een drama speelfilm). En last but not least: de website Meeting the Enemy, van Israëliërs en Palestijnen in Nederland, laat je raden of de afgebeelde personen Joden of Palestijnen zijn. Probeer het zelf uit...
 
Wouter
 
PS: Zie ook de reaktie van Ratna op haar IMO Blog DNA: Trouw had ophef over het volk Israel kunnen voorzien