woensdag 20 maart 2013

Waarom in Limburg opvallend veel Joden konden onderduiken

 
In de Kroniek* (Informatiebulletin van de Katholieke Raad voor Kerk en Jodendom) staat een uitgebreid artikel over het proefschrift van Herman van Rens, met wie ik voor het boekje "De Vergeten Joden van Geleen 1920-1950" meermaals informatie heb uitgewisseld. De handelseditie komt in april 2013 uit bij Uitgeverij Verloren.
 
*In die kroniek overigens ook een artikel over het Tweede Vaticaanse Concilie en de verhouding tussen Joden en katholieken.
 
Wil Brassé
_________________
 
Minderheid Limburgse Joden slachtoffer van onaangekondigde razzia's
 
Geschiedenis

Promotie

De vervolging van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is in Limburg op onderdelen anders verlopen dan in de grote steden in het westen van Nederland, concludeert Herman van Rens in zijn onderzoek.

In Limburg werden de meeste Joden opgeroepen om zich te melden voor werkkampen. Hierdoor hadden zij (korte) tijd om te besluiten onder te duiken en werd slechts een minderheid slachtoffer van onaangekondigde razzia's. De helft van de Limburgse Joden koos voor onderduik of een vlucht naar België of verder.

Van Rens laat zien dat er echter grote verschillen bestonden in overlevingskans tussen de verschillende gemeenten in de provincie Limburg. Deze verschillen konden worden verklaard doordat in sommige steden en dorpen hulpnetwerken ontstonden binnen tamelijk gesloten groepen waarbinnen het helpen van mensen in nood een collectieve norm werd. Het aandeel van een klein aantal invloedrijke morele leiders was hierin van belang.

Van Rens besteedt ook aandacht aan de vervolging van Sinti - doorgaans aangeduid als 'zigeuners' - in Limburg. Er bestonden grote verschillen tussen de vervolging van de Sinti en die van de Joden. De maatregelen tegen Sinti kwamen meer tot stand als gevolg van druk uit de samenleving. Pas in een later stadium kregen Sinti een plaats in het racistisch wereldbeeld van de nationaalsocialisten.

Dhr. H.A.J. van Rens: De vervolging van joden en Sinti tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse provincie Limburg. Promotor is dhr. prof. dr. J.Th.M. Houwink ten Cate.

 

maandag 11 maart 2013

Oorlogsmonument Einighausen

 

Sinds 2012 worden op een monument in Einighausen de namen van de omgekomenen uit deze plaats herdacht. Ik trof vandaag tot mijn verrassing (want ik had er nog niets over gehoord of gelezen) een foto van dit monument aan in het boek "Het bombardement van Geleen, 5 oktober 1942 - 5 oktober 2012".

 

Op internet was nog vrijwel niets over dit nieuwe oorlogsmonument te vinden. Ik vond een tweet van de lokale VVD-afdeling, maar het bericht waarheen dit linkte, werkte helaas niet meer. De enige andere vermelding vond ik in Born Aktueel (tegenwoordig Aktueel in Born genoemd) dat sinds 2012 ook als pdf op internet te vinden is. Volgens de tweet van VVD Sittard-Geleen vond de onthulling plaats op 4 mei 2012. Het onderstaande verslag uit Born Aktueel vermeldt geen datum.

 

Wil Brassé

____________________

 

Aktueel in Born 1250 - zaterdag 23 juni 2012

Onthulling oorlogsmonument

 

Na een eucharistieviering in de parochiekerk welke werd opgeluisterd door het kerkelijk zangkoor begaven zich tientallen kerkbezoekers samen met de fanfare naar het kerkhof voor de onthulling van het nieuwe oorlogsmonument.

In zijn welkomstwoord werden door Louis Heylighen naast de vele parochianen onder meer welkom geheten wethouder Pieter Meekels, pastoor M. Otto en de familieleden van de slachtoffers Custers, Lebens en Konings.

 

Na een openingsandante, uitgevoerd door fanfare Concordia welke uitvoering speciaal werd opgedragen aan de overleden leden en weldoeners van de fanfare, werd overgegaan tot de onthulling van het monument. Met deze taak was wethouder Pieter Meekels belast met assistentie van ons Einighauser raadslid van Montfoort waarna pastoor M. Otto de plechtige inzegening voor zijn rekening nam.

 

Als lid van het kerkbestuur en mede initiatiefnemer werd door Sef Lumens een bloemstuk gelegd. De namen van de slachtoffers werden vervolgens een voor een met vermelding van volgende bijzonderheden genoemd waarbij een van de kinderen uit groep 8 telkens een roos deponeerde bij het noemen van de namen der slachtoffers.

 

Deze slachtoffers zijn: de 31-jarige soldaat H. Custers uit de Heistraat die op 10 mei 1940 levensgevaarlijk werd gewond en op 11 mei 1940 is overleden in het ziekenhuis te Sittard.

De 22-jarige mijnwerker Th. Lebens uit de Heistraat die het leven verloor bij het bombardement van Geleen op 5 oktober 1942.

De 31-jarige joodse slager Alfred Lichtenstein die vanaf 1936 eveneens met zijn familie in de Heistraat woonde en na deportatie op 16 juli 1943 in het kamp Sobibor is overleden.

De 26-jarige Else Kaufman, echtgenote van A. Lichtenstein, die eveneens in Sobibor is overleden op 11 juni 1943.

De 2-jarige Helja Lichtenstein, dochtertje van Alfred en Else Lichtenstein, dat samen met haar moeder op 11 juni 1943 werd omgebracht.

De 26-jarige Renate Kaufman, schoonzus van Alfred Lichtenstein, overleefde op 30 september 1942 het concentratiekamp Auschwitz niet.

De 65-jarige Herman Kaufman, schoonvader van Alfred Lichtenstein, werd samen met zijn 53-jarige vrouw Sofie Levi op 21 mei 1943 in Sobibor om het leven gebracht.

De 24-jarige sergeant stoottroepen H. Konings die bij het uitoefenen van zijn militaire taken op 15 mei 1945 dodelijk verongelukte in Duisburg Duitsland.

 

Aansluitend aan dit dodenappel werd het Wilhelmus gespeeld en volgde de landelijke twee minuten stilte voor alle oorlogsslachtoffers en werd na een kort gedicht, voorgedragen door Fenne Soons en Merel Delahaye, de plechtigheid afgesloten met The Last Post gespeeld door Koen Thissen.

Woorden van dank maar mag zeker nog even genoemd worden de medewerking van basisschool de Leeuwerik met de 9 meisjes die de bloemen hebben gelegd t.w. Julia Caris, Shauny Theunissen, Ilke Sevenich, Fenne Soons, Lisa van der Heijden, Maartje Dijkstra, Anne Hochstenbach, Nickey Keulen en Merel Delahaye.

 

Namens de initiatiefnemers, Louis Heylighen.

 

maandag 25 februari 2013

CIDI aan gemeente Midden-Drenthe: Weiger geen Stolpersteine

 
De gemeente Midden-Drenthe (en ze is niet de enige...) ontbreekt het aan historisch besef:
"Graag willen wij zelf in het herdenken zo weinig mogelijk gaan differentiëren in verschillende slachtoffers en ons op allen richten…"
Het 'niet willen differentiëren in verschillende slachtoffers' is de reden dat de overlevende Joden na de oorlog verstoken bleven van specifieke hulp en opvang, en zelfs dat Joden met de Duitse nationaliteit na de oorlog in kampen werden opgesloten samen met nazi's en NSB-ers.
 
Bovendien zijn de Stolpersteine niet alleen voor Joden, maar voor alle door de nazi's vervolgde groepen. Als er in Beilen alleen Joden zijn gedeporteerd, dan zou dat bij het gemeentebestuur wellicht een belletje kunnen doen rinkelen...
 
Wouter
_____________

CIDI: Weiger geen Stolpersteine

http://www.cidi.nl/Nieuwsberichten/CIDI-Weiger-geen-Stolpersteine1.html

WO 13-02-2013

CIDI is het oneens met het besluit van de gemeente Beilen om geen Stolpersteine te laten plaatsen ter herden­king van gedeporteer­­­de Joden. "Als gemeente moet je deze stenen niet categorisch weigeren," zegt CIDI-directeur Ronny Naftaniel.


Het is voor het eerst dat een gemeente weigert mee te werken aan de plaatsing van deze kleine herdenkingsstenen. Stolpersteine zijn kleine messing stenen met de naam, geboorte-, deportatie- en sterfdatum van slachtoffers van de nazivervolging, die in de stoep worden geplaatst voor het huis waar zij het laatst hebben gewoond. Het plan om de stenen te plaatsen en de financiering komt van de stichting Stolpersteinen Midden-Drenthe. De gemeente moet wel toestemming geven voor het leggen ervan in een stoep; Beilen weigert die.
 
Zo te zien maakt Beilen bezwaar omdat het om Joodse slachtoffers gaat. In haar weigeringsbrief, die deze maand werd gestuurd als antwoord op de aanvraag uit juli, schrijft de gemeente: "Graag willen wij zelf in het herdenken zo weinig mogelijk gaan differentiëren in verschillende slachtoffers en ons op allen richten…" Daarnaast zouden nog enkele "praktische bezwaren" aanleiding zijn om de plaatsing te weigeren. Hoewel Stichting Stolpersteinen als gezegd de plaatsing van de stenen betaalt, volhardt de gemeente bij haar weigering.
 
Naftaniel vindt het een "onzinnig" argument dat de gemeente zich wil richten op 'alle slachtoffers': "Ruim de helft van de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog zijn Joden,  die om hun Joods zijn werden vermoord. Als racisme en antisemitisme dood zijn, had ik het misschien kunnen begrijpen, maar nu niet." Wel vindt Naftaniel dat er rekening moet worden gehouden met de eigenaren van de huizen waar de stenen voor worden geplaatst.
 
Dirk Mulder, directeur van Westerbork, is ook verbaasd dat de gemeente niet meewerkt, temeer daar Westerbork net als Beilen onderdeel is van de gemeente Midden-Drenthe.

 

zondag 2 december 2012

Twee staten zonder oplossing

 
Ik heb eindelijk weer eens een (redactioneel) commentaar geschreven voor Israel-Palestina.Info:
 
 

door Wouter

Sinds donderdagavond schijnt de wereld een staat rijker te zijn. Een ruime meerderheid in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties gunde de Palestijnen de status van 'waarnemende niet-lid staat'. Al eerder was de staat Palestina door meer dan tweederde van de afzonderlijke landen erkend.

Volgens sommige commentaren is deze erkenning slechts van symbolisch belang, volgens anderen kan Palestina nu Israel voor het ICC aanklagen, staat het sterker in vredesonderhandelingen, en/of sterkt het het politieke prestige van de PA en Abbas tegenover Hamas en andere rivalen.

Hoe dit ook zij, symbolisch belang kan een groot belang zijn. De delingsresolutie van de VN in 1947 was ook symbolisch, immers werd zij door de Arabieren in en buiten Palestina verworpen, had zij feitelijk geen bindende kracht in het internationale recht, en ondernam de VN buiten bemiddelingspogingen, nieuwe resoluties en een wapenembargo geen akties om het delingsplan af te dwingen bij de inmiddels strijdende partijen. Men stelde vanwege het Arabische verzet zelfs voor dat Israel toch genoegen zou nemen met een veel kleiner grondgebied dan volgens het delingsplan, of dat ze haar onafhankelijkheidsverklaring zou opschorten. Israel gebruikte echter met succes de delingsresolutie als basis voor de erkenning van haar bestaansrecht, vocht tegen de Arabieren voor haar grondgebied, en won in 1949 het lidmaatschap van de Verenigde Naties.

De Palestijnse route naar Palestina

VN-bemiddelaar Bernadotte klaagde intussen in 1948 dat de Arabieren in Palestina nauwelijks nationale aspiraties hadden; ze wilden alleen niet in een Joodse staat leven, en hadden geen probleem met aansluiting bij bv. Jordanië. Niemand maakte zich dan ook echt druk toen Jordanië en Egypte de door hun veroverde gebieden bleven controleren, en de aanvankelijk hiertoe opgezette Palestijnse marionettenregeringen werden na verloop van tijd geruisloos opgeheven, waarbij Jordanië haar deel officieel annexeerde. Alle Palestijnse verzetsbewegingen c.q. terreurgroepen vielen dan ook alleen het Israëlische gebied aan, niet de delen die door Arabische landen werden gecontroleerd.

Pas toen Israel in 1967 de gebieden op Jordanië en Egypte veroverde, won de PLO internationale erkenning door de Palestijnen als volk voor te stellen, dat onder deze bezetting gebukt ging en recht moest krijgen op nationale onafhankelijkheid. In 1974 ontstond het PLO-stappenplan om indien nodig eerst haar gezag te vestigen in (delen van) de in 1967 bezette gebieden om op termijn 'heel Palestina te bevrijden'. Ondanks dit expliciete einddoel, werd de PLO hierna als Palestijnse vertegenwoordiging toegelaten tot de Verenigde Naties met waarnemerstatus, en werden diverse VN-instellingen opgericht om de Palestijnse zaak te bepleiten. Het 'recht op terugkeer' van alle Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen (een Palestijnse interpretatie van VN-resolutie 194, die men echter pas in 1991 expliciet erkende) werd intussen als essentieel onderdeel gezien om Israel langs niet-militaire weg te kunnen verslaan.

In 1988 riep de PLO vanuit Tunesië de onafhankelijkheid van Palestina uit, waarna de VN-waarnemer niet meer als PLO maar als 'Palestina' werd aangeduid. In aanvullende verklaringen werd duidelijk gemaakt dat men hierbij ook de staat Israel erkende, waarmee de PLO een gesprekspartner kon worden voor de VS en uiteindelijk ook voor Israel, dat enkele jaren later geheime onderhandelingen ermee startte. In 1993 erkende Arafat middels een brief aan Rabin expliciet het bestaansrecht van Israel, en begonnen officiële vredesbesprekingen. Dat deze vastliepen is beide partijen aan te rekenen, en in het bijzonder extremisten aan beide kanten die het vredesproces ondermijnden, en de onderhandelingsruimte te klein maakten om het eens te kunnen worden.

Nadat het vredesproces al jaren niet vooruit te branden is, koos Abbas dus voor deze statusverhoging via de VN. In zijn speech voor de VN zaten een berg lelijke woorden en beschuldigingen richting Israel, bepaald geen uitgestoken hand voor hervatting van het vredesoverleg. Ook geen woord van spijt overigens, dat de Palestijnen niet 65 jaar eerder het delingsplan hadden geaccepteerd, waardoor ze toen al een eigen staat hadden kunnen krijgen en een lange periode van conflict en ellende aan hen voorbij zou zijn gegaan.

Compromissen en gebaren voor vrede

Het conflict duurt inderdaad al veel te lang, en de Palestijnen is hun staat zeker gegund, maar de problemen blijven vooralsnog onopgelost. Israel zal zich niet zonder Palestijnse compromissen en een definitieve vredesregeling terugtrekken uit het gebied, en de Israelische controle belemmert de ontwikkeling van de Palestijnse economie en instituties aanzienlijk. Daarbuiten is er de strijd met Hamas, de corruptie en de afhankelijkheid van donorgelden. En niet te vergeten het onopgeloste vluchtelingenprobleem, waaraan de Palestijnse Autoriteit al die jaren heeft geweigerd iets te doen – nog steeds in de hoop met het 'recht op terugkeer' Israels bestaan te kunnen ondermijnen. Abbas' eigen legitimiteit is intussen twijfelachtig, daar zijn termijn als gekozen president allang is verstreken, evenals de termijn van het Palestijnse parlement. De Palestijnse Autoriteit zelf was gestoeld op de Oslo Akkoorden, en de gang naar de VN vormt feitelijk een schending daarvan. Israel heeft daarom ook al gedreigd zich niet meer gebonden te achten aan de Oslo-afspraken.

Het vredesproces lijkt voorlopig geen kans van slagen te hebben, omdat beide partijen niet tot grootse gebaren in staat zijn die het vertrouwen kunnen wekken om de andere kant over de streep te trekken. Als Abbas het recht op terugkeer opgeeft zal niet alleen Hamas dat torpederen maar ook Fatahs eigen achterban zal rebelleren. Als Netanyahu instemt met een deling van Jeruzalem zullen niet alleen de rechtse coalitiepartners opstappen maar zal ook zijn Likoed-achterban hem laten vallen. De opiniepeilingen voor de aanstaande Israelische verkiezingen laten vooralsnog geen meerderheid zien voor een coalitie die tot verdergaande compromissen in staat is (Barak en Olmert, de twee premiers die een deling van Jeruzalem voorstelden aan de Palestijnen, zaten toen beiden aan het eind van hun termijn). Aan Palestijnse kant durft vrijwel geen politicus openlijk afstand te doen van het recht op terugkeer.
Toen Abbas dit onlangs suggereerde in een interview voor de Israelische tv, volgden woedende reacties en moest dit snel worden rechtgebreid, evenals eerder bij de "Pali-Leaks" gebeurde. Aan beide kanten is weinig werk gemaakt om de bevolking voor zulke compromissen voor te bereiden.

De geschiedenis zal uitwijzen hoe groot het symbolische belang was van de statusverhoging van Palestina. Het zou vergelijkbaar kunnen blijken met bijvoorbeeld de Balfour Verklaring voor de Joodse staat. Als het conflict echter onopgelost blijft en Palestina geen souvereine staat wordt, zal het vergelijkbaar zijn met de staat die Napoleon in 1799 aan de Joden aanbood.

VN probleem of oplossing?

De Verenigde Naties lijken vooralsnog meer deel van het probleem dan van een oplossing te zijn. Ze hebben sinds midden jaren '70 (gelijk met de toelating van de PLO) Israel continu veroordeeld, gedemoniseerd en meer dan eens gedelegitimeerd. Meer dan 30 leden van de VN erkennen tot vandaag nog steeds niet hun mede VN-lidstaat Israel als staat; staten die wel Palestina hebben erkend. Zij weren Israel ook al sinds het begin uit het regionale blok van Azië, waardoor het niet volwaardig kan deelnemen aan alle VN-onderdelen. Een groots gebaar van de Arabische staten zou kunnen helpen de impasse te doorbreken. Ze zouden eindelijk de Joodse staat kunnen erkennen en toelaten tot het Aziatische blok. En er normale betrekkingen mee aangaan, vooruitlopend op een vredesakkoord tussen Israel en de Palestijnen. Obama heeft hen daartoe trachten te bewegen aan het begin van zijn presidentschap, maar de Arabieren gaven geen krimp.

Kan de VN zelf iets doen aan de impasse? De VN Veiligheidsraad kan met bindende resoluties internationaal recht scheppen, en als ze het intern eens kan worden (een groot 'als') eerdere resoluties verduidelijken of aanpassen. Belangrijk zou vooral zijn om aan de Palestijnen duidelijk te maken dat er geen 'onvervreemdbaar recht op terugkeer' bestaat voor de vluchtelingen van 65 jaar geleden en hun nakomelingen. En verder zou het mogelijk een Salomonsoordeel over Jeruzalem kunnen vellen. Israel wordt immers steeds weer veroordeeld voor de annexatie van Oost-Jeruzalem en het wijzigen van de status van de stad, maar de juridische status van Jeruzalem is eigenlijk in limbo. Formeel heeft de VN nooit een ander standpunt bepaald dan dat van de delingsresolutie uit 1947, die van Jeruzalem en omgeving (tot en met Bethlehem!) een apart gebied onder internationaal bestuur zou maken. Een nieuw en realistisch standpunt van de Veiligheidsraad inzake Jeruzalem (inclusief de begrenzing hiervan) zou kunnen helpen de onderhandelingen weer op de rails te krijgen.

 

dinsdag 20 november 2012

Het verhaal van soldaat Leo Lichten op het ereveld Margraten

 
Ik zit een paar dagen ziek thuis, maar dat geeft me eindelijk de tijd weer eens iets op mijn Sittard Web Log te plaatsen.
 
Zoals velen verdoe ik tegenwoordig veel tijd op Facebook; het leuke daarvan is dat je op een eenvoudige manier kontakt houdt met vrienden, bekenden (tot in Australië en Israël) en zelfs verre familie. Het is ook erg makkelijk om daar berichten te plaatsen over de dingen die je bezighouden of opvallen. Nadeel is vooral dat alleen je Facebook vrienden die zien, als ze ze al zien, want ze verdwijnen even snel weer buiten beeld in een eindeloze tijdlijn van berichten.
 
Onderstaande verhaal kwam ik ook via Facebook tegen, namelijk op de pagina van minister Frans Timmermans, die een aantal jaren geleden een oorlogsgraf in Margraten heeft geadopteerd.
 
Dank aan Ben Savelkoul, die dit verhaal, schijnbaar afkomstig uit het LD van 6 mei 2011, op zijn website plaatste. Daar staan overigens nog meer verhalen van oorlogsbegraafplaatsen.
De pagina over Leo Lichten bevat nog 2 foto's.
 
Wil Brassé
_________________
 

Het verhaal van een bijzondere jongen

 

Leo Lichten.

 

 

PvdA-Kamerlid Frans Timmermans uit Heerlen adopteerde enkele jaren geleden het graf op het ereveld in Margraten van Leo Lichten. Timmermans ging op zoek naar het verhaal van de Amerikaanse militair. Over wat hij de boeiendste zoektocht van zijn leven noemt, hield Timmermans gisteren in Roermond de eerste Limburgse 5 mei-lezing.

 

Ik wil u een verhaal vertellen over een jongen, die ik heb leren kennen ruim zestig jaar nadat hij overleed. Zijn naam is Leo Lichten. Samen met ruim 8.000 strijdmakkers heeft hij zijn laatste rustplaats op het ereveld Margraten. Alle Amerikaanse oorlogsgraven daar zijn 'geadopteerd', vooral door Limburgers. Een tijd terug mocht ik het graf van Leo Lichten adopteren. Van hem was bijna niets bekend, behalve zijn rang (PFC, soldaat eerste klas), de eenheid waarin hij diende (infanterie, 84ste divisie, 'Railsplitters'), de staat waaruit hij afkomstig was (New York) en de dag waarop hij sneuvelde (20 november 1944). En aan de grafsteen viel te zien dat hij Joods was. Omdat ik meer van hem wilde weten, ben ik gaan speuren. Misschien de moeilijkste, maar zeker de boeiendste speurtocht die ik heb meegemaakt. Eerst heb ik in kaart gebracht hoe zijn eenheid in Europa terecht kwam en bij welk gevecht hij om het leven is gekomen. Daaruit bleek dat hij pas enkele maanden over was uit de VS toen hij sneuvelde en dat hij nog geen 20 kilometer van waar ik woon bij zeer zware gevechten om het leven is gekomen. Natuurlijk wilde ik ook graag weten waar hij precies vandaan kwam, of daar nog familie woonde en of ik mensen kon vinden die hem gekend hebben. Ik ben gaan schrijven over het belang van Margraten voor de verbondenheid tussen Nederlanders en Amerikanen en over de band die ook de derde en vierde generatie nog voelt met onze bevrijders. Met name deze stukken trokken enige aandacht, omdat Amerikanen hiervoor bijzonder gevoelig zijn. Het was een schot hagel, maar bleek wel raak. Ik ontving een mail van Robert Simpson, wiens moeder de halfzus is van Leo Lichten. De familie was vlak na het overlijden van Leo naar de Westkust vertrokken. Via Simpson kwam ik een paar flarden te weten, meer niet. Wel werd duidelijk dat Leo een zeer uitzonderlijk iemand was, hoogbegaafd en een goed sportman. Maar toen kwam een brief. De Nederlandse ambassade in Washington ontving een schrijven van Paul Slater, 86, die in een veteranenblad de speech had gelezen die ik in 2009 op Memorial Day in Margraten heb uitgesproken en waarin ik Leo noemde. In zijn brief schrijft Paul dat Leo in Brooklyn zijn jeugdvriend was. Leo was, zo schreef Paul, een zeer nobel, slim en moedig mens. Ik heb hem gebeld. Wij spraken uren aan een stuk en ik kreeg een helder beeld van die jaren in Brooklyn, van de armoede, van de vriendschap, maar ook van de achteloosheid waarmee jonge mannen de oorlog in werden gestuurd. Het was voor Paul geen makkelijk gesprek, Leo was zijn boezemvriend en Paul is nog steeds boos over de wijze waarop Leo feitelijk ongetraind een oorlog inging waar hij het moest opnemen tegen de meest ervaren nazi's.

 

Leo wist dat hij fungeerde als kanonnenvlees

 

Paul heeft een zoon en een dochter. Zijn zoon heet Leo, vernoemd naar zijn beste vriend, die zelf niet ouder werd dan 20 en nooit de vreugde van het vaderschap heeft gekend. Paul wilde al meer dan 50 jaar het graf van zijn boezemvriend bezoeken. Het was mij een grote eer hem en zijn zoon uit te nodigen. Van 15 tot 19 oktober 2010 bezochten zij Nederland. Op 20 november was het precies 66 jaar geleden dat Leo sneuvelde. En 66 jaar geleden werd mede door zijn offer ons land bevrijd. Paul liet mij een aantal brieven lezen, die Leo tijdens zijn 'training' en later ook vanuit Europa aan hem schreef. Zelden zal een jongen van 20 zoveel wijsheid en inlevingsvermogen hebben getoond als Leo. Hij wenste Paul sterkte, moedigde hem aan in zijn dromen te blijven geloven en gaf en passant te kennen zelf niet te verwachten de oorlog te overleven. Daar ook vrede mee te hebben, omdat hij streed voor een nobele zaak. Ook, wrang genoeg, omdat hij opzag tegen het vooruitzicht terug te moeten naar een gebroken gezin. Leo wist, zo kan je tussen de regels door lezen, dat zijn veel te korte training als infanterist hem de status van kanonnenvlees gaf. Hij was niet cynisch, wel gelaten.  Kort voor het bezoek van Paul aan Nederland, kreeg ik weer zeer kostbare informatie. Via een behulpzaam contact in de VS, kreeg ik het onverbloemde dagboek van een kameraad van Leo, die met hem de militaire opleiding had doorlopen en die aanwezig was toen Leo sneuvelde. Soldaat Sherman brengt in zijn dagboek de laatste dagen van Leo beklemmend in beeld. In Gulpen, waar de eenheid tot 17 november '44 gelegerd was, krijgen zij het bevel twee dagen later een aanval uit te oefenen op Duitse stellingen bij Prummern, vlak over de grens in Duitsland. De veteranen van de eenheid verstrakken bij het nieuws en worden stil. De jonge rekruten, ingenieurs in spe, die nauwelijks hun M1 geweer weten te hanteren, gedragen zich als katten in een vreemd pakhuis. Leo maakt grapjes, om de spanning te verminderen. Een dag later worden ze verplaatst naar Wittem, waar zij worden ingekwartierd. Om vervolgens in de nacht van 18 op 19 november ergens in een mijnschacht, mogelijk in Kerkrade of Heerlen, de aanval af te wachten, die om 4 uur 's ochtends zal worden ingezet. Vroeg die ochtend sneuvelt Leo, als een van de eersten. Bij de bestorming van een bunker, wordt hij door mitrailleurvuur dodelijk getroffen. Sherman reageert verslagen als hij het hoort. Hij beschrijft de strijd om Prummern vanuit het perspectief van de gewone soldaten, die orders kregen die zij nauwelijks begrepen en die wisten dat hun kans om te overleven niet heel groot was. Hij laat ook zien hoe dicht heldendom en lafheid bij elkaar liggen, hoe het slagveld het slechtste en het beste in mensen boven haalt. Koel beschrijft hij de doodsverachting waarmee zij de bunkers bestormen en uiteindelijk, na dagen strijd en met behulp van Britse tanks, ook veroveren. Even koel schrijft hij op hoe een paar mannen wraak nemen op een sergeant aan wie zij een hekel hebben. Midden in het gevecht met de Duitsers, schieten zij hem door het hoofd. De moord zal nooit worden ontdekt. Bijna precies 66 jaar na dato, sta ik met Paul en zijn zoon Leo op de heuvel in het veld bij Prummern, waar toen de bunkers stonden. Ergens honderd meter lager, richting Geilenkirchen, moet Leo Lichten zijn laatste adem hebben uitgeblazen.

 

Zijn vriend neemt de plek in zich op en praat tegen Leo, alsof hij hem kan horen. 'You were such a good kid', hij herhaalt het. Keer op keer. Vlakbij is een boer op zijn erf met onderhoud bezig. Wij lopen naar hem toe en vragen hem of hij iets weet van de strijd die hier in november 1944 is gevoerd. Hij kent iemand in het dorp die er bij was. Later bellen wij aan bij Willy Pelzer, die ons gastvrij uitnodigt in zijn huiskamer. Meer dan een uur tolk ik voor twee mannen op leeftijd die beiden een oorlog hebben meegemaakt, maar dan van verschillende kanten. Het duurt even voordat bij Paul het ijs breekt, want in zijn beleving is de Duitser van toen nog steeds de vijand. Maar als Willy vertelt over de repressie door de nazi's, die zijn vader eerst in de gevangenis deed belanden en later aan het Oostfront, over de manier waarop de boeren in Prummern werden bestolen en verdreven door de SS, over de gevaren die hij en zijn moeder moesten doorstaan, wint de medemenselijkheid het van de reserve en ontspint zich een boeiend en warm gesprek. Later die dag zal Paul weer praten met Leo, als hij op Margraten zijn graf bezoekt. 'You knew that one day I would show up, didn't you?'. Leo, die altijd 20 zal blijven, maakt even van Paul ook weer die jongen van 20, met wie hij ging zwemmen, over meisjes praatte, over hun dromen van een toekomst zonder armoede. Paul laat Leo weten dat hij wel is toegekomen aan dat volle leven, aan die dromen. Dat hij gelukkig is geworden met zijn vrouw, zijn kinderen, de boerderij die zij samen hebben opgebouwd, de kansen die zij kregen om verder te leren. En de waarden die zij aan hun kinderen hebben doorgegeven. In dit laatste schuilt voor mij de schoonheid van dit bezoek. Natuurlijk stonden wij lang stil bij hetgeen Leo is overkomen, bij zijn strijd, zijn dood. Maar daar hield het niet bij op. De waarde van het stilstaan bij zijn offer, is juist dat het ons wijst op de erfenis die Leo en zijn strijdmakkers hebben achtergelaten, de vrijheid die zij voor ons bijna vanzelfsprekend hebben gemaakt.

 

De oorlog is inmiddels zo lang geleden, dat er steeds minder ooggetuigen zijn.

 

 

Stil blijven staan bij de waarde van Leo's offer

 

Niets is menselijker dan dat verleden steeds meer geschiedenis wordt. De neiging bestaat om die geschiedenis in de boekjes te laten of er een eigen draai aan te geven. Met dat laatste bedoel ik dat geschiedenis in stelling wordt gebracht voor een politieke boodschap. Met name met de Tweede Wereldoorlog gebeurt dat bijna dagelijks. Dan wordt alles wat ons niet bevalt aan het Nederland van nu in het kader geplaatst van de Jodenvervolging of de bezetting, waarmee deze ingrijpende historische gebeurtenissen worden gebanaliseerd. Of het omgekeerde gebeurt: alles wat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft, wordt tot icoon verklaard, tot iets dat bijna buiten de orde staat van menselijk handelen. En zich dus nimmer meer zou kunnen herhalen. Noch het een, noch het ander mag ons overkomen. Makkelijke recepten om ons ervan te vrijwaren zijn er niet. Het leven gaat verder, zoals het 'gesprek' tussen Paul en Leo aantoont. Maar ik geloof wel in de kracht van verhalen, in de schoonheid van het willen doorvertellen wat men heeft beleefd, in het wonder dat alle mensen is gegeven, namelijk het vermogen om de wereld door de ogen van een ander te zien. Die ander gaat leven, ook al is hij bijna zeventig jaar dood, als we hem als mens willen zien, met goede en minder goede kanten, met een leven dat raakvlakken met dat van ons heeft. Zo werd Leo Lichten voor mij in een paar jaar tijd van een naam, gebeiteld in een witte, marmeren Davidsster, tot een jongen van vlees en bloed. Met meer talent in zijn pink dan ik in mijn hele lijf, met een ongelukkige jeugd, met trouwe vrienden, met een groot hart voor andere mensen en met een achteloos fatalisme over zijn eigen lot. Iedereen die de oorlog heeft meegemaakt of die er uit eerste hand verhalen over heeft gehoord, van ouders of van kennissen, heeft de kans, misschien wel de plicht die verhalen door te vertellen, als het even kan ook vast te leggen. Iedereen die mensen kent die de oorlog hebben meegemaakt of de verhalen heeft meegekregen, heeft de kans te luisteren, te laten weten het graag te willen horen, zichzelf ook onderdeel van die geschiedenis te willen maken. Ik daag u uit: zoek mensen in uw omgeving die u persoonlijke verhalen over de oorlog kunnen vertellen. Vertel deze verhalen aan minstens twee dierbaren of kennissen door. Zo zorgen wij er samen voor dat geschiedenis en collectieve beleving hand in hand gaan. Zo zorgen wij ervoor dat het offer van Leo en talloze anderen aan wie wij onze vrijheid te danken hebben, op waarde geschat blijft. Zo laten wij zien dat oorlog, vrede, haat, liefde, het goede en het kwade niet buiten ons staan, niet alleen in boeken voorkomen, maar onlosmakelijk verbonden zijn met onze menselijke natuur. En daarmee maken we de kans kleiner dat wij fouten uit het verleden herhalen en de kans groter dat onze kinderen en kleinkinderen oorlog alleen nog maar uit verhalen zullen kennen. Wat ik vandaag tegen u zeg, zal snel vervliegen. Maar wat Leo en zijn strijdmakkers voor ons hebben gedaan, heeft eeuwigheidswaarde, moet ieder jaar weer worden herdacht en gevierd, zolang er mensen van goede wil zijn in Nederland, in Limburg. Zou ik nu een goed glas in mijn hand hebben, ik zou het heffen op uw gezondheid.  Als wij onze gezondheid zo vieren, doen wij dat in de wetenschap dat zij niet vanzelfsprekend is en ook bedreigd kan worden door ziekte of ongeluk. Zo is het ook met onze vrijheid. Zou zij vanzelfsprekend en eeuwigdurend zijn, hadden wij geen reden haar te vieren. Maar juist omdat zij niet vanzelfsprekend is, juist omdat vele miljoenen voor ons de grootste offers hebben gebracht om haar bijna vanzelfsprekend te maken, waardoor wij de dure plicht hebben haar te onderhouden en te versterken; juist daarom vieren wij het feest dat vrijheid heet.