vrijdag 25 november 2011

Leve de gulden (Theodor Holman)

 
Een kleine hommage; ook ik reken nog wel eens om, maar probeer het af te leren. De lust om iets te kopen vergaat je namelijk, en soms wil je gewoon iets kopen en je plezier niet half laten vergallen door de kosten....
 
Wouter
________________

 

Leve de gulden

15-11-11  
THEODOR HOLMAN 
http://www.parool.nl/parool/nl/508/THEODOR-HOLMAN/article/detail/3034122/2011/11/15/Leve-de-gulden.dhtml 

Ik kan het maar beter meteen eerlijk vertellen: ja, ik wil de gulden terug.

Ik wil die gulden vooral terug om mijn dochter te laten zien hoe duur alles is.

Als wij samen een broodje eten, gaat de discussie tussen haar en mij zo:
'Een broodje kaas kost hier vier euro. Dat is acht gulden veertig! Kom, we gaan hier weg.'

'Blijf zitten, pap! Een broodje kaas kost hier vier euro en niet acht gulden veertig. Dat was tien jaar geleden zo. We leven nu in 2011.'

'Ik ga geen broodje eten voor acht gulden veertig. Dat is echt idioot. We worden hier genaaid. Kom, we gaan weg!'

'Nee! Ik wil trouwens geen broodje kaas. Ik wil een BLTC van zeven euro twintig.'

'Jezus Christus! Jezus Christus! Vijftien gulden voor een broodje! Als ik dat ook neem, ben ik dertig gulden kwijt! Daar kreeg je vroeger in Parijs een kamer met ontbijt voor!'

Ik weet dat het vreselijk is wat ik zeg, en ik hoor mijn eigen vader, maar ik kan me niet inhouden. Ik besef beter dan mijn dochter wat een gulden betekende en dat beïnvloedt mijn genot van bijvoorbeeld zo'n broodje kaas of zo'n raar ding met bacon, lettuce, tomaat en kaas. Hoe lekker moet een broodje kaas van acht gulden veertig wel niet smaken!

'Je moet eens ophouden, pap, altijd maar te denken dat je wordt opgelicht.'

De prijs van zo'n broodje kaas zal ook wel door de markt worden bepaald - maar juist doordat ik de gulden heb meegemaakt, weet ik hoe gigantisch duur alles is geworden, al wordt dat ontkend. Als we teruggaan naar de gulden, ziet iedereen hoeveel alles echt kost. Ik leg dit mijn dochter voor.

'Wat betekent echt kost, pap? Als we teruggaan naar de gulden, reken ik weer alles terug naar de euro, terwijl jij nu alles terugrekent naar de gulden,' zegt mijn dochter. 'Voor mij is de euro echt.'

Ik zwijg. Toch wil ik die gulden terug. Ik heb geen moeite met die euro meer, maar ik vind het geld lelijk en onhandig. Wij hadden dat mooie geld van Ootje Oxenaar.

En hoewel ik er niets van snap, geloof ik diep in mijn hart ook niet dat die euro ons veel voordelen heeft opgeleverd. Geld is geld.



vrijdag 18 november 2011

Israelisch-Palestijnse vredesideeën: sprankeltjes hoop in een zee van haat

 
Ik geloof nog steeds in de tweestatenoplossing als de enige oplossing. Een alternatief dat hieronder als voorbeeld wordt genoemd is een Israelisch-Palestijnse confederatie.
Dat zou kunnen - en zeker geen slecht idee zijn - in een betere wereld, maar de partijen staan tot nu toe zover uit elkaar, dat dit voor de afzienbare toekomst onwerkbaar zou zijn. Een soort België met bommen en geweren over en weer en eindeloos voortdurende impasses - zoiets als de huidige situatie dus, of misschien slechter.
 
Toch is het belangrijk om serieus te praten en blijven praten over vrede en mogelijke wegen daarheen. De leiders zitten in een lange impasse en praten niet, ondanks talloze oproepen en diplomatieke druk, dus enige vooruitgang moet blijkbaar van onderop komen.
 
Ook IPCRI en haar aftredende voorman Gershon Baskin werken mee aan deze campagne.
 
Wouter
___________
 

Yalla Peace: Glimmers of hope in a growing sea of hate

http://www.jpost.com/Opinion/Columnists/Article.aspx?id=245753

By RAY HANANIA 
 


Up-and-coming leaders are offering the kind of hope that even Netanyahu and Abu Mazen fail to demonstrate.

 

With so much hatred and anger swirling on both sides, Israeli and Palestinian, it is encouraging to see so many people who are still determined to look past the ugliness.

While so many are trying to keep Palestinians and Israelis apart with hate rhetoric, columns and speeches, Doron Tzur, Kamal Nawash and Joe Avesar are trying hard to bring Palestinians and Israelis together.

Two events will take place in Jerusalem in the next few weeks. The first is a conference on November 28 at the Ambassador Hotel in east Jerusalem entitled, "The Best Plans," which brings together new ideas for peace.

Tzur, who initiated the conference, writes, "I believe that once it becomes evident that there are such plans – or if it becomes evident that there are not – life is going to become better for all people here.

If there are such plans, as Itend to believe, the task will be to choose among good alternatives. If there aren't, it will become clear that the conflict has to be managed until the people 'ripen,' and that currently settlements will have to depend on external forces or they would break, potentially leading to very bad consequences."

Tzur has partnered with Nawash, a Palestinian lawyer in Washington, DC, who heads the Free Muslim Coalition Against Terrorism, a group that has come under attack from extremist religious and even jealous secular American Arab groups that don't like his focus on opposing "terrorism." Nawash is from Ein Kerem but lived in Ramallah before coming to the US.

But Nawash has made progress in a way that most of the American Arab organizations have not. While those groups hold conferences to raise money, they do little except promote their dictator-for-life presidents.

Nawash's organization actually is rolling up its sleeves to do something, including this conference to bring peace activists together.

Nawash says that for two decades, the "two-state solution" has been widely accepted as "the only solution" to the Palestinian/Israeli conflict, yet no specific plan based on this principle has ever been accepted by the majority of Palestinians and Israelis. So, in partnership with Doron Tzur, he has set out to find a plan that can be accepted by the majority of Israelis and Palestinians.

AVESAR IS a Jewish lawyer from Encino, California, and the author of a recent book called Peace: A Case for Israeli Palestinian Confederation.

When I interviewed Avesar recently on my Dearborn, Michigan, morning radio show (Radio Baladi), Avesar explained that "confederation" might be a way to bring both sides together in a way that reinforces Israel's existence while creating Palestinian nationhood.

"The Israeli-Palestinian Confederation would make the most sense to create peace; creating a third government that brings the Israeli and Palestinian people together as one government," Avesar explained.

While Tzur and Nawash are looking at peace plans, Avesar's movement is pushing to actually elect representatives to the Confederation at elections in east Jerusalem and Bethlehem – many Palestinians are prohibited from entering Jerusalem so they have to have a second location, like Bethlehem. The elections, he explained, will take place on December 12 at the Ambassador Hotel in east Jerusalem and at Talitha Kumi in Bethlehem the following day.

This convention will take place exactly one year before the general election the group would like to hold on December 12, 2012.

Avesar said he hopes the Confederation will elect delegates and a "president" – either Israeli or Palestinian – who will represent their movement.

There are many out there who will scoff at Tzur, Nawash and Avesar for their efforts, saying they will do not good, but I disagree. The fact is that while the critics complain a lot, they do very little to create or build. They can only tear things down. I call them "arsonists."

Tzur, Nawash and Avesar are offering the kind of leadership that even the prime minister of Israel, Benjamin Netanyahu, and the Palestinian Authority president, Mahmoud Abbas, fail to demonstrate.

There is a lot of worthless name-calling, and the only winner in the blame game is failure.

Here are some links you can check out if you want to turn away from the hatred that feeds the violence, uncertainty and tragedy and put your efforts in to something positive:  

For the Tzur/Nawash-led event, go to TheBest- Plans.org.
For Avesar's Confederation event, go to
ipconfederation.org  

For the interview with Avesar, go to RadioBaladi.com  

 

People who brush aside hope and fail to dream are destined to live a life of conflict. But those who dream about peace and work to make those dreams a reality are the ones that will one day lead Israelis and Palestinians to the promised land.
 

 
Ray Hanania is an award winning Palestinian American columnist.

 

maandag 10 oktober 2011

Jodenjacht

 
Ik heb van de week het boek Jodenjacht gekocht. Niet omdat het me onderhoudende lektuur leek, maar omdat ik het mogelijk nodig had voor een boekje waaraan ik zelf momenteel werk, over de Joodse families die in de jaren '30 en '40 in Geleen leefden. Ik schrok van de omvang van het boek: meer dan 300 pagina's. Ik weet dan ook niet of ik het helemaal ga doorworstelen. De stukjes die ik er tot nu toe in las waren vrij deprimerend.
 
Of het treffend is om te spreken van "de rol van de Nederlandse politie" vraag ik me wel af, daar de focus lag op de strafdossiers van enkele honderden 'foute' politieagenten, en niet op wat de duizenden anderen gedaan hebben. Zo lees ik dat in Gouda een 'Politieke Politie' werd opgericht, omdat "de Goudse politie tot die tijd de Duitse verordeningen waar mogelijk saboteerde". Dat zou natuurlijk aardiger lektuur geweest zijn, maar daar zijn waarschijnlijk geen dikke dossiers over volgeschreven (tenzij door de Duitse bezetter).
 
Hieronder nog twee columns over het boek, dat ik toch zal moeten aanbevelen.
 
Van mede-auteur Jan Kompanie heb ik nog les gehad op de Archiefschool.
 
Wouter
 
____________
 

 

Jodenjagers

http://www.parool.nl/parool/nl/508/THEODOR-HOLMAN/article/detail/2953620/2011/10/06/Jodenjagers.dhtml

06-10-11   14:00 uur

COLUMN

THEODOR HOLMAN

Nadat ik Ad van Liempt had gesproken over Jodenjacht, het boek dat hij schreef samen met Jan Kompagnie, was ik enigszins van slag.

Het boek gaat over 'de onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog'. Het gedrag van sommige Jodenjagers was zo ernstig, dat zelfs de Duitsers het te ver vonden gaan.

'Jongens, wij waarderen het dat jullie de Joden oppakken, maar dat jullie ze dan ook martelen en beroven is zelfs ons te gortig, en dus arresteren wij jullie.'

Zoiets moeten de Duitsers hebben gezegd.

Het hele boek bestaat uit onthullingen waar ik oprecht - dus echt - misselijk van word. Neem de uitspraken van de Groningse agent Arend Ruben. "Voor ik met verlof naar huis ga, ransel ik eerst nog een paar Joden af.'

Hij zegt ook: 'Het is geen zondag als ik niet eerst een paar Joden halfdood heb geslagen.'
Als zinnen ziek zouden kunnen zijn, zijn dit zieke zinnen.

Van Liempt en Kompagnie: 'De jonge Ruben is een sprekend voorbeeld van de Jodenhaat bij de speciale politie-eenheden. Zoals Ruben waren er wel een paar honderd.'

Ruben was niet eens de ergste. Wat te denken van Kees Kaptein - ik heb geen zin over te schrijven wat hij geflikt heeft, maar wel dat hij 'verantwoordelijk is geweest voor maar liefst een zesde van de uit Den Haag gedeporteerde Joden. (...) Vaststaat dat (...) hij honderden van zijn stadsgenoten de dood ingejaagd heeft.'

Het onthutsendst is dat de agenten het heerlijk vonden antisemiet te zijn. De Amsterdamse rechercheur Harms: 'Al lagen alle Joden hier op een hoop bij elkaar en werden zij met benzine overgoten en in brand gestoken, dan zou ik er met plezier naar staan te kijken.'

Ik weet niet hoe ik in de oorlog zou hebben gereageerd, welke keuzes ik zou hebben gemaakt, wat ik zou hebben gedacht. Zou ik hebben kunnen genieten van het kwellen van mensen?

Ik weet zijn naam niet meer, maar zo'n 35 jaar geleden interviewde ik iemand uit het verzet. Zijn ouders waren het slachtoffer van zo'n agent geweest, de rest van zijn familie was vergast. Hij vroeg me: 'Ben ik slecht dat ik ervan droom al die schurken te liquideren?'

Ik schudde mijn hoofd. 

 

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 

Jodenjacht

http://www.trouw.nl/tr/nl/6849/Sylvain-Ephimenco/article/detail/2946981/2011/10/04/Jodenjacht.dhtml

Sylvain Ephimenco − 04/10/11, 09:38

COLUMN

In 2007 ontstond commotie in Vlaanderen na het verschijnen van het boek 'Gewillig België' over de houding van het Antwerpse stadsbestuur en de politie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het boek ging hoofdzakelijk over de razzia's op Joden die door de Antwerpse politie werden gehouden en die in de deportatie van 1200 slachtoffers resulteerden.

Het boek en de documentaire 'Modus Operandi' die later werd gemaakt, laten duidelijk zien dat anders dan in andere Belgische steden, de vervolging van Joden optimaal was in Antwerpen: 'Eerst hielp de politie door straten af te sluiten, later ging ze actief over tot het arresteren van Joden'. Daarom ook besloot de Antwerpse burgemeester in het najaar van 2007 zijn excuses aan te bieden voor 'de actieve rol die het stadsbestuur en de politie hebben gespeeld in die dramatische dagen'.

In België werden in totaal 25.000 Joden gedeporteerd. In Nederland 140.000.

Gisteren stond in de Verdieping een stuk over het boek 'Jodenjacht' van Jan Kompagnie en Ad van Liempt. Het boek draagt als ondertitel: 'De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog'. Klaarblijkelijk is die rol nooit eerder zo goed onderzocht en daarom is meer dan 65 jaar na dato het woord 'onthutsend' wel op zijn plaats.

Het beeld dat hieruit naar voren komt, is niet meer dat van politiefunctionarissen die de bezetters gewillig waren, maar dat van een omvangrijke groep Nederlandse fanatieke antisemieten die met grof geweld een gestructureerde Jodenjacht hielden. Zo gewelddadig zelfs (martelingen en ook verkrachtingen werden toegepast) dat ze soms door de Duitse bezetter met disciplinaire maatregelen werden bestraft.

'Ze joegen met alle middelen op hun slachtoffers, ze overtraden daarbij alle denkbare rechtsregels, ze roofden waar ze konden, ze gebruikten geweld, ze pasten misleiding toe - en dat alles werd van hogerhand toegestaan (op een enkele uitzondering na) en vaak zelfs gestimuleerd', zeggen de auteurs van 'Jodenjacht'.

In totaal arresteerden de speciale anti-Joden-afdelingen van de politie 9000 personen. Toen ik dit allemaal las, moest ik denken aan de Antwerpse burgemeester die voor een minder wreed en omvangrijk politieoptreden gedurende de oorlog zijn excuses had aangeboden.

Nu kun je dit puur symboolpolitiek vinden maar excuses kunnen ook een apaiserende werking hebben bij slachtoffers en nabestaanden. Of de Nederlandse politie ook haar excuses zou moeten aanbieden naar aanleiding van dit boek moet ze zelf weten. Maar ik kan me een discussie hierover heel goed herinneren.

In 1997 schreef oud-journalist Hans Knoop een open brief in het Nieuw Israelitisch Weekblad waarin hij de politie om excuses vroeg voor haar rol in de Tweede Wereldoorlog. De voorzitter van de Nederlandse politiebond J. van Duijn trad vervolgens in bijna alle media op om vastberaden zijn weigering toe te lichten.

Excuses, zei hij, zouden geen recht doen aan agenten die principieel weigerden aan de deportatie van Joden mee te werken. In het licht van het pas verschenen boek 'Jodenjacht' is de weigering van 14 jaar geleden nu extra pijnlijk.

 

zaterdag 8 oktober 2011

Dagboek van een Herdershond

 
Dagboek van een Herdershond is onlangs in de TV-Canon tot beste dramaserie van de publieke omroep van de afgelopen 60 jaar gekozen.
 
Vorig jaar bleek het ook al het populairste KRO-programma (versloeg zelfs Boer zoekt Vrouw!):
 
U kunt uit de koplopers per genre (zg. "lijsttrekkers") nog stemmen voor het beste tv-programma van allemaal.
 
Dagboek van een Herdershond is voor mij natuurlijk puur jeugdsentiment (ik was toen 14 jaar), en ook zowat het eerste tv-programma dat in mijn eigen Limburg speelde, met de toen flink afgekalfde maar nog zeer herkenbare rol van de katholieke kerk. Het werd in Eijsden opgenomen maar speelde in het naburige Geleen (wat ik destijds niet wist), en de schrijver van het boek was een priester uit Sittard, geboren zelfs direct tegenover mijn huidige apartement (Er hangt een herinneringsplakette aan de muur). Het manuscript van "Kroniek eener parochie" waarop de tv-serie is gebaseerd, wordt bewaard in ons archiefdepot in de collectie Jacques Schreurs.
 
Wil Brassé
___________________________________________ 
 
 
Dagboek van een herdershond
 
In de serie Heimwee TV worden elke week tv-series uit de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig belicht die de geur van nostalgie ademen. We tellen af van 100 naar 1. Deze week nummer 5 : Dagboek van een herdershond.

Door Ray Simoen

Een timide kapelaan, die dagelijks discussieert met zijn engelbewaarder en zichzelf de herdershond van zijn baas, pastoor Bonhomme, noemt. Wie haalt het in zijn hoofd om daarover een tv-serie van zestien delen te maken? En dat ook nog in 1978, wanneer de kerken amper nog bezoekers over de vloer krijgen, pastoors steeds vaker alleen in carnavalsoptochten te zien zijn en iedereen vol vuur achter Marx, Stones of Cruyff aanloopt.

Toch was de KRO-serie Dagboek van een herdershond meteen al na zijn eerste aflevering op 16 januari 1978 een doorslaand succes. Zes miljoen kijkers kropen wekelijks voor de buis om naar de avonturen van de verlegen kapelaan Erik Odekerke te kijken in het Zuid-Limburg van 1914. Ook in Duitsland, Zuid-Afrika en Finland keken ze graag naar de Herdershond met de zachte g.

Fine fleur

De KRO zond de serie tussen 16 januari 1978 en 29 januari 1980 uit. Ze was gebaseerd op de trilogie Kroniek eener parochie van de Limburgse priester-schrijver Jacques Schreurs en werd geregisseerd door Willy van Hemert. Die kende Schreurs nog uit zijn studententijd aan het seminarie. Van Hemert had in de jaren zeventig al grote successen behaald met De Glazen Stad, De Kleine Waarheid en Bartje, die hij voor de NCRV had gemaakt. Zenuwachtig door deze NCRV-successen en door de opkomst van de nieuwe zender, de Evangelische Omroep, gaf de KRO Van Hemert opdracht om een serie te maken, die duidelijk rooms-katholiek geurde en kleurde. In de boeken van zijn vriend Schreurs kreeg Van Hemert het allemaal op een presenteerblaadje. In Joop van den Ende had hij een producent die wist hoe je de massa in de ziel kon raken. Eijsden leverde de prachtige dorpsplaatjes. Geleen was met zijn opkomende mijnindustrie de perfecte locatie voor een conflict tussen traditie en moderniteit. En de hoofdpersoon kapelaan Erik Odekerke wekte met zijn jeugdige onhandigheid voldoende stof voor sympathie, ergernis en spanning: allemaal gevoelens waarvoor de ontroerde kijker graag de zakdoek tevoorschijn haalde.

De grote tegenpool van de jonge kapelaan Odekerke was pastoor Bonhomme, met wie Odekerke een stroeve relatie onderhield. Toen Odekerke ook nog een bijbelles uit de hand liet lopen, had hij het ook verknoeid bij schoolhoofd
Bongaerts. Hulp in zijn moeilijke omgang met het dorp en zijn conservatieve elite vond hij bij kapelaan Paulus uit een naburig dorp. Maar de onzekere kapelaan werd vooral overeind gehouden door zijn engelbewaarder, die hem met humor, plaagstootjes en tips door de problemen loodste. Natuurlijk liep er ook een Eva door de serie. De kapelaan raakte bevriend met de mooie Miete van der Schoor. Zijn meer dan vriendschappelijke gevoelens voor Miete brachten de kapelaan van zijn stuk en zorgden voor overuren voor de engelbewaarder. Intussen roddelde het dorp lekker door over de kapelaan en 'zijn lief'. Prachtig drama, natuurlijk, met veel 'snikmomenten' en 'meeleef- scènes'. Zelfs de beroeps-tv-kijkers waren onder de indruk. In 1978 won 'de Herdershond' de Gouden Televizier-Ring.

Maar het waren niet zozeer de schilderachtige Limburgse decors en de verhaallijn, die deze serie tot zo'n groot succes maakten. De acteurs tilden deze roomse tv-reeks naar een ongekend hoog niveau. De fine fleur van de Nederlandse acteurswereld was afgereisd naar Zuid-Limburg voor een rol. Ko van Dijk als boer Bonte, Jan Teulings als Severinus van de Schoor, Joop Doderer, Hella Faassen, Guus Hermus, Johan te Slaa, Jeanne Verstraete en de jonge talenten Jo de Meyere als kapelaan Odekerke, Bruni Heinke als Miete van der Schoor en Renée Soutendijk als Klaasje Weenink. Het is heel wat anders dan wat nu in Goede Tijden, Slechte Tijden amper twee zinnen uit de strot kan krijgen.

Met 'reli-drama' trek je nu geen volle huiskamers meer. Maar alleen al door het prachtige spel van Ko van Dijk en Kees Brusse blijft het een genoegen om de dvd's van de Herdershond nog eens te bekijken. En dat is het natuurlijk ook voor de collega, die nog steeds beretrots is op zijn rol in het 'volk van Eijsden' die krap twee seconden lang was.

Gepubliceerd op: 18.01.10 06:00  

 

maandag 12 september 2011

Simon Caun - een van de zes miljoen Shoah slachtoffers

 
"Naamloos" staat nu nog boven het bericht dat ik typ, maar daar gaat het om: we kunnen de doden niet terughalen, maar ze tenminste wel weer een naam geven.
Onderstaand verhaal kwam ik vanavond tegen op de weblog van Simon Soesan (in Nederland enigszins bekend als publicist en soms commentator in het journaal). Ik vond het zo aangrijpend dat ik het hier wil kopiëren.
 
Zijn oom Simon Caun is ook terug te vinden op het Digitaal Monument voor de Joodse Gemeenschap in Nederland (met een foto erbij), een mooi initiatief dat de slachtoffers van de Shoah weer een naam wil geven. En ook mijn eigen project poogt daaraan een bescheiden bijdrage te leveren. Simon Soesans ouders zaten ondergedoken in Sevenum, zodat dit verhaal ook een kleine link heeft met mijn Limburgs project.
 
Wouter
____________
 

Thursday, August 12, 2010

Simon Caun – one of the six million

For years he was a sad and short story in our family: Simon Caun, the brother of my mother. Born on March 20, 1926 and disappeared in 1942. I was born on March 20, 1956: it will not surprise you that my name is Simon.

Just sixteen years old, Simon Caun got an official call up to apply for a work camp. There was little known what was actually happening in the oh so cultural Germany, but nobody was happy. The night before he quickly made a picture, neatly in his suit because he thought the next day he wouldgo to work somewhere. In good faith and fear in the heart on July 20, 1942 he went to Westerbork. Since then nothing was heard from him except a laconic postcard of the o, so human Germans, who after a few months informed the family that Simon Caun had good arrived safely in the camp. Over the years there were flashes of rumors: Sobibor, Birkenau, and Auschwitz. We never actually learned anything, there never was anything conclusive.

I know my mom a bit. Except one of the sweetest, she is also one of the smartest women I know. And although itI was almost forty since I lived in the Netherlands, we have enough contact for me to know that her brother is not forgotten. In fact, her time stopped on July 20, 1942, when her brother left her with fear in his heart.
A few years ago, my first book,
Pita with Sprinkles was published. To do something for Simon Caun, the book is dedicated to him, so his name really is registered, and nobody, certainly not the oh so accurate Germans can deny that he existed, that he was on this earth has walked around, had dreams, had plans, all of which was swept away by the oh so human German people.

I had not enough. A few months ago I decided to start a project. Through contacts, I was able to dig very deep into the past of the oh so accurate Germans, who, with eager volunteers in the oh so pastoral Poland, tried to eradicate the Jewish People. My starting point was the administration. Netherlands, the country where the largest percentage of Jews were killed (more than 90%) using the majority of the cowardly cooperating Dutch people, have a great bureaucracy, but the oh so precise Germans surpass that of course.
The search faced a lot of obstacles.
The fact that the Germans cannot deny that they massacred millions of Jews, does not mean they are ready to help prove it. Many archives were not opened in the beginning, many emails were not answered and I will save you the specific comments on the phone. But I can tell you that I now, after searching, I am more than ever convinced that the Poles, Latvians, Ukrainians and oh, so, good Germans learned from this well planned genocide, which we call in Israel Holocaust, one thing only: never get caught again..

But back to my quest: I wanted to know what happened to my uncle, and refused to accept a "no" as an answer. A few days back, the phone rang with me. A Mr. Kowlaski from Poland. Deputy director of the Auschwitz Museum. He told me that my stubbornness had turned up something and if he could send me first a mail, after which he would give an explanation over the phone. Of course emotions ran high for me and a moment later came a mail.

"Our research tells Simon Caun, born March 20, 1926, was put on transport from Westerbork to Auschwitz on July 21. We know that this transport consisted of 931 Jewish men; women and children and arrived in Auschwitz Camp on July 22, 1942 in the evening. After selecting, 479 men were admitted to the camp and they received numbers 50403-50881. 297 women were also allowed into the camp and were registered with numbers 9880-10176. It is important to note that deportees who were sent directly to their death on arrival, did not receive a number and were not registered.

Your uncle had no number and was not registered."
I reread the notice a lump in my throat: here he was: my uncle!

The phone rang and Mr. Kowalski commented on his mail. "You should assume that probably was sick or crying upon arrival. Maybe he was dehydrated and hungry from the long journey. He was alone, I understand from the list. "

My hard stopped.

List? There was a list? And Mr. Kowlaski from Poland sent me a page. Neatly typed by an officer in Westerbork. A list of names. With birth dates. And one comment that married women had their maiden name mentioned.The list goes about the transport from Westerbork on 21 July 1942. In the middle of this list is Simon Caun. Suddenly there is a sign of him. His last sign of life! A neat officer of the NS or the Dutch police put even a pencil with 'V' sign next to his name, as if to say that also this Jew he sent to his death. Then the officer probably went home, to mother the wife, to enjoy some food. Maybe his wife said a few years ago in a documentary NCRV (Dutch TV) that " 5 minutes after the war the Jew already sell you something", who knows.

But here was my uncle, just sixteen years old, on the list. As if I could touch him for a moment. He then disappeared into the lorry, and after two long days arrived at Auschwitz, scared, hungry and thirsty, to be marched straight to the gas chamber. We have a date to remember him. Anyone who wants can now say a prayer for him, light a candle, as he was murdered on July 22, 1942 by oh, so nice German people, using the oh so hard working Polish people. The laconic red postcard, received by the parents of Simon Caun a few months later, is another proof of how efficient the Germans are.

I have sent information to my parents. And to my brothers and sisters. And their children. I asked them to tell this story to tell their children and make sure that their grandchildren will know it by heart and get the same mission: tell it on.

Somewhere in the ground to Auschwitz are the ashes of my uncle. Extradited by the Dutch people, where my family lives for almost 400 years.

Killed by Germans and Poles.

The reader may think that the search is over for me now. The opposite is true. I am now trying to figure out who these good Dutch people are: the one that neatly typed the list, other who neatly made a "V" beside the name of Simon Caun on July 21, 1942 and put him on the train to his death This story wil continue. Believe me, I will find them. It's easy: They documented everything so well.

They were proud of their work.

Simon Soesan

In Memory of Simon Caun, 'yehiyeh zichro baruch' – may his memory be of blessing

(The author is the fifth child of holocaust survivors, who were hidden and saved by the Snelle family in Sevenum, Limburg, the Netherlands. His parents bore 5 children, who bore 13 grandchildren and – up to 2010, 17 great-grand children. And the story goes on.)